Art. 39.

De Koning regelt, op de gezamenlijke voordracht van de ministers bedoeld in artikel 32, 2, de regels inzake de bepaling en de invordering van de kosten van de acties en de prestaties die worden besteed door de overheid om het hoofd te bieden aan een verontreiniging, en door de personen die op haar verzoek tussenkwamen. Bij de berekening van deze kosten worden niet enkel de kosten, besteed aan de ondernomen acties in aanmerking genomen, maar ook de vaste kosten die rechtstreeks zijn verbonden aan de interventie en de kosten die bij voorbaat worden besteed om over de nodige actiemiddelen te beschikken.