Hoofdstuk X.
Toezicht en controle


Art. 43.

Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie, worden inbreuken op de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, opgespoord en vastgesteld door de volgende personen:

1. de waterschouten en de ambtenaren en agenten van de Zeevaartpolitie;
2. de gezagvoerders en hun aangestelden van de patrouillevaartuigen en vliegtuigen van de Staat;
3. de ambtenaren en agenten van het ministerie van Economische Zaken, aangeduid door de minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren;
4. de ambtenaren en agenten van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee en de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
5. de daartoe door hun hiėrarchie gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine;
6. de ambtenaren van de dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister tot wiens bevoegdheid de Landbouw behoort, voor zover de inbreuken betrekking hebben op de visserij;
7. de beėdigde agenten aangeduid door de minister voor het toezicht op de beschermde mariene gebieden, opgericht krachtens artikel 7 van deze wet.


Onverminderd de op de onder het eerste lid bedoelde ambtenaren toepasselijke regelgeving, kunnen deze ambtenaren door de Koning, voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, bekleed worden met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.


Art. 44.

§ 1

De processen-verbaal worden opgesteld in het Nederlands of het Frans.

 

§ 2

Bij verklaring in een andere taal op vraag van wie de verklaring aflegt, wordt een door hem in eigen taal geschreven verklaring bij het proces-verbaal gevoegd.

 

§ 3

Deze processen-verbaal gelden tot bewijs van het tegendeel. Binnen de vijftien dagen na de vaststelling van de overtreding wordt aan de overtreders een afschrift betekend of, indien het buitenlandse overtreders betreft, aan hun vertegenwoordigers in Belgiė of bij ontstentenis, aan de diplomatieke vertegenwoordiging van de Staat waarvan zij onderdaan zijn.


Art. 45.

§ 1

De in artikel 43, 1° tot 7°, vermelde ambtenaren en agenten alsmede de officieren van gerechtelijke politie hebben in de uitoefening van hun functie dag en nacht vrije toegang tot de schepen, de installaties en bouwwerken die zich in de zeegebieden bevinden, voor zover dit noodzakelijk is om inbreuken op deze wet te kunnen vaststellen en mits inachtneming bij koopvaardijschepen van de terzake geldende procedures.

 

§ 2

De in artikel 43, 1° en 3°, vermelde ambtenaren en agenten alsmede de officieren van gerechtelijke politie hebben in de uitoefening van hun functie dag en nacht vrije toegang tot de opslagplaatsen, overslagruimtes, kantoren, magazijnen, handelsgebouwen, voertuigen en ondernemingen die zich op land bevinden, voor zover dit noodzakelijk is om inbreuken op deze wet te kunnen vaststellen. Zij kunnen de plaatsen die tot woning dienen, slechts bezoeken mits verlof van de rechter van de politierechtbank.

 

§ 3

In de uitoefening van hun functie kunnen de in artikel 43 vermelde ambtenaren en agenten alsmede de officieren van gerechtelijke politie zich doen bijstaan door deskundigen en hebben zij het recht inzage te eisen en afschrift te nemen van documenten.

 

§ 4

De toegang tot de schepen en installaties van de Krijgsmacht, op zee of op land, is slechts mogelijk na toelating hiertoe verleend door de terzake bevoegde militaire overheid.


Art. 46.

De in artikel 43 vermelde ambtenaren en agenten alsmede de officieren van gerechtelijke politie kunnen stalen nemen of laten nemen voor analyse. Van die staalname wordt proces-verbaal opgemaakt.


Art. 47.

De in artikel 43 vermelde ambtenaren en agenten alsmede de officieren van gerechtelijke politie kunnen een beroep doen op de openbare macht voor de vervulling van hun taak.


Art. 48.

§ 1

Indien de overheid met bevoegdheid op zee goede redenen heeft om aan te nemen dat een vreemd schip de wetten en reglementen van Belgiė heeft overtreden, kan zij de achtervolging inzetten op voorwaarde dat het schip of één van zijn boten zich in de territoriale zee bevindt of in de aansluitende zone die grenst aan de territoriale zee. Indien het echter gaat over een overtreding van de wetten en reglementen van toepassing in de exclusieve economische zone of op het continentaal plat, kan de achtervolging in het geheel van de zeegebieden worden ingezet.

 

§ 2

De achtervolging wordt uitgeoefend door Belgische oorlogsschepen of militaire luchtvaartuigen of door andere Belgische overheidsschepen of –luchtvaartuigen daartoe gemachtigd. De achtervolging wordt slechts ingezet indien het vreemd schip aan een zichtbaar of hoorbaar bevel tot stoppen geen gevolg geeft en wordt ononderbroken voortgezet voorbij de grenzen van de zeegebieden.

 

§ 3

Het achtervolgingsrecht houdt op zodra het achtervolgde schip de territoriale zee van zijn eigen land of van een derde Staat bereikt, tenzij een akkoord met deze Staat hierover anders beschikt.

 

§ 4

Onverminderd het door dit artikel ingestelde recht van achtervolging, kan de Koning de nadere regels vaststellen die de in § 2 bedoelde schepen en luchtvaartuigen dienen te volgen in het kader van de uitoefening van dit recht.