Art. 45.

1

De in artikel 43, 1 tot 7, vermelde ambtenaren en agenten alsmede de officieren van gerechtelijke politie hebben in de uitoefening van hun functie dag en nacht vrije toegang tot de schepen, de installaties en bouwwerken die zich in de zeegebieden bevinden, voor zover dit noodzakelijk is om inbreuken op deze wet te kunnen vaststellen en mits inachtneming bij koopvaardijschepen van de terzake geldende procedures.

2

De in artikel 43, 1 en 3, vermelde ambtenaren en agenten alsmede de officieren van gerechtelijke politie hebben in de uitoefening van hun functie dag en nacht vrije toegang tot de opslagplaatsen, overslagruimtes, kantoren, magazijnen, handelsgebouwen, voertuigen en ondernemingen die zich op land bevinden, voor zover dit noodzakelijk is om inbreuken op deze wet te kunnen vaststellen. Zij kunnen de plaatsen die tot woning dienen, slechts bezoeken mits verlof van de rechter van de politierechtbank.

3

In de uitoefening van hun functie kunnen de in artikel 43 vermelde ambtenaren en agenten alsmede de officieren van gerechtelijke politie zich doen bijstaan door deskundigen en hebben zij het recht inzage te eisen en afschrift te nemen van documenten.

4

De toegang tot de schepen en installaties van de Krijgsmacht, op zee of op land, is slechts mogelijk na toelating hiertoe verleend door de terzake bevoegde militaire overheid.