Hoofdstuk XI.
Strafbepalingen


Art. 49.

§ 1

De inbreuken op de bepalingen van de artikelen 6, 7, 8, 10, 11 en 12 of de uitvoeringsbesluiten ervan worden gestraft met een geldboete van vijfhonderd
EURtot honderdduizend EUR.

 

§ 2

De inbreuken op de bepalingen van de artikelen 13 en 14 of de uitvoeringsbesluiten ervan worden gestraft met een geldboete van honderd EUR tot tweeduizend EUR.

 

§ 3

In geval van herhaling van de inbreuken op de bepalingen van de artikelen 6, 7, 8, 10, 11, 12, 13 en 14 of de uitvoeringsbesluiten ervan, binnen een termijn van drie jaar volgend op de veroordeling wegens hetzelfde misdrijf, wordt de strafmaat verdubbeld.

 

§ 4

De in dit artikel voorziene straffen worden verdubbeld wanneer de inbreuk is begaan tussen zonsondergang en zonsopgang.


Art. 50.

§ 1

De inbreuken op de bepalingen van de artikelen 15, 16 en 17 worden gestraft met een geldboete van honderdduizend EUR tot één miljoen EUR en met een gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar of met één van deze straffen alleen.

 

§ 1/1.

De inbreuken op de door de Koning vastgelegde bepalingen die bindend zijn voor de rechtsonderhorigen betreffende de mariene ruimtelijke planning, zoals bedoeld in artikel 5bis worden gestraft met een geldboete van honderd euro tot honderdduizend euro en met een gevangenisstraf van twee maanden tot een jaar of met een van deze straffen alleen.

 

§ 2

Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 52, worden de inbreuken op de bepalingen van de artikelen 18 en 19 of van de uitvoeringsbesluiten ervan gestraft met een geldboete van tienduizend EUR tot tweehonderdduizend EUR en met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden of met één van deze straffen alleen.

 

§ 3

In geval van herhaling van de inbreuken op de bepalingen van de artikelen 15, 16, 17, 18 en 19 of de uitvoeringsbesluiten ervan, binnen de termijn van drie jaar volgend op de veroordeling wegens hetzelfde misdrijf, wordt de strafmaat verdubbeld.

 

§ 4

De in dit artikel voorziene straffen worden verdubbeld wanneer de inbreuk is begaan tussen zonsondergang en zonsopgang.


Art. 51. Wordt gestraft met een geldboete van tienduizend EUR tot vijfentwintigduizend EUR, de kapitein die een inbreuk pleegt op artikel 20, § 1, of artikel 21, § 1, of de uitvoeringsbesluiten ervan.

Art. 52.

§ 1

Diegene die een activiteit uitoefent zonder een voorafgaandelijke geldige vergunning of machtiging zoals vereist in de artikelen 18 en 25 en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt gestraft met een geldboete van vijftigduizend EUR tot vijfhonderdduizend EUR en met een gevangenisstraf van één maand tot één jaar of met één van deze straffen alleen.

 

§ 2

In geval van herhaling van de inbreuken op de bepalingen van de artikelen 18 en 25 binnen een termijn van drie jaar volgend op de veroordeling wegens hetzelfde misdrijf wordt de strafmaat verdubbeld.


Art. 53. Diegene die de verplichting, bedoeld in artikel 36, § 1, niet heeft nageleefd of doen naleven, wordt gestraft met een geldboete van tienduizend EUR tot tweehonderdduizend EUR.

Art. 54. Wordt gestraft met een geldboete van tweeduizend EUR tot tienduizend EUR, hij die bij toepassing van artikel 28, § 2, of de uitvoeringsbesluiten van artikel 30, § 1, wetens en willens onjuiste gegevens in een milieu-effectenrapport aan de overheid heeft verstrekt, wanneer de juiste informatie van die aard is dat de vergunning of de machtiging niet zou worden toegekend of dat daardoor de milieueffectenbeoordeling verkeerd werd ingeschat.

Art. 55. Wordt gestraft met een geldboete van tweeduizend EUR tot tienduizend EUR, hij die bij het uitoefenen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten de regelmatig uitgevoerde opdrachten van controle, toezicht en opsporing verhindert of de instructies of de coördinatie door de overheid manifest negeert.

Art. 56.

§ 1

De rechtspersonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de schadevergoedingen, kosten en geldboetes, voortspruitend uit veroordelingen uitgesproken tegen hun organen of aangestelden wegens inbreuken op de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

 

§ 2

De rechtspersonen, en in het bijzonder de scheepseigenaar, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de verplichtingen van hun organen, die voortvloeien uit de toepassing van artikel 37.

 

§ 3.

Onverminderd de toepassing van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en de artikelen 41bis en 85, kan de geïdentificeerde natuurlijke persoon, in afwijking van artikel 5, tweede lid, van hetzelfde wetboek, samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld wegens inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.


Art. 57. Twintig procent van het bedrag van de geldboetes uitgesproken op basis van de artikelen 49 tot 55 moeten door de veroordeelde rechtstreeks worden gestort in het Fonds Leefmilieu, voorzien bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.

Art. 58.

Artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de minnelijke schikkingen, is van toepassing met dien verstande dat:

· [...]
· twintig procent van het bedrag van deze minnelijke schikking door de dader rechtstreeks wordt gestort in het Fonds Leefmilieu voorzien bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.

 


Art. 59.

§ 1

De rechtbank beveelt, op vordering van de minister, de verwijdering van de voorwerpen, inrichtingen of bouwwerken die in de zeegebieden werden geplaatst in overtreding op deze wet, en het herstel in de oorspronkelijke staat. De rechtbank bepaalt daarvoor een termijn die één jaar niet mag overschrijden.
De rechten van de burgerlijke partij zijn ingeval van rechtstreeks herstel beperkt tot de door de minister gekozen wijze van herstel, onverminderd het recht om vergoeding voor schade te eisen van de veroordeelde.

 

§ 2

Voor het geval dat de plaats niet in de vorige staat wordt hersteld, beveelt het vonnis dat de minister en eventueel de burgerlijke partij van ambtswege in de uitvoering ervan kunnen voorzien. De overheid of natuurlijke persoon die het vonnis uitvoert, is gerechtigd de van de herstelling van de plaats afkomende materialen en voorwerpen te verkopen, te vervoeren, op te slaan en te vernietigen. De veroordeelde is gehouden alle uitvoeringskosten, verminderd met de opbrengst van de verkoop van de materialen en voorwerpen, te vergoeden op vertoon van een staat, begroot en invorderbaar verklaard door de beslagrechter.

 

§ 3

De §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing bij gezonken schepen, scheepstuig en scheepslading ingevolge scheepvaartongevallen, zoals bedoeld in Hoofdstuk V van de wet van 11 april 1989 houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake scheepvaart.


Art. 60. Alle bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.