Art. 64.

Een artikel 11bis, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd:
" Art. 11bis. Ieder olietankschip met een bruto tonnage van 150 ton of meer en ieder ander schip, dat geen olietankschip is, met een bruto tonnage van 400 ton of meer, dient een noodplan voor koolwaterstoffenverontreiniging aan boord te hebben.
Een dergelijk plan moet in overeenstemming zijn met de door de Internationale Maritieme Organisatie opgestelde richtlijnen. Het plan omvat ten minste:

1. de procedure die dient te worden gevolgd door de kapitein of andere personen die het bevel voeren over het schip voor het melden van voorvallen van verontreiniging, zoals vereist volgens artikel 8 van het Protocol I van het Verdrag, aangevuld met de door de Internationale Maritieme Organisatie ontwikkelde richtlijnen;
2. de lijst van autoriteiten of personen met wie contact moet worden opgenomen in het geval van een voorval van koolwaterstoffenverontreiniging;
3. een gedetailleerde omschrijving van de maatregelen die onmiddellijk dienen te worden genomen door personen aan boord om de lozing van koolwaterstoffen als gevolg van het voorval te bestrijden of te beperken, en
4. de procedures en de contactpersonen aan boord van het schip voor de coördinatie tussen maatregelen aan boord en maatregelen van de nationale en lokale autoriteiten ter bestrijding van verontreiniging. "