Art. 67. Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 18. De vlaggestaat wordt via zijn diplomatieke vertegenwoordigers onverwijld op de hoogte gebracht van de vasthouding van ťťn van zijn schepen en van de mogelijke maatregelen die het gevolg kunnen zijn van strafrechtelijke vervolgingen, ingesteld op basis van artikel 17bis.
Een strafrechtelijke vervolging op basis van artikel 17bis kan niet meer worden ingesteld na het verstrijken van een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de datum waarop het misdrijf is gepleegd.
Een strafrechtelijke vervolging op basis van artikel 17bis, ß 4, 4į, wordt op uitdrukkelijk verzoek van de vlaggestaat geschorst, op voorwaarde dat de vlaggestaat binnen de zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de oorspronkelijke rechtsvervolging, zelf tot de strafrechtelijke vervolging overgaat voor dezelfde aanklachten en hij, ten bewijze hiervan, aan de Belgische Staat een volledig dossier over de zaak en de akten van rechtsvervolging ter beschikking stelt. Wanneer de door de vlaggestaat ingestelde rechtsvervolging tot een einde is gebracht, wordt de geschorste rechtsvervolging in BelgiŽ beŽindigd. Na aftrek van de door BelgiŽ gemaakte kosten inzake het onderzoek aan boord, het nemen van monsters met betrekking tot de lozing, de analyse van deze monsters en het instellen van een rechtsvervolging, wordt de in artikel 31 vermelde borgsom vrijgegeven.
Een strafrechtelijke vervolging in BelgiŽ kan niet worden geschorst in de gevallen van lozing die aanleiding geven tot grote schade aan de Belgische kustbelangen of in de gevallen waarin de vlaggestaat reeds eerder aan een verplichting tot vervolging van een overtreding begaan door zijn schepen geen gevolg heeft gegeven. "