Hoofdstuk IX.
Gemeenschappelijke bepalingen.


Art. 391. [...]

Art. 392. Iedere vermindering of vrijstelling inzake verpakkingsheffing wordt slechts toegestaan voor zover de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de aan verpakkingsheffing onderworpen producten in het verbruik stelt, het bewijs levert dat aan de voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen is voldaan overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de Minister van Financiėn.

Art. 393.

§ 1.

De Algemene Administratie der douane en accijnzen is belast met de inning en de controle van de verpakkingsheffing.


Voor de inning en de controle op de verpakkingsheffing beschikken de ambtenaren der douane en accijnzen over de middelen en de bevoegdheden die hun inzake accijnzen worden verleend door de algemene wet inzake douane en accijnzen en door de bijzondere accijnswetten.


Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren van de Algemene Administratie der douane en accijnzen alsmede de leden van de federale en van de lokale politie bevoegd om, alleen, alle inbreuken op deze wet op te sporen en vast te stellen.

 

§ 2.

De ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiėn evenals de ambtenaren van de inspectiediensten van de Federale Overheidsdiensten Economie, KMO, Middenstand en Energie en Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, stellen de Algemene Administratie der douane en accijnzen onmiddellijk in kennis van elke inbreuk op de wetgeving betreffende de verpakkingsheffing die zij tijdens hun respectievelijke controles vaststellen.


Art. 394. [...]

Art. 395.

Elke inbreuk op de bepalingen van deze wet waardoor de verpakkingsheffing opeisbaar wordt, wordt bestraft met een geldboete van vijf- tot tienmaal de in het spel zijnde rechten zonder dat ze minder mag bedragen dan 250,00 euro en onverminderd de betaling van de verschuldigde heffing.


Onverminderd de bij dit artikel en bij de artikelen 396 en 397 bepaalde straffen is de verpakkingsheffing altijd opeisbaar, met uitzondering van de verpakkingsheffing verschuldigd op goederen die, naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding op basis van het bepaalde in het eerste lid, effectief worden in beslag genomen en naderhand worden verbeurdverklaard of bij wege van transactie aan de Schatkist worden afgestaan.


De op de verbeurdverklaarde of afgestane goederen niet meer opeisbare verpakkingsheffing zal niettemin als basis dienen voor de berekening van de op te leggen boeten.


Art. 396. Wanneer inzake verpakkingsheffing getracht wordt op bedrieglijke wijze een vermindering of vrijstelling van de heffing te verkrijgen, wordt zulks bestraft met een geldboete van vijf- tot tienmaal het bedrag van de heffing waarvoor getracht werd op bedrieglijke wijze een vermindering of vrijstelling te verkrijgen, zonder dat ze minder mag bedragen dan 250,00 euro

Art. 396bis.

Zijn gehouden zich te laten registreren volgens de modaliteiten vastgesteld door de Minister van Financiėn, de natuurlijke of rechtspersoon bedoeld in artikel 369, 11°, die aan de kleinhandelaars dranken leveren in verpakkingen die niet onderworpen zijn aan de verpakkingsheffing overeenkomstig de bepalingen van artikel 371, § 2, of die er van vrijgesteld zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 371, § 3, 3°.

 

De natuurlijke of rechtspersonen bedoeld in het eerste lid, zijn gehouden het registratienummer dat hun toegekend wordt aan te brengen op de verpakking.


Art. 397.

Elke inbreuk op deze wet welke niet wordt bestraft bij de bepalingen van de artikelen 395 en 396 alsook elke inbreuk op de besluiten genomen ter uitvoering van deze wet wordt bestraft met een geldboete van 12,50 EUR tot 2.500 EUR.

 

[...]


Art. 398. In geval van herhaling wordt de geldboete verdubbeld en wordt de overtreder bovendien veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden tot een jaar.

Art. 398bis. [...]

Art. 399. De inbreuken op deze wet en op de besluiten genomen tot uitvoering ervan zijn onderworpen aan de bepalingen van de algemene wet op de douanen en de accijnzen betreffende met name het opstellen en het visum van het proces-verbaal, de afgifte van de afschriften ervan, de bewijskracht van deze akten, de wijze van vervolging, de verantwoordelijkheid, de medeplichtigheid, de poging tot omkoperij en het recht op minnelijke schikking.

Art. 400.

[...]

 

De besluiten bedoeld in het artikel 392 worden genomen op de gezamenlijke voordracht van de ministers bevoegd voor Economische Zaken, Financiėn, Leefmilieu en Volksgezondheid.


Art. 401. [...]

Art. 401bis.

De Minister van Financiėn wordt er jaarlijks mee belast de milieu-, economische en budgettaire gevolgen te schatten van de accijnstarieven bepaald in de artikelen 5, 9, 12,15 en 17 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven van alcohol en alcoholhoudende dranken, alsook in artikel 1 van de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en van de BTW-tarieven vastgelegd door het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven en van het tarief van de verpakkingsheffing bepaald in artikel 371, § 1, van deze wet, zonder rekening te houden met de weerslag van de gedragswijzigingen van de verbruiker die deze tarieven in de loop van het jaar zullen veroorzaakt hebben.

 

[Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, dat door de wet moet worden bekrachtigd, kan de Koning de in het eerste lid bedoelde tarieven aanpassen.]

 

NOTA: Bij arrest nr. 195/2004 van 01-12-2004 (B.S. 10-12-2004, p. 81699), heeft het Arbitragehof lid 2 van dit artikel vernietigd.