Art. 395.

Elke inbreuk op de bepalingen van deze wet waardoor de verpakkingsheffing opeisbaar wordt, wordt bestraft met een geldboete van vijf- tot tienmaal de in het spel zijnde rechten zonder dat ze minder mag bedragen dan 250,00 euro en onverminderd de betaling van de verschuldigde heffing.


Onverminderd de bij dit artikel en bij de artikelen 396 en 397 bepaalde straffen is de verpakkingsheffing altijd opeisbaar, met uitzondering van de verpakkingsheffing verschuldigd op goederen die, naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding op basis van het bepaalde in het eerste lid, effectief worden in beslag genomen en naderhand worden verbeurdverklaard of bij wege van transactie aan de Schatkist worden afgestaan.


De op de verbeurdverklaarde of afgestane goederen niet meer opeisbare verpakkingsheffing zal niettemin als basis dienen voor de berekening van de op te leggen boeten.