Afdeling II.
Bodemsaneringsorganisaties


Onderafdeling I.
Doelstelling en erkenning van bodemsaneringsorganisaties


Art. 95.

§ 1

Een bodemsaneringsorganisatie is een rechtspersoon die als maatschappelijk doel heeft het voorkomen en beheersen van bodemverontreiniging, alsook het begeleiden en stimuleren van de sanering van bodemverontreiniging die tot stand is gekomen naar aanleiding van de uitoefening van een activiteit als bepaald door de Vlaamse Regering.

 

§ 2

Een bodemsaneringsorganisatie kan door de Vlaamse Regering worden erkend op voorwaarde dat ze mede is opgericht door een organisatie die representatief is of verschillende organisaties die samen
representatief zijn voor alle natuurlijke personen of rechtspersonen die de activiteit uitoefenen waarvoor de bodemsaneringsorganisatie is opgericht.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure tot erkenning als bodemsaneringsorganisatie. Ze bepaalt tevens de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning en kan bijkomende erkenningsvoorwaarden bepalen.


Onderafdeling II.
Verplichte taken van erkende bodemsaneringsorganisaties


Art. 96.

Een erkende bodemsaneringsorganisatie heeft minstens de volgende taken met betrekking tot de activiteit waarvoor ze is opgericht :

het opmaken van een algemeen bodempreventieplan;
het stimuleren en optimaliseren van onderzoeks-en saneringsconcepten;
het verlenen van advies inzake preventie, beheersing, bodemonderzoek en bodemsanering van de bodemverontreiniging, alsook inzake de voorbereiding en opvolging van voorzorgsmaatregelen, aan de personen die met de bodemsaneringsorganisatie een overeenkomst hebben gesloten als vermeld in artikel 97, § 1.

 


Onderafdeling III.
Facultatieve taken van erkende bodemsaneringsorganisaties


Art. 97.

§ 1

De persoon, vermeld in artikel 11 of 22, die saneringsplichtig is voor bodemverontreiniging die het gevolg is van een activiteit waarvoor een erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht, kan minstens voor de historische bodemverontreiniging die veroorzaakt is door die activiteit, de verplichting tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering aan die erkende bodemsaneringsorganisatie overdragen, op voorwaarde dat hij hiervoor met die erkende bodemsaneringsorganisatie een overeenkomst sluit, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt. Door die overeenkomst komt de plicht tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering voor de bodemverontreiniging zoals vervat in de overeenkomst te liggen bij de erkende bodemsaneringsorganisatie. In geval van beëindiging van de overeenkomst keert de plicht tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering terug.

 

Een persoon die overeenkomstig de bepalingen van artikel 92 als saneringswillige wenst over te gaan tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering, kan dit engagement tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering aan de erkende bodemsaneringsorganisatie overdragen, op voorwaarde dat hij hiervoor een overeenkomst sluit met die erkende bodemsaneringsorganisatie, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt.

 

De Vlaamse Regering kan een termijn bepalen waarin de overeenkomsten, vermeld in het eerste en het tweede lid, moeten worden gesloten.

 

§ 2

De erkende bodemsaneringsorganisatie voert de beschrijvende bodemonderzoeken en de bodemsaneringen waarvoor ze conform § 1 een overeenkomst heeft gesloten uit overeenkomstig de termijnen die opgenomen zijn in het saneringsprogramma dat jaarlijks aan de OVAM ter goedkeuring moet worden voorgelegd. Dat saneringsprogramma omvat minstens de lijst en de prioriteit van alle beschrijvende bodemonderzoeken en bodemsaneringen waartoe de erkende bodemsaneringsorganisatie zich verbonden heeft overeenkomstig § 1. De Vlaamse Regering kan de nadere regels vaststellen met betrekking tot de verplichte inhoud en de goedkeuringsprocedure van het saneringsprogramma.

 

§ 3

Voor de bodemonderzoeken en bodemsaneringen die worden uitgevoerd in het kader van § 2, kan de Vlaamse Regering afwijkingen toestaan op de toepassing van artikel 38 tot en met 68 en van artikel 71.


Onderafdeling IV.
Subsidies


Art. 98.

De Vlaamse Regering kan subsidies toekennen aan een erkende bodemsaneringsorganisatie voor de gedeeltelijke financiering van de taken en de werkingskosten noodzakelijk om die taken uit te voeren inzake historische bodemverontreiniging die is veroorzaakt door de activiteit waarvoor een erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht. De subsidies kunnen ook worden toegekend voor door derden gemaakte en door de erkende bodemsaneringsorganisatie aanvaarde kosten voor beschrijvende bodemonderzoeken of bodemsaneringen voor dergelijke historische bodemverontreiniging, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt.


Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gemengde bodemverontreiniging die is veroorzaakt door de activiteit waarvoor een erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht, en waarop de bepalingen voor historische bodemverontreiniging van toepassing zijn conform artikel 27, § 2.


De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de subsidies vast.


Onderafdeling V.
Toezicht en sancties


Art. 99. De Vlaamse Regering en de OVAM houden toezicht op de vervulling van de taken die krachtens deze afdeling rusten op een erkende bodemsaneringsorganisatie. De Vlaamse Regering kan de nadere regels hiervoor bepalen.

Art. 100. Als een erkende bodemsaneringsorganisatie de verplichtingen in deze afdeling niet of onvoldoende naleeft, kan de Vlaamse Regering de erkenning van de bodemsaneringsorganisatie schorsen of opheffen. De Vlaamse Regering bepaalt hiervan de nadere voorwaarden.