Subafdeling 4.1.9.2.
De milieuaudit


Art. 4.1.9.2.1.

Voor de toepassing in het Vlaamse Gewest van verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, en rekening houdend met het samenwerkingsakkoord van 30 maart 1995 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de Verordening 1836/93/EEG van 29 juni 1993, inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer- en Milieu-auditsysteem, wordt voor het Vlaamse Gewest:

BELAC, opgericht bij het koninklijk besluit van 31 januari 2006 tot oprichting van het BELAC-accreditatiesysteem van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling, belast met de erkenning en het toezicht op milieuverificateurs;
het Departement Omgeving aangewezen als bevoegde instantie die belast is met de registratie van de organisaties, de weigering en de vernieuwing van de registraties, de inschrijving, schorsing of schrapping van de organisaties uit het register, alsook met de toepassing van de voorschriften betreffende het registratieproces, vermeld in artikel 12 van verordening (EG) Nr. 1221/2009, en de uitvoering van alle overige opdrachten die ingevolge de verordening van de bevoegde instantie worden verwacht. 

Art. 4.1.9.2.2.

Ter bevordering van de vrijwillige deelneming van organisaties aan het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem, zoals geregeld door verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, wordt geen bijdrage in de registratiekosten van een organisatie vastgesteld.


Art. 4.1.9.2.3.

Voor de toepassing in het Vlaamse Gewest van de bepalingen van verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie wordt gebruikgemaakt van het samenwerkingsakkoord van 30 maart 1995 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van verordening (EG) nr. 1836/93 van 29 juni 1993 inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer- en Milieu-auditsysteem


Art. 4.1.9.2.4. De decretale milieuaudit

§ 1.

Ter uitvoering van artikel 3.3.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid worden de volgende categorieën van inrichtingen onderworpen aan een periodieke milieuaudit :

de in de eerste klasse ingedeelde inrichtingen die tevens zijn opgenomen in de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage;
vermeld in rubriek 17.2.2 van de indelingslijst;
de inrichtingen die in zesde kolom van de indelingslijst met de letter “P” zijn aangeduid, evenwel enkel in zoverre deze verplichting door de vergunningverlenende overheid is opgelegd rekening houdend met de aard van de inrichting, de aard van de milieueffecten die ervan uitgaan en/of de plaats waar ze gelegen is.

 

Inrichtingen die over een EMAS-geregistreerd of ISO 14001-gecertificeerd milieuzorgsysteem beschikken, zijn vrijgesteld van de verplichting om een periodieke milieuaudit op te stellen mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden :

het bedrijf moet tussen de twee voorziene opeenvolgende audits onafgebroken over een gecertificeerd milieuzorgsysteem beschikken;
de openbaarheid van de gegevens die anders via de decretale milieuaudit gerealiseerd wordt, moet gegarandeerd blijven;
het voldoen aan deze voorwaarden moet worden gecontroleerd door een milieuverificateur of certificatieinstelling.

 

 

§ 2.

Ter uitvoering van artikel 3.3.2. van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid worden de volgende categorieën van inrichtingen onderworpen aan een éénmalige milieuaudit :

  de inrichtingen die in de zesde kolom van de indelingslijst met de letter “E” zijn aangeduid, evenwel enkel in zoverre deze verplichting door de vergunningverlenende overheid is opgelegd rekening houdend met de aard van de inrichting, de aard van de milieueffecten die ervan uitgaan en/of de plaats waar ze gelegen is.

 

Inrichtingen die over een EMAS-geregistreerd of ISO 14001-gecertificeerd milieuzorgsysteem beschikken, zijn vrijgesteld van de verplichting om een éénmalige milieuaudit op te stellen.

 

§ 3.

De in de §§ 1 en 2 bedoelde milieuaudit vindt plaats op kosten van de exploitant.


Art. 4.1.9.2.5.

§ 1.

De in artikel 4.1.9.2.4. bedoelde milieuaudit betreft een systematische, gedocumenteerde en objectieve evaluatie van het beheer, de organisatie en de uitrusting van de betrokken inrichting of activiteit op het gebied van de bescherming van het milieu.

 

§ 2.

De in artikel 4.1.9.2.4. bedpelde milieuaudit heeft betrekking op:

de emissies en immissies, evenals de gevolgen ervan voor de milieukwaliteit;
het energiebeheer;
het beheer van grondstoffen;
de productiemethodes en het productbeheer;
de preventie en het beheer van afvalstoffen;
de externe veiligheid;
de voorlichting, opleiding en participatie van het personeel in de bedrijfsinterne milieuzorg;
de externe voorlichting;
de voorstellen en adviezen van de milieucoördinator, zoals bedoeld in § 3 van artikel 4.1.9.1.3., en de opvolging die hieraan gegeven is.

 

§ 3.

De in artikel 4.1.9.2.4. bedoelde milieuaudit moet worden gevalideerd door een milieuverificateur erkend met toepassing van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu.


Art. 4.1.9.2.6.

§ 1.

De volgende elementen van de in artikel 4.1.9.2.4. bedoelde milieuaudit moeten, binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de validatie van de milieuaudit, worden meegedeeld:

aan de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning:

de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 8° van artikel 4.1.9.2.5, § 2;
aan de Vlaamse Milieumaatschappij:

de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 4° van artikel 4.1.9.2.5, § 2.

 

§ 2.

De gevalideerde milieuaudit moet door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard worden en ter beschikking gehouden van de toezichthouder.


Art. 4.1.9.2.7.

§ 1.

De in artikel 4.1.9.2.4. § 1 bedoelde periodieke milieuaudit dient regelmatig herhaald te worden. Tussen twee opeenvolgende audits mag hoogstens een periode van 3 jaar liggen.

 

§ 2.

Inrichtingen die in bedrijf worden genomen, voeren een eerste milieuaudit uit, uiterlijk twee jaar na de inbedrijfstelling van de inrichting.