Afdeling II.
Overdracht van risicogronden


Onderafdeling I.
Algemene bepalingen


A. Verplichting om een oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren.

Art. 102.

§ 1

Risicogronden kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een orienterend bodemonderzoek werd uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM werd bezorgd.


In afwijking van het eerste lid geldt de regeling, vermeld in artikel 30, voor de uitvoering van een oriėnterend bodemonderzoek in het kader van de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek.

 

De eigenaar van de risicogrond die een vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, heeft verkregen, is van rechtswege vrijgesteld van de onderzoeksplicht, vermeld in het eerste lid en artikel 29, als sedert de vrijstellingsbeslissing op de risicogrond geen risico-inrichtingen zijn geėxploiteerd.

 

§ 2

Het oriėnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de persoon, vermeld in artikel 29 of 30.


B. Melding van overdracht.

Art. 103. [...]

Onderafdeling II.
Nieuwe bodemverontreiniging


A. Saneringsplicht.

Art. 104.

§ 1

Als de OVAM op basis van het oriėnterend bodemonderzoek, vermeld in artikel 102, of het grondeninformatieregister van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat een risicogrond is aangetast door een nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, kan de overdracht niet plaatsvinden voor de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde voor die bodemverontreiniging een beschrijvend bodemonderzoek heeft uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM heeft bezorgd.

 

§ 2

Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van orienterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de overdrager of desgevallend de gemandateerde :
1° een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject heeft opgesteld en hiervoor een conformiteitsattest werd afgeleverd;
2° jegens de OVAM de verbintenis heeft aangegaan de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren;
3° financiėle zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiėle zekerheden worden gesteld.

 

De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°. 

 

§ 3

Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan bodemsaneringsnormen kan worden getoetst, zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing als er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is.


B. Vrijstelling van de saneringsplicht.

Art. 105.

§ 1

De overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de vereisten, vermeld in artikel 104, § 2, na te leven, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of op basis van het gemotiveerd standpunt van de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde van oordeel is dat aan een van de volgende elementen voldaan is:

de bodemverontreiniging is niet op de over te dragen grond tot stand gekomen;
de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van gebruiker. Als de gebruiker voor een deel van de verontreiniging cumulatief aan die voorwaarden voldoet, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging;
de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 2, eerste lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar. Als de eigenaar voor een deel van de verontreiniging cumulatief aan die voorwaarden voldoet, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging. De eigenaar is ook vrijgesteld van de saneringsplicht voor de bodemverontreiniging of het deel van de bodemverontreiniging waarvoor de exploitant of de gebruiker die op de over te dragen grond aanwezig is, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1.

 

§ 2

In afwijking van de bepalingen van § 1 is de overdrager alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de verplichtingen, vermeld in artikel 104, § 2, na te leven als de OVAM een van de volgende elementen aantoont :
1° een rechtsvoorganger van de overdrager heeft de bodemverontreiniging veroorzaakt;
2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen tijdens de periode dat een rechtsvoorganger van de overdrager de grond in exploitatie, in gebruik of in eigendom had.

 

§ 3.

Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 104 heeft plaatsgevonden.


Art. 106.

De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de stukken die, op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag, bij het gemotiveerd standpunt, vermeld in artikel 105, § 1, moeten worden gevoegd.


Art. 107.

De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de overdraagbaarheid en het verval van de vrijstelling van de verplichtingen, vermeld in artikel 104.


C. Administratief beroep.

Art. 108.

Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel 104 en 105, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.


Onderafdeling III.
Historische bodemverontreiniging


A. Saneringsplicht.

Art. 109.

§ 1

Als de OVAM op basis van het oriėnterend bodemonderzoek, vermeld in artikel 102, of het grondeninformatieregister van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat een risicogrond is aangetast door een ernstige historische bodemverontreiniging, kan de overdracht niet plaatsvinden voor de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde voor die bodemverontreiniging een beschrijvend bodemonderzoek heeft uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM heeft bezorgd.

 

§ 2

Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de grond is aangetast door een ernstige historische bodemverontreiniging, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde :
1° een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject heeft opgesteld en hiervoor een conformiteitsattest werd afgeleverd;
2° jegens OVAM de verbintenis heeft aangegaan de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren;
3° financiėle zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiėle zekerheden worden gesteld.

 

De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°. 


B. Vrijstelling van de saneringsplicht.

Art. 110.

§ 1

De overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de vereisten, vermeld in artikel 109, § 2, na te leven, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of op basis van het gemotiveerd standpunt van de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde van oordeel is dat aan een van de volgende elementen voldaan is:

de bodemverontreiniging is niet tot stand gekomen op de over te dragen grond;
de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1, eerste lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van gebruiker. Als de gebruiker voor een deel van de verontreiniging cumulatief voldoet aan die voorwaarden, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging;

de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 2, eerste lid, of cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar.


Als de betrokkene voor een deel van de verontreiniging cumulatief voldoet aan die voorwaarden, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging. De eigenaar is ook vrijgesteld van de saneringsplicht voor de bodemverontreiniging of het deel van de bodemverontreiniging waarvoor de exploitant of de gebruiker die op de over te dragen grond aanwezig is, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1.

 

§ 2

In afwijking van de bepalingen van § 1 is de overdrager alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de vereisten, vermeld in artikel 109, § 2, na te leven, als de OVAM een van de volgende elementen aantoont :
1° een rechtsvoorganger van de overdrager heeft de bodemverontreiniging veroorzaakt;
2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen tijdens de periode dat een rechtsvoorganger van de overdrager de grond in exploitatie, in gebruik of in eigendom had.

 

§ 3.

Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 109 heeft plaatsgevonden.


Art. 111.

De bepalingen van artikelen 106 en 107 zijn van overeenkomstige toepassing.


C Administratief beroep.

Art. 112.

Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel 109 en 110, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.


Onderafdeling IV.
Gemengde bodemverontreiniging

[...]


Art. 113. [...]

Onderafdeling V.
Overname uitvoering van verplichtingen


Art. 114. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de overname van de uitvoering van de verplichtingen om tot overdracht van risicogronden te kunnen overgaan.

Onderafdeling VI.
Versnelde overdrachtsprocedure


Art. 115.

§ 1

In afwijking van de bepalingen van artikelen 104, § 2, en 109, § 2, kan de overdracht toch plaatsvinden op voorwaarde dat de versnelde overdrachtsprocedure, vermeld in § 2 tot en met § 5, wordt nageleefd.

 

§ 2

De overdrager of de gemandateerde of de verwerver of de persoon die beschikt over een rechtsgeldige titel om de overdracht te doen uitvoeren, meldt aan de OVAM zijn bedoeling om de versnelde overdrachtsprocedure toe te passen.


Zij voegen bij deze melding de volgende documenten :

het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek of het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, voor zover de OVAM daarvan nog niet in het bezit is;
een kostenraming van de bodemsanering en de eventuele nazorg, opgemaakt door een bodemsaneringsdeskundige;
[...]

 

 

§ 3

Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van alle documenten, vermeld in § 2, spreekt de OVAM zich uit over [...] het verzoek tot toepassing van de versnelde overdrachtsprocedure.
Als de OVAM zich niet binnen de termijn van zestig dagen heeft uitgesproken, kan de overdracht plaatsvinden, met behoud van de mogelijkheid om de andere bepalingen van dit decreet later toe te passen.

 

§ 4

Als uit het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, uit het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek of uit het grondeninformatieregister blijkt dat de grond is aangetast door een nieuwe bodemverontreinging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt, door een ernstige historische bodemverontreiniging of door een gemengde bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt dan wel een ernstige bodemverontreiniging vormt naargelang de toepasselijke regeling krachtens de bepalingen van artikel 27, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de verwerver :
1° jegens de OVAM de verbintenis heeft aangegaan om een bodemsaneringsproject op te stellen en de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren;
2° financiėle zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van zijn verplichtingen overeenkomstig 1°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiėle zekerheden worden gesteld.

 

De verplichting om de bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren, moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 1°. 

 

§ 5

Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in § 3 en § 4, beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.

 

§ 6.

Artikel 105, § 3, en artikel 110, § 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijstelling van de saneringsplicht in de procedure van versnelde overdracht.