Onderafdeling II.
Nieuwe bodemverontreiniging


A. Saneringsplicht.

Art. 104.

§ 1

Als de OVAM op basis van het oriėnterend bodemonderzoek, vermeld in artikel 102, of het grondeninformatieregister van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat een risicogrond is aangetast door een nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, kan de overdracht niet plaatsvinden voor de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde voor die bodemverontreiniging een beschrijvend bodemonderzoek heeft uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM heeft bezorgd.

 

§ 2

Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van orienterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de overdrager of desgevallend de gemandateerde :
1° een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject heeft opgesteld en hiervoor een conformiteitsattest werd afgeleverd;
2° jegens de OVAM de verbintenis heeft aangegaan de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren;
3° financiėle zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiėle zekerheden worden gesteld.

 

De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°. 

 

§ 3

Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan bodemsaneringsnormen kan worden getoetst, zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing als er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is.


B. Vrijstelling van de saneringsplicht.

Art. 105.

§ 1

De overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de vereisten, vermeld in artikel 104, § 2, na te leven, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of op basis van het gemotiveerd standpunt van de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde van oordeel is dat aan een van de volgende elementen voldaan is:

de bodemverontreiniging is niet op de over te dragen grond tot stand gekomen;
de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van gebruiker. Als de gebruiker voor een deel van de verontreiniging cumulatief aan die voorwaarden voldoet, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging;
de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 2, eerste lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar. Als de eigenaar voor een deel van de verontreiniging cumulatief aan die voorwaarden voldoet, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging. De eigenaar is ook vrijgesteld van de saneringsplicht voor de bodemverontreiniging of het deel van de bodemverontreiniging waarvoor de exploitant of de gebruiker die op de over te dragen grond aanwezig is, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1.

 

§ 2

In afwijking van de bepalingen van § 1 is de overdrager alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de verplichtingen, vermeld in artikel 104, § 2, na te leven als de OVAM een van de volgende elementen aantoont :
1° een rechtsvoorganger van de overdrager heeft de bodemverontreiniging veroorzaakt;
2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen tijdens de periode dat een rechtsvoorganger van de overdrager de grond in exploitatie, in gebruik of in eigendom had.

 

§ 3.

Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 104 heeft plaatsgevonden.


Art. 106.

De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de stukken die, op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag, bij het gemotiveerd standpunt, vermeld in artikel 105, § 1, moeten worden gevoegd.


Art. 107.

De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de overdraagbaarheid en het verval van de vrijstelling van de verplichtingen, vermeld in artikel 104.


C. Administratief beroep.

Art. 108.

Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel 104 en 105, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.