Art. 15.

§ 1.

Onverminderd de bepalingen van artikel 13 en van de artikelen 61 tot en met 72 worden nitraatresidudrempelwaarden vastgesteld.

 

De volgende elf types nitraatresidudrempelwaarden worden onderscheiden:

 

Nitraat

residu type

 Teelttype   Bodemtype   In gebiedstype 2 en 3    In gebiedstype 0 en 1   
   

eerste

drempel

waarde

tweede

drempel

waarde

eerste

drempel

waarde

tweede

drempel

waarde

1 Gras Zand of Niet-zand 60 170 80 200
2 Maïs Zand 65 130 80 160
3 Maïs Niet-zand 75 150 85 170
4 Granen Zand 65 145 80 180
5 Granen Niet-zand 75 165 80 180
6 Aardappelen Zand of Niet-zand 85 155 90 165
7 Specifieke
teelten
Zand of Niet-zand 85 190 90 200
8 Suikerbieten
en voederbieten
Zand 60 135 80 180
9 Suikerbieten
en voederbieten
Niet-zand 70 155 80 180
10 Overige teelten
met inbegrip
van voederkool
en
bladrammenas
Zand 65 135 80 180
11 Overige teelten
met inbegrip
van voederkool
en
bladrammenas
Niet-zand 75 155 80 180

 

Het teelttype als vermeld in de tabel in het tweede lid betreft de hoofdteelt die op het betrokken perceel, overeenkomstig de verzamelaanvraag, geteeld zal worden, tenzij de hoofdteelt in dat jaar wordt gevolgd door een specifieke teelt of door de teelt van aardappelen. In voorkomend geval wordt voor de toepassing van de tabel, vermeld in het tweede lid, rekening gehouden met de specifieke teelt of de teelt van aardappelen, die op dat perceel als nateelt uitgevoerd zal worden.

 

De bemonsteringen van de nitraatresidubepalingen, uitgevoerd in toepassing van dit decreet, gebeuren in de periode van 1 oktober tot en met 15 november. De nitraatresidubepalingen worden uitgevoerd door een erkend laboratorium als vermeld in artikel 61, § 7, overeenkomstig de bepalingen van het methodenboek als vermeld in artikel 61, § 8.

 

§ 2.

De Mestbank kan jaarlijks het nitraatresidu laten bepalen op percelen landbouwgrond gelegen in het Vlaamse Gewest.

 

De Mestbank bepaalt de percelen landbouwgrond waarvan het nitraatresidu bepaald moet worden en selecteert hierbij vooral percelen gelegen buiten gebiedstype 0 of percelen gelegen binnen gebiedstype 0 die in de afstroomzone liggen van een meetput van het freatisch grondwatermeetnet in landbouwgebied, uitgebaat door de Vlaamse Milieumaatschappij, of van het meetpunt voor oppervlakte-water van het MAP-meetnet oppervlaktewater in landbouwgebied, uitgebaat door de Vlaamse Milieumaatschappij, waar de drempel van 50 mg nitraat per liter werd overschreden.

 

De Mestbank zorgt ervoor dat de landbouwer tot wiens bedrijf het betreffende perceel behoort minstens een week voor de bemonstering in kennis wordt gesteld van de dag waarop de bemonstering zal uitgevoerd worden en van het perceel waarop de nitraatresidubepaling zal gebeuren. Bij betwistingen aangaande deze inkennisstelling kan de landbouwer de nietigheid van het resultaat van de uitgevoerde nitraatresidubepaling niet inroepen.

 

De landbouwer kan in zijn opdracht en op zijn kosten door een erkend laboratorium naar zijn keuze een nitraatresidubepaling laten uitvoeren op het perceel waarop een nitraatresidubepaling wordt uitgevoerd in opdracht van de Mestbank als vermeld in het eerste lid. In voorkomend geval wordt het laagste resultaat van de nitraatresidubepalingen in aanmerking genomen. Deze nitraatresidubepaling moet gebeuren in de periode van 1 oktober tot en met 15 november in hetzelfde jaar als de nitraatresidubepaling in opdracht van de Mestbank.

 

Onverminderd de nitraatresidubepalingen, opgelegd in uitvoering van artikel 14, § 6, kan de Mestbank een landbouwer opleggen in opdracht en op kosten van de landbouwer in kwestie door een erkend laboratorium op één of meerdere percelen landbouwgrond die behoren tot zijn bedrijf, een nitraatresidubepaling te laten uitvoeren. De Mestbank kan de verplichting tot het laten uitvoeren van één of meerdere nitraatresidubepalingen of van een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau opleggen aan de volgende landbouwers:

landbouwers die op hun bedrijf gebruikmaken van de mogelijkheden die voortvloeien uit de uitvoering van een besluit van de Europese Commissie tot verlening van een door de lidstaat België op grond van de Nitraatrichtlijn gevraagde derogatie;
landbouwers aan wie één of meerdere administratieve geldboetes of strafrechtelijke veroordelingen zijn opgelegd wegens overtreding van één of meerdere bepalingen van dit decreet;
landbouwers van wie het bedrijf niet beschikt over voldoende mestopslagcapaciteit als vermeld in artikel 9;
landbouwers aan wie een maatregel, correctie, andere mestsamenstelling, beperking van de afvoer, bijkomende mestverwerking of reductie als vermeld in artikel 62 werd opgelegd, of één of meerdere administratieve geldboetes als vermeld in artikel 63, § 1 tot en met § 3, of § 5.

 

§ 3.

Als in een bepaald jaar X op een tot het bedrijf behorend perceel landbouwgrond gelegen in gebiedstype 0 een nitraatresidu wordt gemeten dat hoger is dan de overeenkomstige eerste nitraatresidudrempelwaarde doch de overeenkomstige tweede nitraatresidudrempelwaarde niet overschrijdt, moet de betrokken landbouwer in het jaar X+1 in zijn opdracht en op zijn kosten op één door de Mestbank aangeduid perceel S een nitraatresidubepaling laten uitvoeren. Als het nitraat-residu van het perceel landbouwgrond in jaar X meerdere malen bepaald werd, dan wordt het laagste resultaat van de nitraatresidubepalingen in aanmerking genomen.

 

Als in het jaar X+1 bij de nitraatresidubepaling op het perceel S als vermeld in het eerste lid een nitraatresidu wordt gemeten dat hoger is dan de overeenkomstige eerste nitraatresidudrempelwaarde moet de betrokken landbouwer in het jaar X+2 in zijn opdracht en op zijn kosten een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, laten uitvoeren.

 

Een landbouwer laat in het jaar X+1 in zijn opdracht en op zijn kosten een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau uitvoeren, als in het jaar X op een tot zijn bedrijf behorend perceel landbouwgrond:

dat niet gelegen is in gebiedstype 0 een nitraatresidu wordt gemeten dat hoger is dan de overeenkomstige eerste nitraatresidudrempelwaarde;
een nitraatresidu wordt gemeten dat hoger is dan de overeenkomstige tweede nitraatresidudrempelwaarde.

 

Als in een bepaald jaar op een bedrijf een nitraatresiduevaluatie op bedrijfs-niveau moet gebeuren, is deze paragraaf niet van toepassing.

 

§ 4.

Voor het uitvoeren van een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau moeten er in een bepaald jaar op een minimaal aantal tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond nitraatresidubepalingen uitgevoerd worden. De resultaten van de in dat jaar uitgevoerde nitraatresidubepalingen worden vervolgens getoetst aan de gewogen gemiddelde drempelwaarden.

 

De bepalingen van paragraaf 4 tot en met 14 zijn van toepassing op alle nitraatresiduevaluaties op bedrijfsniveau die uitgevoerd moeten worden in uitvoering van dit decreet.

 

§ 5.

Een bedrijf dat in een bepaald jaar een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau uitvoert, laat in dat jaar:

op minimaal drie tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond het nitraatresidu bepalen. Voor bedrijven met minder dan drie tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond volstaat het om het nitraatresidu te bepalen op alle tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond;
minimaal op één perceel het nitraatresidu bepalen per nitraatresidutype als vermeld in de tabel in paragraaf 1, tweede lid, dat op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing is.

 

Een bedrijf dat in een bepaald jaar een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau uitvoert, laat in dat jaar een aantal nitraatresidubepalingen uitvoeren dat minimaal gelijk is aan de vierkantswortel van het aantal hectares landbouwgrond die in het betreffend jaar tot het bedrijf behoren. Als het resultaat van de vierkantswortel geen geheel getal is, wordt er afgerond naar het lagere gehele getal.

 

§ 6.

De Mestbank duidt de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond aan waarvan het nitraatresidu moet bepaald worden en brengt de landbouwer hiervan op de hoogte via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket.

 

Voor het beoordelen van de nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau wordt enkel rekening gehouden met de resultaten van de door de Mestbank aangeduide percelen en met de resultaten van de nitraatresidubepalingen die de Mestbank heeft laten uitvoeren op de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond. Als bij een landbouwer het nitraatresidu is bepaald van al zijn tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond wordt in afwijking hiervan, voor het beoordelen van de nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, rekening gehouden met de resultaten van al de tot hetbedrijf behorende percelen landbouwgrond.

 

Als op een door de Mestbank aangeduid perceel meerdere nitraatresidubepalingen uitgevoerd worden, wordt met het gemiddelde resultaat van deze nitraat-residubepalingen rekening gehouden bij de evaluatie.

 

§ 7.

Voor de beoordeling van de uitgevoerde nitraatresidubepalingen wordt het gewogen gemiddelde van de nitraatresidubepalingen vergeleken met de gewogen gemiddelde eerste nitraatresidudrempelwaarde van het betrokken bedrijf in het betreffende jaar en met de gewogen gemiddelde tweede nitraatresidudrempelwaarde van het betrokken bedrijf in het betreffende jaar.

 

Voor elk nitraatresidutype, ongeacht het gebiedstype, dat op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing is, wordt het aantal hectares tot op twee cijfers na de komma bepaald waarop dat nitraatresidutype, ongeacht het gebiedstype, van toepassing is. Dit getal wordt vermenigvuldigd met het resultaat van de nitraatresidubepaling uitgevoerd op een perceel waarop dit nitraatresidutype, ongeacht het gebiedstype, van toepassing is. Als voor één nitraatresidutype er nitraatresidubepalingen zijn uitgevoerd op meerdere percelen waarop dit nitraatresidutype, ongeacht het gebiedstype, van toepassing is, wordt eerst het gemiddelde bepaald van de nitraatresidumetingen van de verschillende percelen, alvorens dit te vermenigvuldigen met het aantal betrokken hectares. Nadat voor elk van de nitraatresidutypes die op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing zijn, de vermenigvuldiging is gebeurd, worden de bekomen getallen opgeteld en vervolgens gedeeld door het aantal hectares landbouwgrond die in het betreffende jaar tot het bedrijf behoren. Het resultaat van deze deling is het gewogen gemiddelde van de nitraatresidubepalingen als vermeld in het eerste lid.

 

Voor elk van de nitraatresidutypes die op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing zijn, wordt het aantal hectares tot op twee cijfers na de komma bepaald, van enerzijds de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, gelegen in gebiedstype 0 of gebiedstype 1, waarop dat nitraatresidutype van toepassing is en van anderzijds de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarop dat nitraatresidutype van toepassing is. Elk van beide getallen wordt vermenigvuldigd met de overeenkomstige eerste nitraatresidudrempelwaarde voor het betrokken nitraatresidutype en voor de betrokken gebiedstypes. Nadat voor elk van de nitraatresidutypes die op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing zijn de beide vermenigvuldigingen zijn gebeurd, worden de bekomen getallen opgeteld en vervolgens gedeeld door het aantal hectares landbouwgrond die in het betreffende jaar tot het bedrijf behoren. Het resultaat van deze deling is de gewogen gemiddelde eerste nitraatresidudrempelwaarde van het betrokken bedrijf in het betreffende jaar als vermeld in het eerste lid.

 

Voor elk van de nitraatresidutypes die op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing zijn, wordt het aantal hectares tot op twee cijfers na de komma bepaald van enerzijds de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, gelegen in gebiedstype 0 of gebiedstype 1, waarop dat nitraatresidutype van toepassing is en van anderzijds de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarop dat nitraatresidutype van toepassing is. Elk van beide getallen wordt vermenigvuldigd met de overeenkomstige tweede nitraatresidudrempelwaarde voor het betrokken nitraatresidutype en voor de betrokken gebiedstypes. Nadat voor elk van de nitraatresidutypes die op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing zijn, de beide vermenig-vuldigingen zijn gebeurd, worden de bekomen getallen opgeteld en vervolgens gedeeld door het aantal hectares landbouwgrond die in het betreffende jaar tot het bedrijf behoren. Het resultaat van deze deling is de gewogen gemiddelde tweede nitraatresidudrempelwaarde van het betrokken bedrijf in het betreffende jaar als vermeld in het eerste lid.

 

Als er voor een nitraatresidutype, ongeacht het gebiedstype, dat op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing is, geen resultaat van een nitraatresidubepaling uitgevoerd op een perceel waarop dit nitraatresidutype, ongeacht het gebiedstype, van toepassing is, beschikbaar is, wordt voor het bepalen van het gewogen gemiddelde van de nitraatresidubepalingen en van de gewogen gemiddelde eerste en tweede nitraatresidudrempelwaarde voor het betrokken bedrijf, geen rekening gehouden met het aantal hectares tot op twee cijfers na de komma waarop dat nitraatresidutype van toepassing is.

 

§ 8.

Een landbouwer die, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, het nitraatresidu moest bepalen op één door de Mestbank aangeduid perceel en dit niet heeft laten uitvoeren of die de uitvoering van een nitraatresidubepaling die niet kadert in een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, heeft gehinderd, moet het volgende kalenderjaar een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau laten uitvoeren.

 

Een landbouwer die, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau moest laten uitvoeren en dit niet heeft laten uitvoeren, of die de uitvoering van een nitraatresidubepaling die kadert in een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, heeft gehinderd, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met een landbouwer waarbij uit het resultaat van de nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau blijkt dat het gewogen gemiddelde van de nitraatresidubepalingen groter is dan de gewogen gemiddelde tweede nitraat-residudrempelwaarde van het bedrijf.

 

§ 9.

Het resultaat van de nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, uitgevoerd in een bepaald jaar, is positief als het gewogen gemiddelde van de in dat jaar bepaalde nitraatresidu’s kleiner dan of gelijk is aan de gewogen gemiddelde eerste nitraatresidudrempelwaarde van het bedrijf, bepaald op basis van de nitraatresidudrempelwaardes in gebiedstype 3 als vermeld in paragraaf 1, tweede lid.

 

Voor het bepalen van de gewogen gemiddelde eerste nitraatresidudrempelwaarde van het bedrijf, bepaald op basis van de nitraatresidudrempelwaardes in gebiedstype 3 als vermeld in het eerste lid wordt, voor elk van de nitraatresidutypes die op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing zijn, het aantal hectares tot op twee cijfers na de komma bepaald waarop dat nitraatresidutype, ongeacht het gebiedstype, van toepassing is. Dit getal wordt vermenigvuldigd met de overeenkomstige eerste nitraatresidudrempelwaarde voor het betrokken nitraatresidutype voor percelen gelegen in gebiedstype 3. Nadat voor elk van de nitraatresidutypes die op het betreffende bedrijf in het betreffende jaar van toepassing zijn, de vermenigvuldiging is gebeurd, worden de bekomen getallen opgeteld en vervolgens gedeeld door het aantal hectares landbouwgrond die in het betreffende jaar tot het bedrijf behoren. Het resultaat van deze deling is de gewogen gemiddelde eerste nitraatresidudrempelwaarde van het bedrijf, bepaald op basis van de nitraatresidudrempelwaardes in gebiedstype 3 als vermeld in het eerste lid.

 

§ 10.

Als uit het resultaat van de nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, uitgevoerd in het jaar X, blijkt dat het gewogen gemiddelde van de nitraatresidu-bepalingen groter is dan de gewogen gemiddelde eerste nitraatresidudrempelwaarde van het bedrijf en kleiner dan of gelijk aan de gewogen gemiddelde tweede nitraatresidudrempelwaarde van het bedrijf, moet het betreffende bedrijf in het jaar X+1 de volgende maatregelen naleven:

een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau laten uitvoeren;
een bemestingsplan bijhouden voor al de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond;
teeltfiches bijhouden voor alle teelten die in het jaar X+1 op het bedrijf verbouwd worden.

 

§ 11.

Als uit het resultaat van de nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, uitgevoerd in het jaar X, blijkt dat het gewogen gemiddelde van de nitraatresidubepalingen groter is dan de gewogen gemiddelde tweede nitraatresidudrempelwaarde van het bedrijf, of als blijkt dat het resultaat van de nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, uitgevoerd in het jaar X en in het jaar X-1, telkens groter is dan de gewogen gemiddelde eerste nitraatresidudrempelwaard van het bedrijf, dan moet het betreffende bedrijf in het jaar X+1 de volgende maatregelen naleven:

een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau laten uitvoeren;
een bemestingsplan bijhouden voor al de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond;
teeltfiches bijhouden voor alle teelten die in het jaar X+1 op het bedrijf verbouwd worden;
geen derogatie mogelijk in het jaar X+1;
de landbouwer laat zich begeleiden door een gecertificeerde adviesinstantie en volgt de adviezen van de gecertificeerde adviesinstantie op, met dien verstande dat de adviezen en de opvolging van deze adviezen niet mogen afwijken van de bepalingen van dit decreet.

 

§ 12.

De beoordeling van de resultaten van de nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau en het opleggen van de gevolgen, vermeld in paragraaf 10 en paragraaf 11, gebeurt van rechtswege. De Mestbank vermeldt de beoordeling van de resultaten en de opgelegde gevolgen op het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket. De landbouwer kan tegen deze beoordeling en de opgelegde gevolgen bezwaar indienen uiterlijk op 15 maart van het betrokken jaar. In afwijking hiervan wordt, als voor een bepaald bedrijf op 15 februari van een bepaald jaar de beoordeling en de gevolgen nog niet vermeld worden op het door de Mestbank ter beschikking gesteld internetloket, voor de betrokken landbouwer de termijn om bezwaar in te dienen verlengd tot de dertigste dag nadat de beoordeling en de gevolgen voor zijn bedrijf op het internetloket vermeld werden.

 

Het bezwaar moet per beveiligde zending gericht worden aan het afdelingshoofd van de Mestbank.

 

Het afdelingshoofd van de Mestbank neemt een beslissing binnen 90 dagen vanaf de verzending van de beveiligde zending, vermeld in het eerste lid. De beslissing wordt aan de indiener van het bezwaar ter kennis gebracht via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket. De indiening van een bezwaar schorst de aangevochten beslissing niet.

 

§ 13.

Voor de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met alle nitraatresidubepalingen die, in uitvoering van dit decreet of een andere wetgeving, uitgevoerd zijn op een perceel of op percelen waarop in toepassing van de artikelen 14 en 15 een nitraatresidubepaling wordt genomen of moet worden genomen.

 

Het erkend laboratorium dat een nitraatresidubepaling uitvoert in toepassing van dit artikel stelt de Mestbank, uiterlijk de werkdag voor de bemonstering, hiervan in kennis, via de door de Mestbank ter beschikking gestelde webapplicatie.

 

§ 14.

De Vlaamse Regering kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel stellen, onder meer met betrekking tot de wijze waarop de resultaten van de nitraatresidubepalingen aan de Mestbank overgemaakt moeten worden.

 

De Vlaamse Regering kan bepalen dat bij een overdracht, een overname, een opsplitsing of een wijziging van de bedrijfsstructuur van een bedrijf de gevolgen, vermeld in paragraaf 10 en paragraaf 11, aan beide bedrijven of aan één van beide bedrijven opgelegd worden.

 

Voor de toepassing van dit artikel kan de Vlaamse Regering een afwijkende regeling uitwerken voor landbouwers die laattijdig nog bepaalde aanpassingen doorvoeren in de verzamelaanvraag die betrekking heeft op het betreffende kalenderjaar.