Art. 26.

ß 1.

De landbouwer die opteert voor het nutriŽntenbalansstelsel moet dat kenbaar maken aan de Mestbank aan de hand van de bijgevoegde stavings-stukken naar aanleiding van de aangifte, vermeld in artikel 23, betreffende het productiejaar waarop de aangifte betrekking heeft en naar aanleiding van een controle voor het lopende productiejaar. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast, ondermeer voor wat betreft de bepaling van de aan- en afvoerposten van de nutriŽntenbalans.

ß 2.

Wanneer de landbouwer heeft geopteerd voor het nutriŽntenbalansstelsel, kan voor de berekening van de productie van dierlijke mest de reŽle P2O5 -of reŽle N-uitscheiding per dier en per jaar worden gehanteerd voor :

  1. de dieren die gedurende een bepaalde periode uitsluitend met voeders werden gevoederd waarvan de fabrikanten in het kader van de productnormering een wijziging van de P2O5- of N-uitscheiding hebben gewaarborgd.
    Deze berekeningswijze, gesteund op reŽle waarden, geldt enkel voor exploitaties die gedurende een bepaalde periode uitsluitend voormelde voeders gebruiken voor alle dieren van de beschouwde diercategorie.
    Voor de toepassing van deze reŽle uitscheidingshoeveelheden moet de landbouwer jaarlijks aan de Mestbank het bewijs leveren dat bedoelde dieren gedurende de beschouwde periode uitsluitend met het voeder, bedoeld in het eerste lid, werden gevoederd. Als bewijs geldt een attest afgeleverd door de voeder leverancier. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast, ondermeer met betrekking tot de gegevens die op het attest dienen vermeld te worden;
  2. alle dieren die gehouden worden op een exploitatie waar gedurende het hele kalenderjaar voedertechnieken of voeders werden gebruikt die een wijziging van de P2O5- of N-uitscheiding tot gevolg hebben. Deze berekeningswijze, gesteund op reŽle waarden, geldt enkel voor exploitaties die uitsluitend voormelde voedertechnieken of voeders gebruiken. De bewijslast voor deze reŽle P2O5- of reŽle N-uitscheiding per dier en per jaar ligt bij de landbouwer.

ß 3.

De landbouwer die het nutriŽntenbalansstelsel toepast, moet de jaarlijks opgemaakte balansen, alsook de geŽigende bescheiden ter staving van de aan-en afvoerposten, gedurende 5 jaar ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaren. De bewijslast van de aan- en afvoerposten van de balans of balansen ligt bij de landbouwer.

ß 4.

[...]

ß 5.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen, ondermeer met betrekking tot de wijze van opstelling van de bedoelde nutriŽntenbalans, het bepalen van de werkelijke mineraleninhoud van de diervoeders en de stukken die zij nodig acht ter staving van de voormelde nutriŽntenbalans.

ß 6.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende het gebruik door rundveebedrijven van een specifiek nutriŽntenbalanssysteem.