Art. 49.

§ 1.

Artikel 48 is niet van toepassing op het vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen voor zover tegelijk aan de volgende voorwaarden voldaan wordt :

de oorsprong en de bestemming van het vervoer zijn gelegen binnen het grondgebied van het Vlaamse Gewest;
het vervoer gebeurt door een mestvoerder die noch door de Mestbank erkend is, noch in opdracht rijdt van een erkend mestvoerder; 
het vervoer behoort tot één van de volgende types :
a) het vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen vanuit een bepaalde exploitatie naar de landbouwgronden van dezelfde exploitatie of het vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen vanuit een bepaalde exploitatie naar landbouwgronden van een andere exploitatie op voorwaarde dat beide exploitaties deel uitmaken van hetzelfde bedrijf en dat bedrijf maximaal drie verschillende exploitaties heeft;
b) het vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen vanuit een exploitatie naar een opslag van een andere exploitatie, op voorwaarde dat beide exploitaties deel uitmaken van hetzelfde bedrijf en dit bedrijf maximaal drie verschillende exploitaties heeft;
c) het vervoer van dierlijke mest geproduceerd op een exploitatie gelegen in een bepaalde gemeente naar een andere exploitatie, die gelegen is in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente;
d) het vervoer van champost geproduceerd op een uitbating gelegen in een bepaalde gemeente naar een exploitatie die gelegen is in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente;
e) het vervoer van spuistroom geproduceerd op een exploitatie gelegen in een bepaalde gemeente naar een exploitatie die gelegen is in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente;
f) vervoer van dierlijke mest geproduceerd op een exploitatie gelegen in een bepaalde gemeente naar een verwerkingseenheid gelegen in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente, waarbij elk transport bij aankomst op de verwerkingseenheid gewogen wordt;
g) vervoer van effluent geproduceerd op een verwerkingseenheid gelegen in een bepaalde gemeente naar een exploitatie gelegen in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente, waarbij elk transport bij vertrek op de verwerkingseenheid gewogen wordt.

 

In de gevallen vermeld in het eerste lid, b), c), d), e), f), en g), dient tevens te worden voldaan aan de volgende voorwaarden :

het verhandelen van dierlijke mest of spuistroom heeft vooraf het voorwerp uitgemaakt van een schriftelijke overeenkomst tussen de betrokken partijen. De Vlaamse Regering stelt de inhoud van die overeenkomst vast;
deze schriftelijke overeenkomst werd voorafgaandelijk aan het vervoer bij de Mestbank geregistreerd via de door de Mestbank ter beschikking gestelde internetapplicatie;
tijdens elk vervoer legt de bestuurder van het transportmiddel het bewijs van de registratie, vermeld in punt 2°, op eenvoudig verzoek van de met toezicht belaste ambtenaar voor;
indien de overeenkomst niet of niet volledig wordt uitgevoerd, dient dit steeds te worden gemeld aan de Mestbank; 
het vervoer gebeurt door de aanbieder of de afnemer met een trekkend voertuig waarvan hij eigenaar is. In geval van een transport van vloeibare dierlijke mest, is het trekkend voertuig in kwestie uitgerust met een AGR-GPS-systeem. Tijdens elk transport van vloeibare dierlijke mest wordt het AGR-GPS-systeem gebruikt, zodat detraceerbaarheid van de betreffende transporten gewaarborgd is.
elk vervoer als vermeld in het eerste lid, f) en g), dat uitgevoerd wordt in het kader van de schriftelijke overeenkomst moet uiterlijk de dag voorafgaand aan het vervoer door de aanbieder of de afnemer aan de Mestbank gemeld worden.
de schriftelijke overeenkomst vermeldt de periode gedurende dewelke het vervoer zal uitgevoerd worden. Deze periode is steeds gelegen binnen één kalenderjaar en is maximaal drie maanden lang.

 

Als de bestemming van een vervoer als vermeld in het eerste lid landbouwgrond is, moeten de landbouwgronden, waarnaar de meststoffen vervoerd worden, behoren tot het bedrijf van de landbouwer die de meststoffen ontvangt.

 

In afwijking van het eerste en het tweede lid gebeurt vanaf 1 augustus van elk kalenderjaar het vervoer van vloeibare dierlijke mest naar een perceel, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarop een teelt wordt verbouwd die geen blijvende teelt en geen grasland is, overeenkomstig artikel 48.

 

De afwijking, vermeld in het vierde lid, geldt niet voor exploitaties die behoren tot een bedrijf dat hetzij een equivalente maatregel toepast, voor de maatregel vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 4°, hetzij over een vrijstelling als vermeld in artikel 14, § 6, beschikt.

 

In afwijking van het tweede lid, 5°, dient het trekkend voertuig niet uitgerust te zijn met een AGR-GPS-systeem, als de afnemer van de meststoffen geen percelen landbouwgrond heeft die gelegen zijn in gebiedstype 2 of gebiedstype 3.

 

In afwijking van het eerste en het tweede lid, kan de Mestbank aan een aanbieder of afnemer die met toepassing van het eerste lid, 3°, a), b), c), d), e), f), en g), dierlijke mest of andere meststoffen vervoert of laat vervoeren en aan wie één of meerdere administratieve geldboetes of strafrechtelijke veroordelingen werden opgelegd wegens overtreding van één of meerdere bepalingen van dit decreet of aan wie na een doorlichting als vermeld in artikel 62, één of meerdere maatregelen opgelegd worden als vermeld in artikel 62, voor het vervoer van deze dierlijke mest of andere meststoffen de verplichting opleggen dit vervoer te laten uitvoeren door een erkende mestvoerder.

 

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast en bepaalt de voorwaarden waaraan de weging, als vermeld in het eerste lid, 3°, f), en g), moet voldoen. De Vlaamse Regering kan de nadere regels stellen aangaande de wijze waarop landbouwers hun trekkende voertuigen met AGR-GPS moeten laten registreren bij de Mestbank en de nadere regels aangaande de wijze waarop het AGR-GPS-systeem gebruikt moet worden.

 

De Vlaamse Regering kan, in afwijking van het eerste lid, 3°, c) tot en met g), voor één of meerdere van de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3°, c) tot en met g), een ander afstandscriterium bepalen.

 

De Vlaamse Regering kan de types van vervoer als vermeld in het eerste lid, 3°, uitbreiden met het vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen vanuit een exploitatie naar een andere exploitatie en bepaalt de voorwaarden die nageleefd moeten worden opdat dit type van vervoer niet uitgevoerd moet worden door een erkende mestvoerder. Voor dit type van vervoer zijn de beide exploitaties gelegen in dezelfde gemeente of een aangrenzende gemeente, tenzij de Vlaamse Regering een ander afstandscriterium bepaalt. De Vlaamse Regering kan deze uitbreiding beperken tot bepaalde soorten dierlijke mest of andere meststoffen.