Art. 54.

De Mestbank kan het transport verbieden als zij vaststelt dat de dierlijke mest of andere meststoffen zullen worden afgezet of vervoerd in strijd met de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, van de verordening nr. 1069/2009, van de regelgeving van de plaats van bestemming voor wat betreft mesttransporten waarvan de plaats van bestemming buiten het Vlaamse Gewest is gelegen of van de Verordening nr. 1013/2006. Dit transportverbod wordt door de Mestbank ter kennis gebracht van de betrokken mestvoerder en wordt steeds gemotiveerd.

 

Als de Mestbank vermoedt dat op een bedrijf, mestverzamelpunt, bewerkingseenheid of verwerkingseenheid de bepalingen van dit decreet niet correct nageleefd worden of dat de meststoffen op een onoordeelkundige wijze gebruikt worden, kan ze opleggen dat elke aanvoer of afvoer van dierlijke mest of andere meststoffen naar dat bedrijf, mestverzamelpunt, bewerkingseenheid of verwerkingseenheid verboden is, behalve na voorafgaande en schriftelijke toestemming van de Mestbank.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze waarop dit transportverbod wordt opgelegd.


Het niet opleggen van een transportverbod door de Mestbank voor een bepaald transport van meststoffen, houdt geen bevestiging in van de Mestbank dat het transport wel overeenkomstig hoger genoemde bepalingen werd uitgevoerd. De mestvoerder is steeds gehouden de dierlijke mest of andere meststoffen te vervoeren en af te zetten overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, van de verordening nr. 1069/2009, van de regelgeving van de plaats van bestemming voor wat betreft mesttransporten waarvan de plaats van bestemming buiten het Vlaamse Gewest is gelegen of van de Verordening nr. 1013/2006.