Art. 63.

§ 1

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke landbouwer, die de nutriënten niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.


Het aantal nutriënten dat niet is afgezet overeenkomstig dit decreet, is de som van het aantal kg stikstof dat niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 1°, en het aantal kg P2O5 die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 2°.


De hoogte van de administratieve geldboete verschilt naargelang de soort mest die niet correct is afgezet. De administratieve geldboete bedraagt:

5 euro voor elke op het bedrijf geproduceerde kg P2O5 of N uit rundermengmest die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;
2 euro voor elke op het bedrijf geproduceerde kg P2O5 of N uit rundermest andere dan rundermengmest die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;
3 euro voor elke op het bedrijf geproduceerde kg P2O5 of N uit varkensmest die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;
0,4 euro voor elke op het bedrijf geproduceerde kg P2O5 of N uit pluimveemest die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;
2,5 euro voor elke op het bedrijf geproduceerde kg P2O5 of N, andere dan deze vermeld onder 1° tot en met 4°, die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;

2 euro voor elke niet op het bedrijf geproduceerde kg P2O5 of N, die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.


Als uit de doorlichting niet duidelijk is geworden, welke soort mest als vermeld in het derde lid, niet afgezet is overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, wordt het gedeelte van het aantal kg stikstof dat niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 1°, en het gedeelte van het aantal kg P2O5 die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 2°, waarvoor niet duidelijk is op welke soort mest als vermeld in het derde lid, het betrekking heeft, toegewezen aan een of meerdere van de soorten mest als vermeld in het derde lid.


Voor het toewijzen aan een soort mest als vermeld in het derde lid, wordt voor elke mestsoort, vermeld in het derde lid, 1° tot en met 5°, een balans gemaakt, voor respectievelijk N en P2O5, door de berekende dierlijke mestproductie, uitgedrukt respectievelijk in kg P2O5 en in kg N, van deze mestsoort, te vermeerderen met het opslagverschil, uitgedrukt respectievelijk in kg P2O5 en in kg N, van deze mestsoort en de nettoaanvoer van deze mestsoort, uitgedrukt respectievelijk in kg P2O5 en in kg N, met dien verstande dat de nettoaanvoer maximaal nul is. Men bekomt zo twee rundermengmestbalansen, twee rundermest-andere dan mengmestbalansen, twee varkensmestbalansen, twee pluimveemestbalansen en twee andere-mestbalansen, die uitgedrukt zijn respectievelijk in kg P2O5 en in kg N. Als het resultaat van een balans lager is dan nul, wordt het tot nul herleid. Het opslagverschil en de nettoaanvoer worden bepaald conform artikel 62bis.


Het gedeelte van het aantal kg stikstof dat niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 1°, en het gedeelte van het aantal kg P2O5 die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 2°, waarvoor niet duidelijk is op welke soort mest als vermeld in het derde lid, het betrekking heeft, wordt in de volgende volgorde, aan een of meerdere van de soorten mest als vermeld in het derde lid, toegewezen:

eerst aan de mestsoort, vermeld in het derde lid, 1°, voor het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de rundermengmestbalans. In voorkomend geval wordt het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de rundermengmestbalans verminderd met het aantal kg rundermengmest, uitgedrukt in kg P2O5 respectievelijk kg N, waarvan bij de doorlichting al was gebleken dat deze niet correct was afgezet;
dan aan de mestsoort, vermeld in het derde lid, 3°, voor het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de varkensmestbalans. In voorkomend geval wordt het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de varkensmestbalans verminderd met het aantal kg varkensmest, uitgedrukt in kg P2O5 respectievelijk kg N, waarvan bij de doorlichting al was gebleken dat deze niet correct was afgezet;
daarna aan de mestsoort, vermeld in het derde lid, 5°, voor het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de andere-mestbalans. In voorkomend geval wordt het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de andere-mestbalans verminderd met het aantal kg mest, andere dan deze vermeld in het derde lid, 1° tot en met 4°, uitgedrukt in kg P2O5 respectievelijk kg N, waarvan bij de doorlichting al was gebleken dat deze niet correct was afgezet;
vervolgens aan de mestsoort, vermeld in het derde lid, 2°, voor het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de rundermest-andere dan mengmestbalans. In voorkomend geval wordt het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de rundermest-andere dan mengmestbalans verminderd met het aantal kg rundermest-andere dan mengmest, uitgedrukt in kg P2O5 respectievelijk kg N, waarvan bij de doorlichting al was gebleken dat deze niet correct was afgezet;
ten slotte aan de mestsoort, vermeld in het derde lid, 5°, voor het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de pluimveemestbalans. In voorkomend geval wordt het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N, dat het resultaat is van de pluimveemestbalans verminderd met het aantal kg pluimveemest, uitgedrukt in kg P2O5 respectievelijk kg N, waarvan bij de doorlichting al was gebleken dat deze niet correct was afgezet.


Als na de toewijzing, vermeld in het zesde lid, 5°, het aantal nutriënten dat niet is afgezet overeenkomstig dit decreet als vermeld in het tweede lid, nog niet volledig is toegewezen aan één of meerdere mestsoorten als vermeld in het derde lid, wordt het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N dat nog niet is toegewezen, toegewezen aan de mestsoort, vermeld in het derde lid, 6°.


Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig deze paragraaf, verdubbeld.

 

§ 2

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan elke landbouwer die op zijn bedrijf op jaarbasis gemiddeld meer dieren houdt dan de toegekende nutriëntenemissierechten en tijdelijke nutriëntenemissierechten op jaarbasis voor die diersoort gemiddeld toelaten te houden, een administratieve geldboete opgelegd voor de dieren waarvoor de landbouwer niet beschikt over nutriëntenemissierechten.


De administratieve geldboete wordt berekend volgens de volgende formule:
NER-D2 – NER-D1 x 1 euro = AGNER-D1;
waarbij:
NER-D2 = de som van de producten van het aantal gehouden dieren per diercategorie vermenigvuldigd met de waarden NER-D en TNER-D per diercategorie van de tabel voorzien in artikel 30, § 3;
NER-D1 = de som van de aan de landbouwer op basis van de artikelen 30, 32, 34 en 36 toegekende NER-D en TNER-D verminderd met de som van de overeenkomstig de artikelen 29, 31, 34, 37, 40, 47 en 62, geannuleerde of gereduceerde nutriëntenemissierechten;
AGNER-D1 = de administratieve geldboete.
Bij herhaling van een overtreding als vermeld in het eerste lid binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, bedraagt de administratieve geldboete:
NER-D2 - NER-D1 x 2 euro = AGNER-D2;
AGNER-D2 = de administratieve geldboete voor een tweede of volgende overtreding.

De landbouwer kan opschorting van inning van de geldboete vragen, volgens de procedure als vermeld in de artikelen 67 en 68. Hiertoe dient hij zich te verbinden om, ten einde de bedrijfsbalans over een periode van twee jaar in evenwicht te brengen, in het daaropvolgende productiejaar de te houden veestapel te verminderen zodanig dat over de twee productiejaren heen de overschreden nutriëntenemissierechten gecompenseerd zijn. De geldboete blijft in dit geval opgeschort totdat door de Mestbank is nagegaan of aan deze verbintenis is voldaan.


In geval aan deze verbintenis niet blijkt voldaan te zijn, is de administratieve geldboete AGNER-D2 op grond van de NER-D waarmee over de periode van de twee opeenvolgende productiejaren heen bekeken, de nutriëntenemissierechten zijn overschreden. Bovendien kan de landbouwer de procedure van de opschorting van de betaling van de geldboete zoals bedoeld in het vierde lid niet meer aanvragen voor het productiejaar waarvoor hij zich had verbonden de veestapel te verminderen.


In geval aan deze verbintenis wel blijkt voldaan te zijn, wordt de vastgestelde boete definitief kwijtgescholden.


Bij herhaling van een overtreding als vermeld in het eerste lid binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, houdt men echter rekening met de definitief kwijtgescholden boete, en bedraagt de administratieve geldboete bijgevolg AGNER-D2.

 

§ 3

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan het bedrijf dat niet voldoet aan de mestverwerkingplicht, vermeld in artikel 29, aan de verwerking van de 25 % nutriëntenemissierechten als vermeld in artikel 34, § 1, 1°, tweede lid, of aan de bijkomende mestverwerkingsplicht, vermeld in artikel 62, § 5, een administratieve geldboete opgelegd.


Deze administratieve geldboete bedraagt 2 euro per kg stikstof, die niet is verwerkt overeenkomstig artikel 29.


Bij de vaststelling van een tweede en volgende overtreding, binnen de vijf jaren na het jaar waarin een eerdere overtreding werd begaan als vermeld in het eerste lid, bedraagt de administratieve geldboete 4 euro per kg stikstof.

 

§ 4

Lastens de producent, verdeler, importeur of exporteur van andere meststoffen, de uitbater van een mestverzamelpunt, een bewerkings- of een verwerkingseenheid, de erkende mestvoerder of de producent, verdeler, importeur of exporteur van kunstmest, die de door hen geproduceerde, verhandelde of overgedragen meststoffen niet afgezet of geëxporteerd hebben overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt een administratieve geldboete opgelegd van 5 euro per kg N en 5 euro per kg P2O5, waarvan op basis van de berekening, opgemaakt overeenkomstig artikel 62bis, § 12, niet blijkt dat deze afgezet is overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.


Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt de administratieve geldboete berekend overeenkomstig de voorgaande leden, verdubbeld.

 

§ 5.

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder bij wie tijdens een doorlichting wordt vastgesteld dat hij op een perceel meer meststoffen opbrengt of laat opbrengen dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.

 

De administratieve geldboete bedraagt 600 euro vermenigvuldigd met het aantal hectares landbouwgrond waarop er meer meststoffen opgebracht zijn dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, met dien verstande dat de administratieve geldboete steeds minimaal 600 euro bedraagt.

 

In afwijking van het tweede lid wordt, als men enkel meer heeft opgebracht of heeft laten opbrengen dan op dat perceel toegelaten overeenkomstig artikel 16, 41bis en 41ter van dit decreet, de administratieve geldboete berekend door het aantal hectares landbouwgrond waarop er meer meststoffen opgebracht zijn dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, 41bis en 41ter, te vermenigvuldigen met 300, met dien verstande dat de administratieve geldboete steeds minimaal 300 euro bedraagt.

 

De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, een administratieve geldboete opgelegd is wegens het opbrengen of laten opbrengen van meer meststoffen dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.

 

§ 6.

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke aangifteplichtige als vermeld in artikel 23 die de aangifte niet of te laat heeft ingediend.

 

De administratieve geldboete bedraagt 250 euro, waarvan 200 euro met uitstel. Het uitstel ten belope van 200 euro komt van rechtswege te vervallen als de aangifteplichtige aan één van de volgende twee voorwaarden niet heeft voldaan:

de aangifteplichtige heeft de aangifte alsnog ingediend binnen de termijn, vermeld in het derde lid;
de 50 euro opgelegd zonder uitstel werd betaald binnen de termijn, vermeld in het derde lid.

 

Opdat het uitstel ten belope van 200 euro niet komt te vervallen, moet de aangifteplichtige de aangifte uiterlijk op 15 april van het betrokken aangiftejaar alsnog ingediend hebben, met dien verstande dat:

als de boete betrekking heeft op het niet indienen van de verzamelaanvraag, de aangifte uiterlijk op 21 mei van het betrokken productiejaar moet ingediend zijn;
als de termijn waarover de aangifteplichtige beschikt om de aangifte alsnog in te dienen, korter is dan vijftien kalenderdagen, vanaf de kennisgeving van de administratieve geldboete, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, dan wordt de termijn verlengd tot de vijftiende kalenderdag vanaf de kennisgeving van de administratieve geldboete via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid.

 

Als de aangifteplichtige voldaan heeft aan de voorwaarden, vermeld in het tweede en het derde lid, wordt het uitstel ten belope van 200 euro van rechtswege omgezet in een opheffing en is de administratieve geldboete beperkt tot de 50 euro die opgelegd werd zonder uitstel.

 

De administratieve geldboete wordt opgelegd per aangifte die niet of niet tijdig werd ingediend, met dien verstande dat de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.

 

Als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet, niet tijdig of foutief indienen van de aangifte bedraagt de administratieve geldboete 500 euro, volledig opgelegd zonder uitstel.

 

§ 7.

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke aangifteplichtige als vermeld in artikel 23 die de aangifte foutief heeft ingediend.

 

De administratieve geldboete bedraagt 250 euro per aangiftegegeven dat in de aangifte foutief werd aangeduid of dat verkeerdelijk niet vermeld werd in de aangifte, met dien verstande dat de administratieve geldboete maximaal 1000 euro per aangifte bedraagt en de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.

 

De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet, niet tijdig of foutief indienen van de aangifte.

 

§ 8

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan de landbouwer, vermeld in artikel 26, tweede lid, die voor een of meerdere exploitaties, en voor een of meerdere diercategorieën van de diersoort varkens, het nutriëntenbalansstelsel als vermeld in artikel 26, niet toepast of die het toepast en de nutriëntenbalans en de bijhorende stavingsstukken van deze balans niet kan voorleggen, een administratieve geldboete opgelegd.


De administratieve geldboete bedraagt 1 euro, vermenigvuldigd met de gemiddelde veebezetting van het aantal dieren van de diersoort varkens, die op de betrokken exploitatie of de betrokken exploitaties gedurende dat jaar werden gehouden.


Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via het aangetekend schrijven, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, bedraagt de administratieve geldboete 2 euro, vermenigvuldigd met de gemiddelde veebezetting van het aantal dieren van de diersoort varkens, die op de betrokken exploitatie of de betrokken exploitaties gedurende dat jaar werden gehouden.

 

§ 9

Lastens eenieder die in uitvoering van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten een staalname of analyse moet laten uitvoeren en deze staalname of analyse niet of niet correct laat uitvoeren, wordt een administratieve geldboete opgelegd.

 

De administratieve geldboete bedraagt:

150 euro per nitraatresidubepaling die niet of niet correct werd uitgevoerd;
250 euro per staalname of analyse, andere dan een nitraatresidubepaling, die niet of niet correct werd uitgevoerd.

 

De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor hetpleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of niet correct laten uitvoeren van een staalname of analyse.

 

§ 10

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd:

van 250 euro aan eenieder die een register als vermeld in artikel 24, § 1, § 5 of § 6, niet of foutief bijhoudt;
van 250 euro aan de uitbater van een mestverzamelpunt, die een register als vermeld in artikel 24, § 3, niet of foutief bijhoudt;
van 2500 euro aan de uitbater van een bewerkings- of verwerkingseenheid die een register als vermeld in artikel 24, § 3, niet of foutief bijhoudt, of waarvan de staving van het register, overeenkomstig de bepalingen van artikel 24, § 3, tweede lid, niet of niet correct is gebeurd;
van 2500 euro aan eenieder die een register als vermeld in artikel 24, § 2, niet of foutief bijhoudt;
van 250 euro aan eenieder die de balansen en de bijhorende stavingsstukken, vermeld in artikel 26, § 3, niet of foutief bijhoudt;
van 250 euro per stavingsstuk, ander dan een stavingsstuk, vermeld onder punt 4°, van de aangifte als vermeld in artikel 23 of van een register als vermeld in artikel 24 dat niet of foutief is bijgehouden, met dien verstande dat voor stavingsstukken die betrekking hebben op een aangifte, de administratieve geldboete maximaal 1000 euro per aangifte bedraagt en de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.

 

De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of foutief bijhouden van een of meerdere stukken als vermeld in het eerste lid.

 

§ 11

Onverminderd artikel 71 en 72 wordt aan iedere landbouwer aan wie een annulering met 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten wordt opgelegd en die geen geldige melding doet als vermeld in artikel 34, § 1, derde lid, een administratieve geldboete opgelegd.


De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt berekend volgens de volgende formule:
X: [(het aantal NER-Dred vermenigvuldigd met 2) vermenigvuldigd met M] en gedeeld door 365;
waarbij:
X = het bedrag van de administratieve geldboete, uitgedrukt in euro;
NER-Dred: het aantal NER-D dat met toepassing van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, door de Mestbank werd gereduceerd;
M: het aantal kalenderdagen tussen de datum van de toewijzing van een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder, of van een aandelenoverdracht, waarvoor met toepassing van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, een annulering met 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten wordt opgelegd en de datum waarop de Mestbank de overgenomen nutriëntenemissierechten effectief heeft geannuleerd met toepassing van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°.

 

§ 12

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder die hetzij als aanbieder, hetzij als ontvanger, hetzij als vervoerder, hetzij als AGR-GPS dienstverlener, hetzij in enige andere hoedanigheid betrokken is bij een transport van meststoffen, en een zware overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen begaat.


De volgende personen begaan een zware overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen als vermeld in het eerste lid:

de twee exploitanten die betrokken zijn bij een inscharing waarvoor geen inscharingscontract als vermeld in artikel 47, § 1, werd opgemaakt;  
de erkende mestvoerder die een transport foutief nameldt of afmeldt of die op de zestigste dag na de dag waarop er, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, uiterlijk een namelding of afmelding van een transport moet gebeurd zijn, nog geen namelding of afmelding gedaan heeft;  
de erkend verzender die een transport foutief nameldt of afmeldt of die op de zestigste dag na de dag waarop er, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, uiterlijk een namelding of afmelding van een transport moet gebeurd zijn, nog geen namelding of afmelding gedaan heeft;  
de landbouwer die een transport, vermeld in artikel 52, 2°, a), foutief nameldt of afmeldt of die op de zestigste dag na de dag waarop er, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, uiterlijk een namelding of afmelding van een transport moet gebeurd zijn, nog geen namelding of afmelding gedaan heeft;  
de aanbieder en de afnemer van een vervoer als vermeld in artikel 49, § 1, eerste lid, f) en g), die een transport foutief nameldt of afmeldt of die op de zestigste dag na de dag waarop er, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, uiterlijk een namelding of afmelding van een transport moet gebeurd zijn, nog geen namelding of afmelding gedaan heeft;  
de mestvoerder die meststoffen vervoert zonder dat de in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten vereiste documenten opgemaakt zijn of zonder dat het transport voorafgaandelijk aan het transport aan de Mestbank gemeld is; 
de aanbieder en de afnemer van een vervoer als vermeld in artikel 49, § 1, eerste lid, b) tot en met g), waarvoor de in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten vereiste documenten niet opgemaakt zijn of waarvoor de overeenkomst, vermeld in artikel 49, § 1, tweede lid, 1°, niet voorafgaandelijk aan het transport aan de Mestbank gemeld is;  
de erkend verzender die meststoffen aanbiedt zonder dat de in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten vereiste documenten opgemaakt zijn of zonder dat het transport voorafgaandelijk aan het transport aan de Mestbank gemeld is;  
de aanbieder of de afnemer, die niet valt onder het toepassingsgebied van 7° of 8°, die meststoffen aanbiedt of ontvangt en die op het moment van het aanbieden of ontvangen wist of behoorde te weten dat de in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten vereiste documenten niet opgemaakt zijn of dat het transport niet aan de Mestbank gemeld is voorafgaandelijk aan het transport;  
10°   de erkende mestvoerder die een transport uitvoert waarvoor een systeem van onlinepositiebepaling moet gebruikt worden en waarbij:  
a) hetzij geen systeem van onlinepositiebepaling gebruikt wordt; 
b)  hetzij het systeem van onlinepositiebepaling niet of niet correct gebruikt wordt, waardoor de traceerbaarheid van het transport via een systeem van onlinepositiebepaling niet langer gewaarborgd is; 
11° de AGR-GPS-dienstverlener die de gegevens van het systeem van online-positiebepaling niet of incorrect aan de Mestbank overmaakt;  
12° de aanbieder respectievelijk de afnemer die verplicht was om een bepaalde methode voor het bepalen van de samenstelling van de aangeboden respectievelijk afgenomen meststoffen toe te passen als vermeld in artikel 59, en waarbij op een transportdocument waarop hij als aanbieder, respectievelijk afnemer, vermeld is, de vermelde mestsamenstelling niet op basis van deze methode bepaald is; 
13° de mestvoerder die een transport uitvoert waarvan hij wist of behoorde te weten dat voor dat transport de mestsamenstelling op basis van een bepaalde methode bepaald moest worden en die op het betrokken transportdocument de vermelde mestsamenstelling niet op basis van deze methode bepaalt;  
14° de aanbieder of de afnemer die op een transportdocument waarop hij als aanbieder, respectievelijk afnemer, vermeld is, een mestsamenstelling laat vermelden die gebaseerd is op een niet-geldige analyse;  
15° de mestvoerder die een transport uitvoert waarbij op het bijhorende transportdocument een mestsamenstelling vermeld wordt, gebaseerd op een analyse, waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze analyse niet geldig was;  
16° de aanbieder en de afnemer van een vervoer als vermeld in artikel 49, § 1, eerste lid, b) tot en met g), die meststoffen vervoeren of laten vervoeren met een trekkend voertuig waarvan noch de aanbieder, noch de afnemer, eigenaar is.  
17° de mestvoerder die meststoffen vervoert zonder dat hij beschikt over een erkenning als erkende mestvoerder, terwijl het betreffende transport uitgevoerd moet worden door een erkende mestvoerder;
18° de erkende mestvoerder die meststoffen vervoert in een voertuig dat niet opgenomen is in zijn erkenning.
19° de aanbieder die meststoffen vanuit zijn exploitatie overbrengt naar een naastgelegen mestverwerker en het overdrachtsdocument, vermeld in artikel 47, § 5, niet of niet correct heeft opgemaakt of niet tijdig aan de Mestbank heeft overgemaakt;
20° de aanbieder en de afnemer van een transport dat, overeenkomstig artikel 49, § 1, tweede lid, 5°, moet gebeuren met een trekkend voertuig dat uitgerust is met een AGR-GPS-systeem en waarbij het AGR-GPS-systeem tijdens het transport moet gebruikt worden, en die hetzij de meststoffen niet vervoert of laat vervoeren met een trekkend voertuig dat uitgerust is met een AGR-GPS-systeem, hetzij het AGR-GPS-systeem niet of niet correct gebruikt of laat gebruiken tijdens het transport.


Deze administratieve geldboete bedraagt 100 euro per vracht en per overtreding als vermeld in het tweede lid die werd begaan, met dien verstande dat:

voor overtredingen als vermeld in het tweede lid, 1°, 6° tot en met 9°, 10°, a), 16°, 19° en 20°, de administratieve geldboete 400 euro bedraagt per document;
de administratieve geldboete per transportdocument begrensd wordt tot maximaal 400 euro.

 

In afwijking van het derde lid bedraagt de administratieve geldboete per vracht en per overtreding:

2500 euro voor de overtreding, vermeld in het tweede lid, 17°;
800 euro voor de overtreding, vermeld in het tweede lid, 18°.


Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig het derde en het vierde lid, verdubbeld.

 

§ 13

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder die hetzij als aanbieder, hetzij als ontvanger, hetzij als vervoerder, hetzij als AGR-GPS-dienstverlener, hetzij in enige andere hoedanigheid betrokken is bij een transport van meststoffen, en die in deze hoedanigheid een lichte overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen begaat.

Elke overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen, die niet vermeld is in paragraaf 12, tweede lid, wordt als een lichte overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen als vermeld in het eerste lid, beschouwd.


Deze administratieve geldboete bedraagt 50 euro per vracht en per overtreding als vermeld in het eerste lid die werd begaan, met dien verstande dat de administratieve geldboete per transportdocument, begrensd wordt tot maximaal 200 euro.


Bij herhaling van een overtreding binnen de twee jaar na het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig het derde lid, verdubbeld.

 

§ 14.

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan de landbouwer die in een bepaald kalenderjaar vanggewassen moet inzaaien en gedurende een bepaalde periode moet aanhouden, overeenkomstig artikel 14, § 3, § 8 of § 9, en dit niet of niet volledig heeft gedaan.

 

De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt 250 euro per hectare, voor het aantal hectares waarvoor in een bepaald kalenderjaar niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 3, § 4, eerste lid, 3°, of § 9.

 

Als een landbouwer in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen, wordt de administratieve geldboete, in afwijking van het tweede lid, berekend door het getal Z te vermenigvuldigen met:

250 euro per hectare, voor het aantal hectares, gelegen in gebiedstype 1, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 3;
500 euro per hectare, voor de eerste schijf van het aantal hectares, gelegen in gebiedstype 2 en 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8;
750 euro per hectare, voor de tweede schijf van het aantal hectares, gelegen in gebiedstype 2 en 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8;
1500 euro per hectare, voor de derde schijf van het aantal hectares, gelegen in gebiedstype 2 en 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8.

 

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder het getal Z: het aantal keren dat aan de betrokken landbouwer in de vijf jaren voor het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen.

 

Voor de toepassing van het derde lid wordt het aantal hectares, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting vermeld in artikel 14, § 8, berekend door het doelareaal van de betrokken landbouwer in het betreffende jaar, uitgedrukt in hectare als vermeld in artikel 14, § 8, te verminderen met het gerealiseerd areaal van de landbouwer in kwestie in het jaar in kwestie als vermeld in artikel 14, § 8, achtste lid. Het aantal hectares, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, wordt vervolgens als volgt aan één of meerdere schijven als vermeld in het derde lid toegewezen:

eerst aan de eerste schijf, voor een aantal hectares, dat maximaal gelijk is aan 15% van het doelareaal van de betrokken landbouwer, in het betreffende jaar, uitgedrukt in hectare als vermeld in artikel 14, § 8;
als, na de toewijzing, vermeld in punt 1°, niet alle hectares, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, zijn toegewezen, worden de resterende hectares, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, vervolgens toegewezen aan de tweede schijf, voor een aantal hectares, dat maximaal gelijk is aan 20% van het doelareaal van de betrokken landbouwer in het betreffende jaar, uitgedrukt in hectare als vermeld in artikel 14, § 8;
als, na de toewijzingen, vermeld in punt 1° en punt 2°, niet alle hectares, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, zijn toegewezen, worden de resterende hectares waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, vervolgens toegewezen aan de derde schijf.

 

§ 15.

Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan de landbouwer, die in een bepaald kalenderjaar, mits de naleving van één of meerdere equivalente maatregelen als vermeld in artikel 14, § 5, vrijgesteld is van een maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 2°, 3° en 4°, en de equivalente maatregelen in kwestie niet naleeft.

 

De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt als volgt berekend:

als op basis van de equivalente maatregel of maatregelen die niet nageleefd zijn een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 2°, werd bekomen: 5 euro per kg werkzame N die de betrokken landbouwer in het kalenderjaar in kwestie minder had mogen opbrengen als de op zijn bedrijf toegelaten bemesting in het kalenderjaar in kwestie verminderd was geworden, overeenkomstig artikel 14, § 4, eerste lid, 2°;
als op basis van de equivalente maatregel of maatregelen die niet nageleefd zijn een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, werd bekomen: 1000 euro vermenigvuldigd met het doelareaal van de landbouwer in kwestie in het betreffende kalenderjaar, uitgedrukt in hectare, als vermeld in artikel 14, § 8, zevende lid;
als op basis van de equivalente maatregel of maatregelen die niet nageleefd zijn een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 4°, werd bekomen: 1000 euro.

 

Als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen, worden de bedragen, vermeld in deze paragraaf, vermenigvuldigd met het getal Z. Het getal Z is één plus het aantal keren dat aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen van de administratieve geldboete een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen.

 

§ 16.

Lastens elke landbouwer die de maatregelen, hem opgelegd in uitvoering van artikel 15, § 10 en § 11, niet of niet correct heeft nageleefd, wordt een administratieve geldboete opgelegd.

 

De administratieve geldboete bedraagt:

300 euro voor elk bemestingsplan als vermeld in artikel 15, § 10, 2°, en § 11, 2°, dat niet of niet correct is opgemaakt;
250 euro voor elke teeltfiche als vermeld in artikel 15, § 10, 3°, en § 11, 3°, dat niet of niet correct is opgemaakt;
1500 euro voor elke landbouwer die zich niet laat begeleiden door een gecertificeerde adviesinstantie als vermeld in artikel 15, § 11, 5°;
500 euro voor elk advies van de gecertificeerde adviesinstantie als vermeld in artikel 15, § 11, 5°, dat niet opgevolgd wordt.

 

De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of niet correct naleven van demaatregelen, hem opgelegd in uitvoering van artikel 15, § 10 en § 11.

 

§ 17.

Lastens eenieder die een maatregel, met uitzondering van een maatregel die het uitvoeren of laten uitvoeren van een analyse betreft, hem opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, niet of niet correct heeft nageleefd, wordt een administratieve geldboete opgelegd.

 

De administratieve geldboete bedraagt 500 euro per keer dat een maatregel, opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, die niet of niet correct is nageleefd. Als een maatregel, opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, moet toegepast worden op een bepaald aantal hectares, bedraagt de boete 500 euro, vermenigvuldigd met het aantal hectares, waarop de maatregel niet is toegepast, met dien verstande dat de boete minstens 500 euro bedraagt.

 

Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na het opleggen via het aangetekend schrijven, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt de administratieve geldboete berekend, overeenkomstig het tweede lid, verdubbeld.