Art. 132.

§ 1

De verplichting om op eigen kosten de bodemsanering voor de verontreiniging, vermeld in artikel 130, § 2, uit te voeren, rust op de beheerder van de waterbodem. In afwijking hiervan rust voor die verontreiniging van de waterbodem waarvoor kan worden aangewezen op welke grond ze tot stand gekomen is, de saneringsplicht op de persoon, vermeld in artikel 22.

 

§ 2

De personen, vermeld in § 1, kunnen de kosten van de bodemsanering verhalen op de personen die overeenkomstig artikel 25 aansprakelijk is en kunnen van deze saneringsaansprakelijke een voorschot vorderen of eisen dat hij een financiėle zekerheid stelt.

 

§ 3

De bodemsanering kan worden uitgevoerd door een andere persoon dan de saneringsplichtige personen, vermeld in § 1.