Afdeling I.
Toepassingsgebied


Art. 136.

De bepalingen van dit hoofdstuk regelen het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen, gereinigde bodemmaterialen en bodemmaterialen waarop een fysische scheiding wordt toegepast.


Art. 137.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op:

1 primaire oppervlaktedelfstoffen als vermeld in het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen;
2 delfstoffen die in grindwinningsgebieden volgens het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grondwinning ontgonnen worden;
3 ingevoerde minerale delfstoffen die als geologische afzetting in hun natuurlijke staat ontgonnen worden;
4 bagger- en ruimingsspecie die wordt teruggestort in de waterloop waaruit ze afkomstig is als vermeld in rubriek 2.3.7, b), van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.5.1, 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.