Hoofdstuk XIV.
Sites


Afdeling I.
Vaststelling van een site


Art. 140.

ß 1

De OVAM kan een site vaststellen op basis van bodemverontreiniging of potentiŽle bodemverontreiniging. Die vaststelling wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

ß 2

De Vlaamse Regering kan een site vaststellen op basis van andere factoren dan bodemverontreiniging of potentiŽle bodemverontreiniging, na advies van de OVAM over de bodemverontreiniging of potentiŽle bodemverontreiniging. Bij die vaststelling kan een potentiŽle nabestemming gevoegd zijn en ze wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.


In de vaststelling, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering afwijken van de regeling, vastgesteld krachtens artikel 138. In dat geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat artikel 141 niet van toepassing is op de site.


Afdeling II.
Siteonderzoek


Onderafdeling I.
Uitvoering van een siteonderzoek


Art. 141.

De vaststelling als site heeft van rechtswege tot gevolg dat de OVAM een siteonderzoek uitvoert.

Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan een andere persoon dan de OVAM beslissen om het siteonderzoek vrijwillig uit te voeren.


Het siteonderzoek wordt uitgevoerd binnen de termijn die in het sitebesluit is vastgelegd.


Onderafdeling II.
Doel, inhoud en procedures


Art. 142.

Een siteonderzoek wordt uitgevoerd op een site om de bodemverontreiniging of potentiŽle bodemverontreiniging die afkomstig is van de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld, in kaart te brengen en om de ernst ervan vast te stellen. Het siteonderzoek voldoet aan de doelstellingen van een oriŽnterend en beschrijvend bodemonderzoek voor de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld.

Een siteonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vermeld in artikel 44, tweede lid, voor de bodem verontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld. Bij gebrek aan een dergelijke standaardprocedure wordt het siteonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk. Een verslag van siteonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaard-procedure.

Een siteonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het tweede lid, wordt niet beschouwd als een siteonderzoek.


Onderafdeling III.
Beslissingen op basis van het siteonderzoek


Art. 143.

[...]


De bepalingen van artikel 40, zijn van overeenkomstige toepassing.


Afdeling III.
Verplichting om bodemsanering uit te voeren op een site


Art. 144.

De bepalingen van artikel 9 tot en met 27quinquies, artikel 47 tot en met 68 en artikel 92 zijn van overeenkomstige toepassing op bodemsanering op siteniveau.


Afdeling V.
Algemene bepaling


Art. 145.

De toepassing van dit hoofdstuk heeft geen schorsend effect op de toepassing van de bepalingen van dit decreet op een grond die deel uitmaakt van een site, behalve in geval van een uitdrukkelijk andersluidende beslissing van de OVAM. De OVAM garandeert zo nodig een optimale coŲrdinatie.


Voor de overdracht van de risicogronden die van de site deel uitmaken, kan de OVAM vrijstelling verlenen van de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 29, 30 en 102, ß 1.