Art. 5.53.6.1.1.

1.

De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de activiteiten bedoeld in subrubriek 53.2 van de indelingslijst.

2.

Het grondwater dat onttrokken wordt, moet, in zoverre dit met toepassing van beste beschikbare technieken mogelijk is, zoveel mogelijk terug in de grond worden ingebracht. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van infiltratieputten, infiltratiebekkens of infiltratiegrachten. Indien dit technisch onmogelijk is, mag het water geloosd worden in het openbare of private hydrografische net. De infiltratie of de lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

Volumes hoger dan 10 m3 per uur mogen niet geloosd worden in openbare rioleringen aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie behoudens de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van deze installatie.

3.

Tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, heeft het bemalingswater dat terug in de grond wordt ingebracht, geen behandeling ondergaan.

4.

Het bemalingswater dat terug in de grond wordt ingebracht, voldoet aan de milieukwaliteitsnormen voor grondwater, bedoeld in artikel 2.4.1.1.