Hoofdstuk 6.7.
Niet-ingedeelde muziekactiviteiten


Art. 6.7.1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op activiteiten waarbij muziek geproduceerd wordt en die plaatsvinden in een tent, in de openlucht of in een andere openbare inrichting dan een openbare inrichting als vermeld in rubriek 32.1 of 32.2 en op private inrichtingen.


Art. 6.7.2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :

1° openbare inrichtingen : alle inrichtingen, alsook hun aanhorigheden, die, al dan niet tegen betaling, voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is de toegang voor bepaalde categorieën van personen beperkt, zoals privéclubs, winkels, restaurants, drankgelegenheden, sportmanifestaties, fitnessclubs; 
2° private inrichtingen : woningen en hun aanhorigheden en tuinen, en in het algemeen, alle plaatsen welke niet voor het publiek toegankelijk zijn; 
3° buurt : alle gebouwen of lokalen die in de onmiddellijke omgeving liggen en waarin zich personen bevinden. 

 


Art. 6.7.3.

§ 1.

In de inrichtingen vermeld in artikel 6.7.1 mag het maximaal geluidsniveau, voortgebracht door muziek, LAeq,15min 85dB(A) [...] niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau gemeten als LAmax,slow 92 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan.

 

§ 2.

Het geluidsniveau geldt op gelijk welke plaats in de inrichting waar zich in normale omstandigheden publiek kan bevinden.

 

§ 3.

Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing op private inrichtingen. Deze paragrafen zijn evenmin van toepassing op andere activiteiten, vermeld in artikel 6.7.1, op voorwaarde dat :

de muziekactiviteit voorafgaand is aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarin de muziekactiviteit plaatsgrijpt; en 
het college, vermeld in punt 1°, de muziekactiviteit toelaat. Die toelating kan evenwel alleen gegeven worden indien het geluidsniveau in de inrichting LAeq,60min ≤ 100 dB(A) en de muziekactiviteit gekoppeld is aan een bijzondere gelegenheid. Indien de muziekactiviteit doorgaat in een feestzaal, lokaal of schouwspelzaal moet cumulatief aan de volgende criteria wordt voldaan  
a)  maximaal 12 gelegenheden per jaar; 
b)  maximaal 2 gelegenheden per maand; 
c)  de sommatie van deze gelegenheden mag zich maximaal over 24 kalenderdagen per jaar spreiden (ingeval een muziekactiviteit avonduren alsook morgenuren van de daarop volgende kalenderdag omvat, worden 2 kalenderdagen geteld). 

 

Als het college van burgemeester en schepenen de muziekactiviteit, vermeld in paragraaf 3, toelaat met een geluidsniveau van > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min, zijn de bepalingen vermeld in artikel 5.32.2.2bis, § 1, 1°, 2° en 3°, van toepassing.

 

Als het college van burgemeester en schepenen de muziekactiviteit, vermeld in paragraaf 3, toelaat met een geluidsniveau van > 95 dB(A) LAeq,15min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60min, zijn de bepalingen vermeld in artikel 5.32.2.2bis, § 2, van toepassing met uitzondering van de verplichting tot het opmaken van een geluidsplan.

 

Muziekactiviteiten met een geluidsniveau in de inrichting > 100 dB(A)LAeq,60min zijn verboden.

 

Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarin de muziekactiviteit plaatsvindt, kan beperkende maatregelen opleggen, bijvoorbeeld voor het maximaal toegelaten geluidsniveau of voor de duur van de muziekactiviteit.

 

[...]


Art. 6.7.4.

§ 1.

De muziekactiviteiten, vermeld in artikel 6.7.1, moeten zo ingericht zijn dat de LAeq,1s,max gemeten in de buurt :

niet hoger is dan 5 dB(A) boven de LA95,5min, indien deze lager is dan 30 dB(A); 
niet hoger is dan 35 dB (A) indien de LA95,5min ligt tussen 30 en 35 dB(A); 
niet hoger is dan de LA95,5min indien die hoger is dan 35 dB (A). 

 

LA95,5min wordt gemeten bij uitschakeling van alle muziekbronnen.

 

§ 2.

De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op de muziekactiviteiten, vermeld in artikel 6.7.1, op voorwaarde dat het college van burgemeester en schepenen toelating heeft verleend overeenkomstig artikel 6.7.3, § 3. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarin de muziekactiviteit plaatsvindt, kan beperkende maatregelen opleggen, bijvoorbeeld voor het maximaal toegelaten geluidsniveau of voor de duur van de muziekactiviteit.

 

§ 3.

De metingen worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen voor binnenshuis, vermeld in artikelen 2 en 3 van bijlage 4.5.1.