Hoofdstuk I.
Algemeen


Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.

Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :

1° " producent " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit produceert, met inbegrip van elke zelfopwekker;

2° " zelfopwekker " : elke natuurlijke of rechtspersoon die hoofdzakelijk voor eigen gebruik elektriciteit produceert;

3° " warmtekrachtkoppeling " : de gecombineerde productie van elektriciteit en warmte;

3°bis " kwalitatieve warmte-krachtkoppeling " : gecombineerde productie van elektriciteit en warmte en ontworpen in functie van de warmtebehoeften van de klant en die leidt tot energiebesparingen in vergelijking met de afzonderlijke productie van dezelfde hoeveelheid warmte en elektriciteit in moderne referentieinstallaties bepaald op basis van de criteria van elk Gewest;

3°ter " tarieven voor hulpelektriciteit " : de tarieven voor hulpelektriciteitzijn deze die verband houden met de levering van elektriciteit in geval van defect van productie-eenheden;

4° « hernieuwbare energiebronnen » : de hernieuwbare niet-fossiele energiebronnen (wind, zon, geothermische warmte, golfslag, getij, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van afvalwaterzuiveringsinstallaties en biogassen);

4°bis "groenestroomcertificaat" : een immaterieel goed dat aantoont dat een producent een aangegeven hoeveelheid stroom geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen heeft opgewekt binnen een bepaalde tijdsduur;

5° " broeikasgassen " : de gassen die in de atmosfeer infrarode straling absorberen en weer uitstralen en inzonderheid koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), stikstofoxide (N2O), hydrofluorocarbon (HFC), perfluorocarbon (PFC) en zwavelhexafluoride (SF6);

6° « transmissie » : transmissie van elektriciteit langs het gekoppeld extra hoogspannings- en hoogspanningsnet, met het oog op de belevering van eindafnemers of distributienetbeheerders, de levering zelf niet inbegrepen;

7° « transmissienet » : het nationaal gekoppeld extra hoogspanningsen hoogspanningsnet voor elektriciteit dat, met het oog op de belevering van eindafnemers of distributienetbeheerders, de levering zelf niet inbegrepen, de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor de transmissie van elektriciteit van land tot land die door een interconnector verbonden zijn, de transmissie van elektriciteit uitgewisseld door de producenten, de eindegebruikers en de distributienetbeheerders die in België zijn gevestigd en voor de transmissie van elektriciteit uitgewisseld op het net dat gelegen is in de zeegebieden waarover België zijn jurisdictie kan uitoefenen,  met inbegrip van het Modular Offshore Grid evenals voor de interconnector tussen elektriciteitscentrales en tussen elektriciteitsnetten;

7°bis " interconnector" : uitrustingen die worden gebruikt om de transmissie- en distributienetten onderling te koppelen;

7°ter “Modular Offshore Grid”: de kabels en installaties voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, bedoeld in artikel 13/1, die het geheel van de volgende installaties omvatten:

    a) de installaties voor de transmissie van elektriciteit binnen de volgende coördinatenperimeter: WGS84: Latitude: 51 ° 35 537042’ N; Longitude: 002° 55 131361’ E, met uitzondering van de installaties bestemd voor de behoeften van één enkele netgebruiker;
  b) de installatie voor de transmissie van elektriciteit, “offshore switch yard” genoemd, en de uitrustingen ervan;
  c) de kabels die de offshore switch yard verbinden met de installaties bedoeld in a);
  d) de kabels die de installaties bedoeld in a) verbinden met de overeenstemmende kabelaanlanding op het strand van Zeebrugge;
  e) de kabels die de offshore switch yard verbinden met de overeenstemmende kabelaanlandingen op het strand van Zeebrugge.
  f) iedere andere offshore installatie voor de transmissie van elektriciteit, met in begrip van de transformatoren die gebouwd worden in functie van een domeinconcessie verleend overeenkomstig artikel 6/3, alsook de onderzeese kabels die deze installaties onderling en met het onshore transmissienet via de overeenstemmende kabelaanlandingen op de Belgische gemiddelde laagwaterlijn verbinden met uitzondering van de uitrustingen die deel uitmaken van een offshore interconnector ;

8° " netbeheerder " : de beheerder van het transmissienet, aangewezen overeenkomstig artikel 10;

9° " neteigenaars " : de eigenaars van de infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, met uitsluiting van de netbeheerder en zijn dochterondernemingen;

10° «distributie » : de transmissie van elektriciteit langs hoog-, midden- en laagspanningsdistributienetten met het oog op de levering aan afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;

11° « distributienetbeheerder » : een door de bevoegde gewestelijke overheid aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, indien noodzakelijk, de ontwikkeling van het distributienet in een bepaalde zone en, desgevallend, voor zijn interconnectoren met andere netten en die belast is met het garanderen van het vermogen op lange termijn van het net om tegemoet te komen aan een redelijke vraag aan elektriciteitsdistributie;

12° " distributienet " : elk net dat werkt aan een spanning die gelijk is aan of lager is dan 70 kilovolt, voor het vervoer van elektriciteit naar afnemers op regionaal of lokaal niveau;

13° « afnemer » : elke eindafnemer, tussenpersoon of distributienetbeheerder. Elke eindafnemer is een in aanmerking komende afnemer; »

14° " eindafnemer " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor eigen gebruik;

15° " tussenpersoon " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt met het oog op de doorverkoop ervan, behalve een producent of een distributienetbeheerder;

15°bis "leverancier" : elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die elektriciteit levert aan één of meerdere eindafnemers; de leverancier produceert of koopt de, aan de eindafnemers verkochte, elektriciteit;

15°ter "elektriciteitsbedrijf" : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit produceert, vervoert, verdeelt, telt, levert of aankoopt of meerdere van deze werkzaamheden uitoefent en die de commerciële, technische of onderhoudsopdrachten die aan deze werkzaamheden verbonden zijn verzekert, behalve eindafnemers;

15°quater « levering » : de verkoop, met inbegrip van de doorverkoop van elektriciteit aan afnemers;

15°quinquies. tussenpersoon inzake groepsaankopen: elke andere natuurlijke of rechtspersoon dan een leverancier die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken is bij het analyseren van contracten, bij het uitvoeren van prijsvergelijkingen waarbij al dan niet van contract kan worden veranderd, bij het samenbrengen van leveranciers en eindafnemers, bij het organiseren van groepsaankopen, bij het toewijzen van energieleveringen aan leveranciers en/of bij het sluiten van energiecontracten voor eindafnemers.

16° " in aanmerking komende afnemer " : elke afnemer die, krachtens artikel 16 of, indien hij niet in België is gevestigd, krachtens het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie, het recht heeft om contracten voor de levering van elektriciteit te sluiten met een producent, distributienetbeheerder, leverancier of tussenpersoon van zijn keuze en, te dien einde, het recht heeft om toegang te krijgen tot het transmissienet tegen de voorwaarden bepaald in artikel 15, § 1;

16 °bis «huishoudelijke afnemer »: een afnemer die elektriciteit koopt voor zijn eigen huishoudelijk gebruik met uitsluiting van commerciële of professionele activiteiten;

16°ter « niet-huishoudelijke afnemer » : een natuurlijke persoon of rechtspersoon, met inbegrip van een producent of een tussenpersoon, die elektriciteit koopt die niet voor eigen huishoudelijk gebruik is bestemd;

16°quater  “beschermde residentiële afnemer”: een residentiële afnemer met een laag inkomen of in een onzekere situatie, zoals gedefinieerd in artikel 20, § 2/1;

16°quinquies « kwetsbare afnemer » : elke beschermde huishoudelijke afnemer in de zin van punt 16°quater, evenals elke eindafnemer die door de Gewesten als kwetsbaar wordt beschouwd;

17° « directe lijn » : een elektriciteitslijn die een nominale spanning heeft van meer dan 70 kV en die een geïsoleerde productielocatie met een geïsoleerde afnemer verbindt of een elektriciteitslijn die een elektriciteitsproducent en een elektriciteitsleverancier met elkaar verbindt om hun eigen vestigingen, dochterbedrijven en in aanmerking komende afnemers direct te bevoorraden; »

18° " netgebruiker " : elke natuurlijke of rechtspersoon die als leverancier of afnemer op het transmissienet is aangesloten;

[...]

20° " verbonden onderneming " : elke verbonden onderneming in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen alsook elke geassocieerde onderneming in de zin van artikel 12 van het Wetboek van vennootschappen;

20°bis " dochteronderneming " : elke handelsvennootschap waarin de eigenaar, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent bezit van het kapitaal of van de stemrechten verbonden aan de effecten uitgegeven door deze handelsvennootschap.

21° "prospectieve studie" : de studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading, opgesteld in toepassing van artikel 3

22° " technisch reglement " : het technisch reglement voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe, opgesteld in uitvoering van artikel 11;

23° " ontwikkelingsplan " : het plan voor de ontwikkeling van het transmissienet, opgesteld in uitvoering van artikel 13;

24° « Richtlijn 2009/72/EG » : de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG;

24°bis « Verordening (EG) nr. 714/2009 » : Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003;

24°ter « Verordening (EG) nr. 713/2009 » : Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators;

24°quater « ACER » : het agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators opgericht door Verordening (EG) nr. 713/2009;

24°quinquies « Richtlijn 2009/28/EG » : Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG;

24°sexies “Richtlijn 2012/27/EU” : de Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 25 oktober 2012 houdende de energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en tot intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG;

25° " minister " : de federale minister bevoegd voor Energie;

26° " commissie " : de commissie voor de regulering van de elektriciteit, opgericht door artikel 23;

 

27° « energie-efficiëntie en/of vraagzijdebeheer » : een algemene of geïntegreerde aanpak die erop gericht is de omvang en de timing van het elektriciteitsverbruik te beïnvloeden teneinde het primaire energieverbruik en piekbelastingen te verminderen door voorrang te geven aan investeringen in energie-efficiëntie bevorderende maatregelen of andere maatregelen, zoals onderbreekbare leveringscontracten, eerder dan aan investeringen om de productiecapaciteit te verhogen, indien de eerstgenoemde maatregelen de doelmatigste en meest economische optie vormen, mede gelet op het positieve milieueffect van een lager energieverbruik en de daarmee verband houdende aspecten met betrekking tot de bevoorradingszekerheid en de distributiekosten;

 

28° " Algemene Directie Energie " : de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;

29° " niet-uitvoerende bestuurder " : elke bestuurder die geen directiefunctie vervult bij de netbeheerder of bij een van zijn dochterondernemingen;

30° " onafhankelijke bestuurder " : elke niet-uitvoerende bestuurder die :

   - voldoet aan de voorwaarden van artikel 524, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en
  -  tijdens de vierentwintig maanden die zijn aanstelling voorafgegaan zijn, geen functie of activiteit heeft uitgeoefend, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een producent andere dan een zelfopwekker, van een van de neteigenaars, van een distributie netbeheerder, van een tussenpersoon, van een leverancier of van een dominerende aandeelhouder;

31° “Verordening (EU) nr. 1227/2011” : de Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie, alsmede de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie op grond van deze verordening vaststelt;

32° “FSMA” : Autoriteit voor financiële diensten en markten opgericht door de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;

[...]

[...]

35° " verbruikslocatie " : verbruiksinstallaties gelegen op een topografisch geïdentificeerde plaats waarvan elektriciteit wordt opgenomen op het net door eenzelfde transmissie- of distributienetgebruiker. Eenzelfde spoorwegnet of stedelijk spoorwegnet, zelfs indien er meerdere voedingspunten zijn, wordt beschouwd als één enkele locatie;

36° " geïnjecteerd vermogen 34; : de netto-energie per tijdseenheid door een installatie voor productie van elektriciteit in het net wordt geïnjecteerd, uitgedrukt in kilowatt (kW);

37° " nominatie van het geïnjecteerd vermogen " : de verwachte waarde van het geïnjecteerd vermogen, uitgedrukt in kilowatt (kW) die aan de netbeheerder wordt meegedeeld overeenkomstig het technisch reglement bedoeld in artikel 11;

38° " productie-afwijking " : het verschil, positief of negatief, tussen, enerzijds, het geïnjecteerd vermogen en, anderzijds, de nominatie van het geïnjecteerd vermogen voor een bepaalde tijdseenheid op een bepaalde moment, uitgedrukt in kilowatt (kW);

39° " procentuele productie-afwijking " : het quotiënt, in procenten uitgedrukt, van de productie-afwijking gedeeld door de nominatie van het geïnjecteerd vermogen;

40° " marktreferentieprijs " : de prijs geldig voor de betrokken tijdseenheid van de Belgische elektriciteitsbeurs en, bij gebrek aan deze, de Nederlandse elektriciteitsbeurs.

41° « gesloten industrieel net » : een net binnen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie of een locatie met gedeelde diensten dat [...] bestemd is om eindafnemers te bedienen die op deze site zijn gevestigd, dat geen huishoudelijke afnemers van elektriciteit bevoorraadt en waarin :

   a) om specifieke technische en veiligheidsredenen, de werking of het productieproces van de gebruikers van dit net is geïntegreerd; of
  b) de elektriciteit in hoofdzaak aan de eigenaar of de beheerder van het gesloten industriële net of aan de daarmee verwante bedrijven wordt geleverd;

42° « tractienet spoor » : elektrische installaties van de spoorweginfrastructuurbeheerder die nodig zijn voor de uitbating van het spoorwegnet, waaronder installaties voor het transformeren en overbrengen van elektrische stroom ten behoeve van de diensten van tractie, veiligheid, seinwezen, telecommunicatie, wissels en verlichting, onderstations en bovenleidingen, met uitzondering van de elektrische installaties van de achterliggende afnemers, aangesloten op het tractienet spoor.;

43° « beheerder van een gesloten industrieel net » : natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van een gesloten industrieel net, of die beschikt over een gebruiksrecht op een dergelijk net, en die door de bevoegde autoriteiten werd erkend als beheerder van een gesloten industrieel net;

43°bis « beheerder van het tractienet spoor » : natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van een tractienet spoor, of die beschikt over een gebruiksrecht op een dergelijk net, en die door de minister werd erkend als beheerder van een tractienet spoor;

44° « gebruiker van een gesloten industrieel net » : een eindafnemer aangesloten op een gesloten industrieel net;

45° «ondersteunende dienst » : een dienst die nodig is voor de exploitatie van een transmissie- of distributienet;

46° «aanbestedingsprocedure » : procedure waarbij in geplande nieuwe behoeften en vervangingscapaciteit wordt voorzien door leveringen uit nieuwe of bestaande productie-installaties;

47° « elektriciteitsderivaat » : een financieel instrument, als bedoeld in de bepalingen die de punten 5, 6 en 7 van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad omzetten, wanneer het genoemde instrument betrekking heeft op elektriciteit;

48° “structurele vermindering van de geïnstalleerde capaciteit”: elke vermindering ten gevolge van de wijziging van de installatie beslist door de operator, behoudens wijzigingen aan de uitbatingsmodus met een duur van minder dan twaalf maanden;

49° «variabele energieprijs » : de prijs van de energiecomponent binnen een variabel contract die de leverancier aanrekent aan huishoudelijke eindafnemers en KMO’s en die met regelmatige tussenpozen geïndexeerd wordt op basis van een contractueel overeengekomen indexeringsformule (exclusief nettarieven, taksen en heffingen);

50° « KMO » : de eindafnemers met een jaarlijks verbruik van minder dan 50 MWh elektriciteit en minder dan 100 MWh gas voor het geheel, per eindafnemer, van hun toegangspunten op het transmissie- /transportnet en/of distributienet;

51° “winterperiode” : periode van 1 november tot 31 maart

52° “LOLE” : Loss Of Load Expectation, met name de statistische berekening op basis waarvan het voorziene aantal uren wordt bepaald gedurende dewelke de lading niet gedekt zal kunnen worden door het geheel van de productiemiddelen ter beschikking van het Belgische elektriciteitsnet, rekening houdend met de interconnectoren, voor een statistisch normaal jaar;

53° “LOLE95” : een statistische berekening op basis waarvan het voorziene aantal uren wordt bepaald gedurende dewelke de lading niet gedekt zal kunnen worden door het geheel van de productiemiddelen ter beschikking van het Belgische elektriciteitsnet, rekening houdend met de interconnectoren, voor een statistisch uitzonderlijk jaar;

54° “tekortsituatie” : situatie dicht bij de reële tijd waarin er een niet te verwaarlozen mogelijkheid bestaat dat de lading niet gedekt zal kunnen worden door het geheel van de productiemiddelen ter beschikking van het Belgische elektriciteitsnet, rekening houdend met de invoermogelijkheden en de energie beschikbaar op de markt.

55° “offshore interconnector” : de uitrusting, in de vorm van lijnen of elektrische kabels en hoogspannings-stations die verbonden zijn aan deze lijnen of kabels en hun toebehoren, die als voornaamste doel hebben het koppelen van de Belgische elektriciteitsnetten met elektriciteitsnetten van een andere Staat en waarbij een deel van deze uitrusting gebruik maakt van de zeegebieden waarover België zijn jurisdictie kan uitoefenen;

56° “financial close” : tijdstip waarop de officiële afsluiting plaatsvindt van de belangrijkste contracten inzake de investeringskosten, de financieringskosten, de uitbatingskosten en de opbrengsten uit de verkoop van elektriciteit en groenestroomcertificaten die noodzakelijk zijn voor de realisatie van een project voor een nieuwe installatie voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie;

57° “voorwetenschap” : elke voorwetenschap in de betekenis van artikel 2, (1), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;

58° “marktmanipulatie” : elke marktmanipulatie in de betekenis van artikel 2, (2), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;

59° “poging tot markmanipulatie” : elke poging tot marktmanipulatie in de betekenis van artikel 2, (3), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;

60° “voor groothandel bestemde energieproducten” : elk voor de groothandel bestemd energieproduct in de betekenis van artikel 2, (4), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;

61° "verbruikscapaciteit" : de verbruikscapaciteit in de betekenis van artikel 2, (5), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;

62° "groothandelsmarkt voor energie" : de groothandelsmarkt voor energie in de betekenis van artikel 2, (6), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011.

63° "opslag van elektriciteit" : elk proces waarbij via dezelfde installatie elektriciteit wordt afgenomen van het net om die later volledig terug te injecteren in het net, met voorbehoud van de rendementsverliezen;

63° "elektronische communicatie-netwerken met hoge snelheid" : een elektronisch communicatienetwerk dat breedbandtoegangsdiensten kan leveren met snelheden van minstens 30 Mbps;

64° "aanbieder van flexibiliteitsdiensten" : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor zijn activiteit de vraagflexibiliteit gebruikt van een of meerdere eindklanten.

 

64° niet-actieve infrastructuur

64° “niet-actieve infrastructuur” : elk element van een transmissienet, van een gesloten industrieel net, van een aansluiting op deze netwerken, van een verbinding, van een directe lijn, die elementen van een elektronische communicatienetwerk met hoge snelheid kunnen onderbrengen zonder dat zij zelf een actief element van het netwerk worden zoals buizen, masten, kabelgoten, inspectieputten, mangaten, straatkasten, gebouwen of ingangen in gebouwen, antenne-installaties, torens en palen, uitgezonderd de exclusieve ruimten van de elektrische dienst in de zin van het artikel 51 van het algemeen reglement op de elektrische installaties, bij koninklijk besluit van 10 maart 1981 bindend gemaakt; de kabels, ongebruikte glasvezels (dark fibre) inbegrepen, zijn geen niet-actieve infrastructuur;

65° "evenwichtsverantwoordelijke" : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die instaat voor de bewaring van het evenwicht tussen de injecties en de afnames in zijn portefeuille.

66° "vraagflexibiliteit" : het vermogen van een eindafnemer om zijn netto afname vrijwillig opwaarts of neerwaarts aan te passen als reactie op een extern signaal.

66° “centraal informatiepunt” : het KLIM-CICC-systeem (Federaal Kabels en leidingen Informatie Meldpunt – Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites) en elk ander centraal elektronisch informatiepunt dat aanleiding geeft tot dezelfde informatierechten en -plichten, opgericht of ontworpen bij decreet of ordonnantie;

67° “civiele werken” : het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat bestemd is om als zodanig een economische of technische functie te vervullen en dat een of meer elementen van een niet-actieve infrastructuur omvat.

68° “noodstroomgroep die in eilandbedrijf kan werken”: installatie voor elektriciteitsproductie binnen een verbruikssite, waarvan het nominale vermogen niet significant hoger is dan het verbruiksvermogen van de site in kwestie, en die uitsluitend geïnstalleerd is teneinde de elektriciteitsbevoorrading van deze site of van een deel ervan te garanderen wanneer de elektriciteitsbevoorrading afkomstig van het netwerk waarop het is aangesloten uitvalt voor deze site of een deel ervan;

69° “strategische reserve”: een mechanisme waarbij een volume aan productiecapaciteit en/of een volume aan vraagbeheer ter beschikking gesteld wordt aan de netbeheerder overeenkomstig hoofdstuk IIbis om de bevoorradingszekerheid in België te vrijwaren;

70° “black-start dienst”: de black-start dienst, gedefinieerd in het technisch reglement, die het heropstarten van het systeem na een instorting ervan mogelijk maakt.

71° “capaciteitsvergoedingsmechanisme”: het marktmechanisme gebaseerd op een systeem van betrouwbaarheidsopties om ’s lands bevoorradingszekerheid te garanderen en de afstemming te waarborgen tussen de evolutie van alle vormen van capaciteit, en de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag op middellange en lange termijn, rekening houdend met de mogelijkheden inzake import van elektriciteit;
72° “betrouwbaarheidsopties”: het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarin capaciteitsleveranciers het positieve verschil tussen de referentieprijs en de uitoefenprijs terugbetalen;
73° “veiling”: het concurrentieel proces waarbij capaciteitshouders een prijs aanbieden voor de terbeschikkingstelling van capaciteit;
74° “capaciteitshouder”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die capaciteit kan aanbieden, individueel of op geaggregeerde wijze;
75° “capaciteitsleverancier”: iedere capaciteitshouder, geselecteerd na beëindiging van een veiling, die een capaciteit beschikbaar stelt tijdens de periode van capaciteitslevering, tegen een capaciteitsvergoeding;
76° “capaciteitsvergoeding”: de periodiek toegekende vergoeding voor de capaciteitsleveranciers in ruil voor de terbeschikkingstelling van hun capaciteit;
77° “periode van capaciteitslevering”: de periode startend op 1 november en eindigend op 31 oktober inbegrepen van het erop volgende jaar, gedurende dewelke de capaciteitsleveranciers vergoed worden voor de terbeschikkingstelling van hun capaciteit;
78° “vraagcurve”: de curve die de variatie weergeeft van het te contracteren capaciteitsvolume in functie van het prijsniveau van de capaciteit;
79° “prijslimiet”: de maximale prijs van de biedingen toegestaan op de veiling en/of de maximale capaciteitsvergoeding die de capaciteitsleveranciers na afloop van de veiling hebben verkregen;
80° “uitoefenprijs”: de vooraf bepaalde prijs die de drempel aangeeft waarboven de capaciteitsleverancier het verschil met de referentieprijs moet terugbetalen;
81° “referentieprijs”: de prijs die de prijs weerspiegelt die verondersteld wordt door de capaciteitsleverancier te zijn bekomen op de elektriciteitsmarkten;
82° “prekwalificatieprocedure”: de procedure die ertoe strekt de mogelijkheid vast te stellen voor de capaciteitshouders om deel te nemen aan de veiling;
83° “reductiefactor”: de wegingsfactor van een bepaalde capaciteit, die diens bijdrage aan de bevoorradingszekerheid bepaalt, teneinde het volume vast te leggen dat in aanmerking komt om deel te nemen aan de veiling;
84° “capaciteitscategorie”: de categorie die capaciteiten omvat, onderscheiden door in aanmerking komende totale investeringsdrempels, waaraan een bepaald aantal perioden van capaciteitslevering verbonden is tijdens dewelke een capaciteitsleverancier een capaciteitsvergoeding ontvangt;
85° “onrechtstreekse buitenlandse capaciteit”: de capaciteit die zich buiten de Belgische regelzone bevindt die een bijdrage tot de bevoorrading van de Belgische markt levert via de interconnecties;