Hoofdstuk V.
Tarifering, openbare dienstverplichtingen, boekhouding


Art. 20.

§ 1.

Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad kan de federale minister bevoegd voor economie de maximumprijzen vaststellen voor de levering van elektriciteit aan eindafnemers [...].

 

§ 2.

Na advies van de commissie en overleg met de gewesten kan de federale minister bevoegd voor economie, na beraadslaging in Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh geldig voor het gehele grondgebied, voor de levering van elektriciteit aan residentiėle beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie.

 

De elektriciteitsbedrijven verzekeren de bevoorrading van residentiėle beschermde klanten tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.

 

[...]

 

De bepalingen van de wet van 22 januari 1945 op de economische reglementering en de prijzen zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 2, § 4, laatste lid, en § 5, voor de bepaling van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 1 en in het eerste lid.

 

§ 3.

De maximumprijzen bedoeld in §§ 1 en 2 worden zodanig vastgesteld dat :

kruissubsidies tussen categorieėn van afnemers worden vermeden;
wordt gewaarborgd dat een billijk deel van de productiviteitsverbetering ingevolge de openstelling van de elektriciteitsmarkt op evenwichtige wijze ten goede komt van residentiėle en professionele afnemers, waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen, in de vorm van een vermindering van de tarieven;
de tarieven voor de in 2° bedoelde afnemers geleidelijk worden afgestemd op de beste tariefpraktijken in hetzelfde marktsegment in de andere lidstaten van de Europese Unie, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de distributiesector.
het recht van toegang tot energie, goed van eerste levensbehoefte, wordt gewaarborgd, waarbij in het bijzonder, in het kader van de openstelling van de elektriciteitsmarkt voor concurrentie, de continuļteit van de sociale voordelen toepasbaar op bepaalde catego-rieėn residentiėle verbruikers inzake aansluitingen en tarieven wordt verzekerd;
erop wordt toegezien dat eindafnemers genieten van de voordelen die uit het afschrijvingsbeleid gevoerd in het gereguleerde systeem zullen voortvloeien;
de transparantie in termen van tarieven wordt gewaarborgd en de rationele consumptiegedragingen worden bevorderd.

 

 

§ 4.

Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na overleg met de gewestregeringen, kan de Koning de minister machtigen om, na advies van de commissie, minimumprijzen vast te stellen voor de aankoop van elektriciteit geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling en die beantwoordt aan de door Hem bepaalde kwaliteitscriteria, met het oog op de levering aan eindafnemers.


Art. 20bis.

§ 1.

Teneinde de controle waarin § 3 voorziet te kunnen uitvoeren, stelt de commissie voor elke leverancier, voor elk variabel contracttype, evenals elk nieuw contracttype, en in overleg met hem, binnen twee maanden na de bekendmaking van de wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, een gegevensbank op teneinde de methodologie te registreren voor de berekening van de variabele energieprijzen, waaronder de parameters en de indexeringsformules die daarbij gehanteerd worden. Hiertoe kan de commissie extra informatie opvragen in het kader van haar opdracht.

 

§ 2.

De variabele energieprijs voor de levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.’s kan maximaal vier keer per jaar, en steeds de eerste dag van een trimester, geļndexeerd worden.

 

Binnen drie werkdagen volgend op de indexering publiceren de leveranciers voor contracten met variabele energieprijzen, de desbetreffende indexeringsformules voor de levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers en KMO’s op hun website, alsook de eventuele wijzigingen aan die formules.

 

§ 3.

Binnen vijf dagen na elke indexering, die plaatsgrijpt na de registratie van de variabele energieprijzen overeenkomstig § 1, bezorgt elke leverancier aan de commissie een overzicht van de wijze waarop deze werd aangepast op grond van de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule. De commissie gaat na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule correct werd toegepast en in overeenstemming is met de gegevens zoals die zijn doorgegeven in het kader van § 1.

 

§ 4.

De commissie stelt vast [...] of de indexeringsformule zoals bedoeld in § 1 van de energiecomponent voor levering van elektriciteit met variabele energieprijs aan huishoudelijke eindafnemers en kmo’s correct werd toegepast.

 

De commissie doet op eigen initiatief een vaststelling in geval een leverancier geen aangifte doet van de in § 2 bedoelde gegevens. binnen de bovenvermelde termijnen, na ingebrekestelling van de leverancier om zijn aangifteplicht krachtens § 3 na te komen.

 

De commissie zendt per aangetekende brief met ontvangstmelding haar vaststelling over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in § 3 of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het tweede lid. De leverancier heeft het recht de vaststelling door de commissie te betwisten binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de vaststelling. Betwistingen worden voorgelegd aan een neutraal en door beide partijen aanvaard lid van het Belgisch Instituut voor Bedrijfsrevisoren, dat binnen dertig dagen en op kosten van de in het ongelijk gestelde partij een bindende vaststelling doet die vaststelt of de indexeringsformule van de energiecomponent voor levering van elektriciteit met variabele energieprijs aan huishoudelijke afnemers en K.M.O.’s correct werd toegepast.

 

Nadat de in het eerste lid vermelde vaststelling definitief is geworden, kan de commissie de leverancier aanmanen om de betrokken klanten te crediteren voor het teveel aangerekende deel van de energiecomponent. Indien de leverancier nalaat dit te doen binnen een periode van drie maanden na deze aanmaning kan de commissie deze een administratieve geldboete opleggen, in afwijking van artikel 31. Deze geldboete mag niet hoger zijn dan 150.000 euro.

 

§ 5.

De leverancier geeft elke stijging van de variabele energieprijs voor huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.’s die niet het gevolg is van een beslissing van de bevoegde overheid, regulator, netbeheerder, distributienetbeheerder of die niet voortvloeit uit de toepassing van de §§ 2 tot 4, per aangetekende brief met ontvangstmelding aan bij de commissie.

 

De melding aan de commissie gaat vergezeld van een motivering van de stijging van de variabele prijs zoals bedoeld in het eerste lid.

 

De inwerkingtreding van de stijging zoals bedoeld in het eerste lid wordt geschorst gedurende de duur van de in deze paragraaf bepaalde procedure.

 

De commissie oordeelt [...] of de motivering van de stijging gerechtvaardigd is aan de hand van objectieve parameters, onder andere op basis van een permanente vergelijking van de energiecomponent voor de levering van elektriciteit en aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.’s met het gemiddelde van de energiecomponent in de zone Noordwest-Europa.

 

Op initiatief van de commissie [...] wordt een beslissing genomen door de commissie in geval van afwezigheid van aangifte door een leverancier, na ingebrekestelling per aangetekende brief met ontvangstmelding van de leverancier om zijn aangifteplicht krachtens het eerste lid na te komen.

 

De commissie zendt [...] haar beslissing over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in het eerste lid of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het vijfde lid.

 

Indien de opwaartse aanpassing van de energiecomponent niet gerechtvaardigd is, knoopt de leverancier onderhandelingen aan met de commissie en de Nationale Bank van Belgiė met het oog op het afsluiten van een akkoord over de variabele prijs voor de energiecomponent voor de levering aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.’s. [...]

 

In geval van mislukking van de onderhandelingen binnen een termijn van twintig dagen vanaf de ontvangst door de commissie van voormelde aangifte, kan de commissie [...] het geheel of een deel van de geplande stijging verwerpen. De commissie motiveert en deelt haar beslissing per aangetekende brief met ontvangstmelding mee aan de leverancier, onverminderd de rechtsmiddelen van de leveranciers overeenkomstig artikel 29bis.

 

De leveranciers publiceren de goedgekeurde stijging van hun energiecomponent voor levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.’s op hun website na afloop van deze procedure, binnen vijf werkdagen na de kennisname van de beslissing van de commissie.

 

Ingeval de commissie vaststelt dat de leveranciers hun verplichtingen krachtens deze paragraaf niet naleven binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van haar beslissing aan de betrokken leverancier, kan ze de genoemde leverancier in gebreke stellen om zich te schikken naar zijn verplichtingen. Indien de leverancier nalaat dit te doen binnen een termijn van drie maanden na deze ingebrekestelling, kan de commissie hem een administratieve boete opleggen, bij afwijking van artikel 31. Deze boete mag 150.000 euro niet overschrijden.

 

De commissie neemt de strikte vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens in acht.

 

§ 6.

Er wordt onder het gezag van de commissie een Fonds opgericht dat beheerd wordt door de commissie en dat bestemd is voor de vermindering van de federale bijdrage. De administratieve geldboetes worden gestort in het fonds ter vermindering van de federale bijdrage, opgericht door art. 20bis, § 6.

 

§ 7.

Het mechanisme ingevoerd door dit artikel maakt het voorwerp uit van een jaarlijkse monitoring en een jaarlijks verslag door de commissie en de Nationale Bank van Belgiė teneinde met name de risico’s van de marktverstorende effecten te identificeren.

 

Tot 31 december 2014, kan de Koning bij belangrijke marktverstorende effecten, op elk moment beslissen om een einde te stellen aan het mechanisme van dit artikel op voorstel van de minister bij besluit overlegd in Ministerraad op basis van de monitoring en het jaarverslag bedoeld in het eerste lid.

 

Ten laatste zes maanden vóór 31 december 2014, stellen de commissie en de Nationale Bank van Belgiė een evaluatierapport op over dit mechanisme ingesteld door dit artikel. Op basis van dit rapport kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, het verlengen met een nieuwe periode van drie jaar, indien een hernieuwing nodig is volgens een identieke procedure, indien hij vaststelt dat de transparantie- en mededingingsvoorwaarden nog steeds niet vervuld zijn en dat de bescherming van de consument nog steeds niet gewaarborgd is. Op basis van de monitoring en het jaarverslag van de commissie en de Nationale Bank bedoeld in het eerste lid, kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, op elk moment besluiten om aan het mechanisme van dit artikel een eind te maken in aanwezigheid van belangrijke marktverstorende effecten.


Art. 20ter.

Voor de toepassing van de boete bedoeld in artikel 20bis, §§ 4 en 5, deelt de commissie aan de betrokken leverancier haar bezwaren mee. De leverancier kan zijn opmerkingen meedelen binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de verzenddatum. De commissie organiseert vervolgens een hoorzitting tijdens welke de leverancier zijn opmerkingen kan indienen. De commissie neemt haar eindbeslissing binnen vijf dagen volgend op de hoorzitting.


Art. 21.

Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, kan de Koning :

de producenten, tussenpersonen, leveranciers en netbeheerder openbare dienstverplichtingen opleggen inzonderheid inzake regelmaat en kwaliteit van elektriciteitsleveringen en inzake bevoorrading van afnemers, inzake milieubescherming met betrekking tot de bescherming tegen ioniserende straling en doorvoer van radioactief afval, de milieubescherming in de mariene gebieden bedoeld in de artikelen 6 en 6/3 de energie die geproduceerd wordt uit hernieuwbare energiebronnen in de mariene gebieden bedoeld in de artikelen 6 en 6/3 ;
als tegenprestatie voor de openbare dienstverplichtingen bedoeld in 1°, afwijken van de bepalingen van de artikelen 4, 15 en 17 voor zover dergelijke afwijkingen strikt noodzakelijk zijn voor de correcte uitvoering van deze verplichtingen;
een fonds oprichten, onder beheer van de commissie, dat :
a)  de volledige of een deel van de reėle nettokost van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in 1° ten laste neemt, voor zover deze kost een onbillijke last zou vertegenwoordigen voor de ondernemingen die tot deze verplichtingen gehouden zijn;
b) geheel of gedeeltelijk wordt gefinancierd door toeslagen op de tarieven bedoeld in artikel 12 of door heffingen op alle of objectief bepaalde categorieėn van energieverbruikers of marktoperatoren, volgens de nadere regels bepaald door hetzelfde besluit.

 

In voorkomend geval wordt de berekening van de kosten en verliezen bedoeld in het eerste lid, 3°, a), door elke betrokken onderneming gedaan, overeenkomstig de door de commissie opgestelde methodologie, en door deze laatste geverifieerd.

 

Elk besluit dat krachtens het eerste lid, 3°, b), wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.

 

[...]

 


Art. 21bis.

§ 1.

Een « federale bijdrage » wordt geheven ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteitsmarkt.

 

De federale bijdrage is verschuldigd door de op het Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers op elke kWh die ze voor eigen gebruik van het net afnemen. De federale bijdrage is aan de BTW onderworpen.

 

De netbeheerder is belast met de inning van de federale bijdrage zonder toepassing van de regels betreffende de vrijstelling bedoeld in § 1bis en de degressiviteit bedoelt in § 2 en § 5.

 

Daartoe factureert hij de toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders. Indien de houders van een toegangscontract en/of de distributienetbeheerders niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, kunnen zij de federale bijdrage factureren aan hun eigen klanten, totdat deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan degene die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt.

de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 (de oude pilootopwerkingsfabriek Eurochemic of passief BP1; de oude Afvalafdeling van het Studiecentrum voor Kernenergie of passief BP2) te Mol-Dessel en uit het kwart van de denuclearisatie van de BR3-reactor van het technisch passief van het Studiecentrum voor Kernenergie te Mol, alsook uit de behandeling, de conditionering, de opslag en de berging van het geaccumuleerd radioactief afval, met inbegrip van het radioactief afval afkomstig uit de genoemde denuclearisaties, ten gevolge van de nucleaire activiteiten op de genoemde sites en reactor. De tussenkomst van de federale bijdrage in het kwart van de ontmantelingskost van de BR3-reactor is pas verschuldigd vanaf het jaar dat een financieringstekort zich dreigt voor te doen voor het technisch passief van het SCK.CEN. De tussenkomst van de federale bijdrage in dit passief maakt geen deel uit van het regionaal evenwicht bedoeld in het vierde lid van artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 oktober 1991 houdende de regelen betreffende het toezicht op en de subsidiėring van het Studiecentrum voor Kernenergie en tot wijziging van de statuten van dit Centrum
de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de commissie zoals bedoeld in artikel 25, § 3, en dit onverminderd de overige bepalingen van artikel 25, § 3 en voor de financiering van de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie, bedoeld in artikel 27, die door de commissie in het jaar 2005 zijn geļnd met toepassing van artikel 21ter, § 1, en die worden gestort in een fonds beheerd door de ombudsdienst voor energie overeenkomstig artikel 21ter, § 1, 6° ;
de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en financiėle maatschappelijke steunverlening inzake energie zoals bepaald door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiėle maatschappelijke bijstand aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen met het oog op de naleving van de internationale verbintenissen van Belgiė inzake bescherming van het leefmilieu en duurzame ontwikkeling;
de financiering van de reėle nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiėle klanten, zoals bepaald in artikel 20, § 2.
[...] [...]

 

 

 

 

 

§ 1bis.

Elektriciteit die van het net werd afgenomen om een installatie voor de opslag van elektriciteit te voeden wordt vrijgesteld van de federale bijdrage.

 

§ 2.

Wanneer op een verbruikslocatie meer dan 20 MWh/jaar voor professioneel gebruik wordt geleverd, wordt vanaf het jaar 2006 de federale bijdrage voor die eindafnemers, op basis van hun jaarlijks verbruik, als volgt verminderd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract :

voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 15 procent;
voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 20 procent;
3°  voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 25 procent;
voor de verbruiksschijf meer dan 25 000 MWh/jaar [...] : met 45 procent.

 

[...] per verbruikslocatie en per jaar [...] bedraagt de federale bijdrage, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor die verbruikslocatie maximum 250 000 euro.

 

De verminderingen bedoeld in de eerste twee leden gelden voor de elektriciteit afgenomen door alle eindafnemers behalve degenen die geen sectorakkoord of convenant ondertekend hebben waarvoor ze in aanmerking komen.

 

Wanneer blijkt dat een bedrijf dat een sectorakkoord of convenant heeft gesloten en dat de degressiviteit geniet als gevolg van zijn verklaring betreffende de naleving ervan, de verplichtingen van dit akkoord of convenant zoals bepaald door de Gewesten niet naleeft, moet dit bedrijf de bedragen, die wegens de onterechte toepassing van de degressiviteit niet betaald werden, terugbetalen aan de commissie. Daarenboven verliest het bedrijf haar recht op de degressiviteit voor het volgende jaar.

 

§ 3.

Om het totale bedrag te dekken dat uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in § 2 voortvloeit, worden volgende elementen aan de in artikel 21ter, § 1, bedoelde fondsen toegewezen :

de ontvangsten voortvloeiend uit de verhoging van het bijzondere accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel e) i) en onderdeel f) i) van de programmawet van 27 december 2004 voor gasolie van de GN codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten belope van een bedrag van 7 euro per 1 000 liter bij 15°, als deze verhoging overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 420, § 3, b), van dezelfde wet gebeurt;
als het totaal van de onder 1° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een gedeelte van de ontvangsten voortvloeiend uit het bijzonder accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel j) van de programmawet van 27 december 2004 voor steenkool, cokes en bruinkool van de GN codes 2701, 2702 et 2704 bijkomend toegewezen;
als het totaalbedrag uit de onder 1° en 2° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een deel van de opbrengst van de vennootschapsbelastingen bijkomend toegewezen.

 

Voor het jaar 2009, om het totale bedrag te dekken, voortvloeiend uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage, bedoeld in § 2, worden ook toegewezen aan de fondsen, bedoeld in artikel 21ter, § 1, de bedragen, 2.650.000 euro komende van het werkingskapitaal van de NV Belgoprocess en 3.000.000 euro van het fonds voor het passief BP1/BP2

 

De codes van de in dit artikel bedoelde gecombineerde nomenclatuur verwijzen naar die welke zijn vastgesteld in de verordening EEG nr 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van de verordening EEG nr 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.

 

§ 4.

[...]

 

§ 5.

Voor de verbruiken vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 wordt de federale bijdrage verminderd, door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor eindafnemers die van de degressiviteit genieten, op basis van hun jaarlijks verbruik :

voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 20 %;
voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 25 %; 
voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 30 %;
voor de verbruiksschijf tussen 25 000 MWh/jaar en 250 000 MWh/jaar : met 55 %. 

 

Wanneer per verbruikslocatie en op jaarbasis meer dan 250 000 MWh aan een eindafnemer wordt geleverd, bedraagt de federale bijdrage, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor deze verbruikslocatie maximum 200.000 euro.

 

§ 6.

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de commissie de in § 2 bedoelde percentages aanpassen. Elk hiertoe genomen besluit wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.


Art. 21ter.

§ 1.

De netbeheerder stort de geļnde federale bijdrage, bedoeld in artikel 21bis, § 1, aan de commissie. De Koning bepaalt, bij besluiten, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bedragen van de federale bijdrage die de commissie doorstort :

in een fonds dat beheerd wordt door de commissie en dat bestemd is voor de financiering van haar werkingskosten overeenkomstig artikel 25, § 3;
in het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°, met het oog op de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 3°;

in de volgende fondsen ten voordele van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen, met het oog op de financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 1° :

het fonds, genaamd « passief BP « , voor wat betreft het gedeelte van de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2; 
het fonds, genaamd « BR3 « , voor wat betreft het kwart van de denuclearisatie van de BR3-reactor van het technisch passief van het Studiecentrum voor Kernenergie te Mol.
in een fonds voor de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, dat beheerd wordt door de commissie, zoals bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 4°;
in een fonds ten gunste van de residentiėle beschermde klanten, zoals bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 5°.
[...]
in een fonds beheerd door de ombudsdienst voor energie met het oog op de financiering van de werkingskosten van deze dienst overeenkomstig artikel 27.
[...]  [...]

 

Elk trimester bezorgt de commissie aan de ministers bevoegd voor Energie, Begroting en Financiėn een overzicht over de hoogte en evolutie van de fondsen bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het fonds bedoeld in het eerste lid, 1°. 

 

Voor het bekomen van het bedrag van de federale bijdrage dat voor haar bestemd is, richt de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen een geldopvraging aan de commissie volgens de nadere regels bepaald in toepassing van § 2, 1°. Op hetzelfde ogenblik richt de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen aan de Belgische Staat een factuur met hetzelfde bedrag als de geldopvraging, verhoogd met de BTW op dat bedrag. Deze factuur vermeldt de vereffening van het bedrag door de geldopvraging aan de commissie en vraagt de betaling van de BTW. Deze BTW wordt betaald door een voorafname van het fonds bedoeld in het eerste lid, 4°. Bij de ontvangst van de factuur wordt de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiėn verzocht die voorafname te compenseren door een toewijzing vanuit de BTW-ontvangsten. Na opdracht aan de administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiėn wordt de voorafname terugbetaald aan het fonds bedoeld in het eerste lid, 4°, ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiėn van de maandelijkse BTW-aangifte van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen waarin de factuur is vermeld die de Instelling aan de Belgische Staat gericht heeft voor de betaling van de BTW in het kader van de financiering van de verplichtingen bedoeld in artikel 21bis, § 1, 1°.

 

§ 2.

Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning :

het bedrag en de berekeningswijze en de overige nadere regels van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, § 1;
de nadere regels voor de betaling van de federale bijdrage voor eindafnemers die niet door alleen maar één leverancier bevoorraad kunnen worden of die hun elektriciteit herverkopen;
het forfait dat in rekening mag gebracht worden, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt, om de administratieve meerkosten te dekken die zijn verbonden aan de inning van de federale bijdrage, de financiėle lasten en de risico’s;
de nadere regels voor het beheer van deze fondsen door de commissie;
de nadere regels voor de samenstelling en het bedrag van de bankwaarborg ter honorering van de betaling, die door de leveranciers wordt samengesteld en op het eerste verzoek inroepbaar is;
de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en van de vrijstelling, bedoeld in artikel 21bis, § 1bis, in het bijzonder de manier waarop de leveranciers en de houders van een toegangscontract deze voorgefinancierde bedragen kunnen recupereren bij de commissie en de nodige bewijzen voor het bekomen van deze terugbetaling.

 

 

§ 3.

Op voorstel van de commissie bepaalt de Koning de regels voor de bepaling van de kost voor de elektriciteitsondernemingen van de activiteit bedoeld in artikel 20, § 2, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan.

 

Op voorstel van de commissie kan de Koning de regels wijzigen, vervangen of opheffen die vastgesteld zijn in het bij de programmawet van 27 december 2004 bekrachtigde koninklijk besluit van 21 januari 2004 tot vastelling van de nadere regels voor de compensatie van de reėle nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de elektriciteitsmarkt en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan. 

 

§ 4.

Elk besluit tot vaststelling van het bedrag, de berekeningswijze en de overige nadere regels van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, § 1, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bevestigd binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding.

 

§ 5.

Voor het jaar 2005, worden de bedragen van de federale bijdrage die door de commissie gestort worden met toepassing van § 1, als volgt vastgelegd :

voor het fonds zoals bedoeld in § 1, 1°, bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 13 februari 2005 tot vaststelling van de bedragen die bestemd zijn voor de financiering van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas voor het jaar 2005;
voor het fonds zoals bedoeld in § 1, 2°, bij artikel 4, § 4, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 3°, bij het koninklijk besluit van 19 december 2003 ter vaststelling van de bedragen bestemd voor de financiering van de nucleaire passiva BP1 en BP2 voor de periode 2004-2008, in uitvoering van artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverleningen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 4°, bij artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverleningen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 5°, bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 januari 2005 tot vaststelling van de bedragen voor 2005 van de fondsen die bestemd zijn voor de financiering van de werkelijke kostprijs ingevolge de toepassing van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas aan beschermde residentiėle afnemers.

 


Art. 21quater.

Onverminderd 8 juniartikel 26, § 1bis, zoals ingevoegd door de wet van 8 juni 2008, en artikel 30bis, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren.


Art. 22.

§ 1.

De wet van 17 juli 1975 op de boekhoudingen de jaarrekening van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsmede de artikelen 64 tot 66, 77 (met uitzondering van het zesde lid), 80, 80bis en 177bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn van toepassing op de netbeheerder en op de beheerders van de distributienetten, producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen die vennootschappen of organismen naar Belgisch recht zijn, ongeacht hun rechtsvorm. De jaarrekening van deze ondernemingen specificeert in de toelichting alle significante verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het betrokken boekjaar.

 

§ 1bis.

De bedrijven die bedoeld in § 1 voeren in hun interne boekhouding gescheiden rekeningen in voor de werkzaamheden die verband houden met hun openbare dienstverplichtingen.

 

§ 2.

De ondernemingen bedoeld in §1 die verticaal of horizontaal geļntegreerd zijn, houden in hun interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor hun productie-, transmissie- en distributieactiviteiten en, in voorkomend geval, voor het geheel van hun activiteiten buiten de elektriciteitssector, zoals zij zouden moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden ondernemingen werden uitgevoerd. Zij houden ook rekeningen die kunnen geconsolideerd worden voor de andere activiteiten met betrekking tot elektriciteit die niet verbonden zijn met de transmissie of distributie.

 

Tot 1 juli 2007, houden de in § 1 bedoelde ondernemingen, afzonderlijke rekeningen voor hun leveringsactiviteiten aan in aanmerking komende en niet in aanmerking komende afnemers. De inkomsten uit de eigendom van het transmissienet worden in de boekhouding vermeld.

 

Wat de gescheiden rekeningen voor hun productieactiviteiten betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen de productie van nucleaire oorsprong en de productie van fossiele of andere oorsprong.

 

De jaarrekening van de ondernemingen bedoeld in het eerste lid bevat in de toelichting een balans en een resultatenrekening voor elke categorie van activiteiten, alsmede de regels voor de toerekening van de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze wijzigingen moeten in de toelichting bij de jaarrekening worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.

 

§ 3.

De commissie kan bepalen dat de ondernemingen bedoeld in § 1 of bepaalde categorieėn ervan haar periodiek boekhoudkundige gegevens overmaken betreffende hun gescheiden rekeningen of hun financiėle of commerciėle betrekkingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen, teneinde de commissie in de mogelijkheid te stellen na te gaan of deze relaties niet van aard zijn de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming te schaden.

 

De commissie kan ondernemingen bedoeld in § 2 toestaan om gegevens van hun analytische boekhouding niet bekend te maken indien de betrokken onderneming aantoont dat de bekendmaking ervan haar concurrentiepositie kan schaden.

Elk besluit dat voor de elektriciteitssector wordt vastgesteld krachtens artikel 11, 2°, van de voornoemde wet van 17 juli 1975, en elke afwijking die aan ondernemingen uit deze sector wordt toegestaan met toepassing van artikel 15 van dezelfde wet, is onderworpen aan het voorafgaand advies van de commissie.

 

§ 3bis.

De commissie garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter, uitgezonderd de wettelijke verplichtingen tot bekendmaking van informatie.