Art. 20.

§ 1.

Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad kan de federale minister bevoegd voor economie de maximumprijzen vaststellen voor de levering van elektriciteit aan eindafnemers [...].

 

§ 2.

Na advies van de commissie en overleg met de gewesten kan de federale minister bevoegd voor economie, na beraadslaging in Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh geldig voor het gehele grondgebied, voor de levering van elektriciteit aan residentiėle beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie.

 

De elektriciteitsbedrijven verzekeren de bevoorrading van residentiėle beschermde klanten tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.

 

[...]

 

De bepalingen van de wet van 22 januari 1945 op de economische reglementering en de prijzen zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 2, § 4, laatste lid, en § 5, voor de bepaling van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 1 en in het eerste lid.

 

§ 3.

De maximumprijzen bedoeld in §§ 1 en 2 worden zodanig vastgesteld dat :

kruissubsidies tussen categorieėn van afnemers worden vermeden;
wordt gewaarborgd dat een billijk deel van de productiviteitsverbetering ingevolge de openstelling van de elektriciteitsmarkt op evenwichtige wijze ten goede komt van residentiėle en professionele afnemers, waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen, in de vorm van een vermindering van de tarieven;
de tarieven voor de in 2° bedoelde afnemers geleidelijk worden afgestemd op de beste tariefpraktijken in hetzelfde marktsegment in de andere lidstaten van de Europese Unie, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de distributiesector.
het recht van toegang tot energie, goed van eerste levensbehoefte, wordt gewaarborgd, waarbij in het bijzonder, in het kader van de openstelling van de elektriciteitsmarkt voor concurrentie, de continuļteit van de sociale voordelen toepasbaar op bepaalde catego-rieėn residentiėle verbruikers inzake aansluitingen en tarieven wordt verzekerd;
erop wordt toegezien dat eindafnemers genieten van de voordelen die uit het afschrijvingsbeleid gevoerd in het gereguleerde systeem zullen voortvloeien;
de transparantie in termen van tarieven wordt gewaarborgd en de rationele consumptiegedragingen worden bevorderd.

 

 

§ 4.

Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na overleg met de gewestregeringen, kan de Koning de minister machtigen om, na advies van de commissie, minimumprijzen vast te stellen voor de aankoop van elektriciteit geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling en die beantwoordt aan de door Hem bepaalde kwaliteitscriteria, met het oog op de levering aan eindafnemers.