Hoofdstuk XVI.
Ambtshalve tussenkomst van de OVAM


Art. 156.

In geval van een vrijstelling van de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, kan de OVAM beslissen om ambtshalve een oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren of de grond op te nemen in een site met het oog op de uitvoering van een siteonderzoek.


Art. 157.

De OVAM kan beslissen om ambtshalve een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in afdelingen III, VI en VII van hoofdstuk VI, uit te voeren, als de exploitant, gebruiker en eigenaar van de gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam niet gehouden is om een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering uit te voeren krachtens de bepalingen van artikel 12 of 23, artikel 105 of 110, of artikel 133. Als de eigenaar krachtens de voormelde bepalingen voor een deel van de bodemverontreiniging van de saneringsplicht vrijgesteld is, kan de OVAM beslissen om voor dat deel van de bodemverontreiniging ambtshalve een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in titel III, hoofdstuk VI, afdeling III en VI, uit te voeren.

 

Als een grond die het voorwerp uitmaakt van een ambtshalve bodemsanering, door de OVAM in de periode tussen de beslissing tot ambtshalve uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering en de aflevering van de eindverklaring voor de ambtshalve bodemsanering in het kader van een voorlopig of definitief vastgesteld ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg een bestemming krijgt waardoor met toepassing van artikel 10, § 2, of artikel 21, § 1, een aangepast saneringsdoel op de bodemsanering van toepassing wordt, worden de eventuele meerkosten van de ambtshalve uitvoering van de bodemsanering vanwege de toepassing van het aangepaste saneringsdoel ge(pre)financierd door de persoon die eigenaar is van die grond op het moment van de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg.


Art. 158.

De OVAM kan beslissen om bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in titel III, hoofdstuk VI, afdeling III en VI, op siteniveau ambtshalve uit te voeren.


Art. 159. Als de OVAM ambtshalve optreedt, kan ze zich laten bijstaan door andere overheidsinstellingen, ondernemingen of deskundigen.

Art. 160.

Als de OVAM krachtens de bepalingen van dit decreet van rechtswege of ambtshalve optreedt, verhaalt ze de kosten op de persoon die aansprakelijk is conform artikel 16 of 25.


Art. 160bis.

In afwijking van artikel 160 kan de OVAM beslissen af te zien van verhaal als de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag.


Art. 161.

§ 1

Op grond van de beslissing van de OVAM beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet, heeft de OVAM tot zekerheid van de voldoening van de kosten van de ambtshalve uitvoering ervan een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de personen, vermeld in artikel 160, en kan ze een wettelijke hypotheek nemen op al de daarvoor vatbare en in het Vlaamse Gewest gelegen of geregistreerde goederen van deze personen. Hetzelfde geldt als de OVAM van rechtswege een siteonderzoek uitvoert met toepassing van artikel 141.

 

§ 2

Het voorrecht neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten die vermeld zijn in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 en in artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel.

 

§ 3

De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens de betekende beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet .

 

§ 4

De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaar daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering.
De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande beroep, op voorlegging van een afschrift van de beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet , die eensluidend wordt verklaard door die ambtenaar en die melding maakt van de betekening ervan.

 

§ 5

Artikel 19, tweede lid, van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de verschuldigde kosten van de ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet, waarvoor een beslissing door de OVAM genomen werd en waarvan de betekening aan de personen, vermeld in artikel 160, is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring.