Art. 161.

§ 1

Op grond van de beslissing van de OVAM beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet, heeft de OVAM tot zekerheid van de voldoening van de kosten van de ambtshalve uitvoering ervan een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de personen, vermeld in artikel 160, en kan ze een wettelijke hypotheek nemen op al de daarvoor vatbare en in het Vlaamse Gewest gelegen of geregistreerde goederen van deze personen. Hetzelfde geldt als de OVAM van rechtswege een siteonderzoek uitvoert met toepassing van artikel 141.

 

§ 2

Het voorrecht neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten die vermeld zijn in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 en in artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel.

 

§ 3

De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens de betekende beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet .

 

§ 4

De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaar daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering.
De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande beroep, op voorlegging van een afschrift van de beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet , die eensluidend wordt verklaard door die ambtenaar en die melding maakt van de betekening ervan.

 

§ 5

Artikel 19, tweede lid, van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de verschuldigde kosten van de ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet, waarvoor een beslissing door de OVAM genomen werd en waarvan de betekening aan de personen, vermeld in artikel 160, is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring.