Art. 30.

§ 1.

Worden gestraft met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 1,24 tot 495,79 euro of met één van deze straffen alleen :

zij die de verificaties en onderzoeken van de commissie of van de Beroepskamer krachtens deze wet hinderen, weigeren hun informatie te verstrekken die zij gehouden zijn mee te delen krachtens deze wet, of hun bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken;
zij die de bepalingen van de artikelen 4, § 1, eerste lid, of 17, § 1, overtreden.

 

 

§ 2.

De Koning kan strafsancties bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze wet die Hij aanduidt. Deze strafsancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 495,79 euro niet overschrijden.

 

§ 3.

De bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bepaald in §§ 1 en 2. De vennootschappen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboeten waarvoor hun bestuurders, zaakvoerders of lasthebbers wegens dergelijke inbreuken worden veroordeeld.