Art. 38.

De Koning regelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet.

 

Het eerste lid is niet van toepassing voor deze belastingplichtigen :


in het geval van een bijkomstige activiteit bestaande uit de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energieėn of bij co-generatie van stoomelektriciteit uit aardgas, ofwel

in het geval van een activiteit bestaande uit de productie van elektriciteit waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van een grondstof die afkomstig is van een afvalverwerkingsactiviteit op dezelfde exploitatieplaats.

 

Voor de toepassing van het tweede lid, wordt er verstaan onder :


« bijkomstige activiteit » : een activiteit van elektriciteitsproductie waarvan de netto-inkomsten, deze uit energetische stimulerende middelen inbegrepen, minder bedragen dan 25 % van de jaarlijkse netto-inkomsten van de belastingplichtige; 

« hoofdzakelijk gebruik » : een gebruik, op jaarbasis, van meer dan 75 % in energetische capaciteit.