Art. 5.2.2.3bis.4. De bedrijfsvoering op het terrein moet zo zijn dat :
1
de opslag en voorbehandeling gecontroleerd gebeuren waarbij de biologische processen worden stilgelegd of op zijn minst dermate beperkt dat elke vorm van geurhinder of bodemverontreiniging uitgesloten is;
2
de voorbehandeling is afgestemd op de uiteindelijke verwerking.