Titel VI.
Overgangs-, opheffings- en inwerkingtredingsbepalingen


Art. 175. [...]

Art. 176.

§ 1

Het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, gewijzigd bij het decreet van 22 december 1995, het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1996, en de decreten van 20 december 1996, 26 mei 1998, 18 mei 2001, 18 december 2002, 27 juni 2003, 19 december 2003 en 16 juni 2006, wordt opgeheven.

 

§ 2

Artikel 2 van het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001 wordt opgeheven.

 

§ 3

In alle wetteksten waarin verwezen wordt naar het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering moet dit gelezen worden als een verwijzing naar dit decreet.


Art. 177.

§ 1

Het beëindigen van de persoonlijke gebruiksrechten die werden aangegaan na 30 september 1996 en waarbij het aangaan van deze gebruiksrechten conform de op dat ogenblik van kracht zijnde bepalingen van artikel 2, 18°, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering als een overdracht van gronden werd beschouwd, behoudt zijn kwalificatie als een overdracht van gronden, voor zover de op dat ogenblik van kracht zijnde bepalingen betreffende de overdracht van gronden werden nageleefd op het ogenblik van het aangaan van deze gebruiksrechten.

 

§ 2

De besluiten houdende erkenning als bodemsaneringsdeskundige, getroffen krachtens artikel 3, § 7, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, blijven van kracht.

 

§ 3

De beslissingen van de OVAM waarbij geoordeeld werd dat de saneringsplichtige persoon aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikelen 10, § 2, en 31, § 2 en § 3, van het decreet van februari 1995 betreffende de bodemsanering, blijven van kracht. Dit geldt eveneens voor de besluiten van de Vlaamse Regering, getroffen krachtens artikel van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, waarbij geoordeeld werd dat de saneringsplichtige persoon aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikelen 10, § 2, en 31, § 2 en § 3, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering.

 

§ 4.

Voor de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden kan de OVAM en de Vlaamse Regering zich baseren op technische verslagen, bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindevaluatieonderzoeken die voor de inwerkingtreding van dit decreet bij de OVAM werden ingediend, alsook op de bestuurshandelingen naar aanleiding van de beoordeling ervan.


Art. 178. De bepalingen van dit decreet treden in werking op de data, die door de Vlaamse Regering worden bepaald.