Art. 177.

§ 1

Het beëindigen van de persoonlijke gebruiksrechten die werden aangegaan na 30 september 1996 en waarbij het aangaan van deze gebruiksrechten conform de op dat ogenblik van kracht zijnde bepalingen van artikel 2, 18°, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering als een overdracht van gronden werd beschouwd, behoudt zijn kwalificatie als een overdracht van gronden, voor zover de op dat ogenblik van kracht zijnde bepalingen betreffende de overdracht van gronden werden nageleefd op het ogenblik van het aangaan van deze gebruiksrechten.

 

§ 2

De besluiten houdende erkenning als bodemsaneringsdeskundige, getroffen krachtens artikel 3, § 7, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, blijven van kracht.

 

§ 3

De beslissingen van de OVAM waarbij geoordeeld werd dat de saneringsplichtige persoon aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikelen 10, § 2, en 31, § 2 en § 3, van het decreet van februari 1995 betreffende de bodemsanering, blijven van kracht. Dit geldt eveneens voor de besluiten van de Vlaamse Regering, getroffen krachtens artikel van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, waarbij geoordeeld werd dat de saneringsplichtige persoon aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikelen 10, § 2, en 31, § 2 en § 3, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering.

 

§ 4.

Voor de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden kan de OVAM en de Vlaamse Regering zich baseren op technische verslagen, bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindevaluatieonderzoeken die voor de inwerkingtreding van dit decreet bij de OVAM werden ingediend, alsook op de bestuurshandelingen naar aanleiding van de beoordeling ervan.