Hoofdstuk Vbis.
Bijzondere bepalingen betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten.


Afdeling 1.
Algemene bepaling


Art. 14bis.

§ 1.

Dit hoofdstuk schept een kader voor de vaststelling van voorschriften inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten, teneinde het vrije verkeer van die producten in de interne markt te garanderen.

 

§ 2.

Dit hoofdstuk stelt de voorschriften vast waaraan energiegerelateerde producten die onder uitvoeringsmaatregelen vallen, moeten voldoen om op de markt te kunnen worden geïntroduceerd en/of in gebruik te kunnen worden genomen. Zij draagt bij tot duurzame ontwikkeling door de energie-efficiëntie en het niveau van milieubescherming te verhogen en tegelijk de zekerheid van de energievoorziening te vergroten.

 

§ 3.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of goederen.

 

§ 4.

Dit hoofdstuk en de uitvoeringsmaatregelen uit hoofde ervan, doen geen afbreuk aan de wetgeving inzake afvalbeheer en chemische stoffen, met inbegrip van gefluoreerde broeikasgassen.


Afdeling 2.
Definities


Art. 14ter.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan:

1° «energiegerelateerd product » (« egp ») : elk op de markt geïntroduceerd en/of in gebruik genomen goed dat tijdens het gebruik een effect heeft op het energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om in onder dit hoofdstuk vallende energiegerelateerde producten te worden ingebouwd en die ten behoeve van eindgebruikers op de markt worden geïntroduceerd en/of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;

2° "componenten en subeenheden" : onderdelen die bedoeld zijn om in egp’s te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van eindgebruikers op de markt worden geïntroduceerd en/of in gebruik worden genomen of waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;

3° "uitvoeringsmaatregelen" : krachtens deze wet, een Europese Verordening of Beschikking goedgekeurde maatregelen tot vaststelling van ecologische ontwerpvoorschriften voor gedefinieerde egp’s of voor milieuaspecten daarvan;

4° "op de markt introduceren" : een egp voor het eerst op de communautaire markt aanbieden, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan binnen de Unie, ongeacht de verkooptechniek;

5° "ingebruikneming" : eerste gebruik door de eindgebruiker van een egp in de Unie, overeenkomstig het gebruiksdoel;

6° "fabrikant" : natuurlijke of rechtspersoon die onder deze wet vallende egp’s vervaardigt en verantwoordelijk is voor de overeenstemming van het egp met deze wet met het oog op het op de markt introduceren en/of het in gebruik nemen ervan onder zijn eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik. Bij het ontbreken van een fabrikant zoals gedefinieerd in de eerste zin of van een importeur zoals omschreven in punt 8°, wordt een natuurlijke of rechtspersoon die de onder deze wet vallende egp’s op de markt introduceert en/of in gebruik neemt, als fabrikant beschouwd;

7° "gevolmachtigde" : elke in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem alle of een deel van de verplichtingen en formaliteiten in verband met deze wet te vervullen;

8° "importeur" : in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van zijn commerciële activiteiten een product uit een derde land op de communautaire markt introduceert;

9° "materialen" : alle materialen die tijdens de levenscyclus van een egp gebruikt worden;

10° "productontwerp" : de reeks processen waarbij wettelijke, technische, veiligheids-, functionele, markt- of andere voorschriften waaraan een egp moet voldoen, in de technische specificatie van dat egp worden omgezet;

11° "milieuaspect" : een element of functie van een egp dat of die tijdens de levenscyclus ervan met het milieu kan interageren;

12° "milieueffect" : elke verandering in het milieu die geheel of gedeeltelijk het gevolg van egp’s is en zich voordoet tijdens hun levenscyclus;

13° "levenscyclus" : de opeenvolgende en onderling met elkaar verbonden stadia van een egp vanaf het gebruik van grondstoffen tot de uiteindelijke verwijdering;

14° "hergebruik" : elke handeling waarbij egp’s of componenten ervan die aan het einde van hun eerste gebruiksmogelijkheid zijn gekomen, worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor ze waren ontworpen, met inbegrip van het voortgezette gebruik van egp’s die naar inzamelcentra, distributeurs, recycleercentra of fabrikanten worden teruggebracht, alsmede het hergebruik van egp’s na revisie;

15° "recycling" : herverwerking van afvalstoffen in een productieproces voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden, met uitsluiting van energieterugwinning;

16° "energieterugwinning" : het gebruik van brandbaar afval als middel om energie op te wekken door directe verbranding met of zonder ander afval, maar met terugwinning van de warmte;

17° "terugwinning" : elk van de toepasselijke werkzaamheden vermeld in bijlage II van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;

18° "afvalstoffen" : elke stof of elk voorwerp van de in bijlage I van Richtlijn 2008/98/EG vermelde categorieën waarvan de houder zich ontdoet of van plan is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

19° «gevaarlijke afvalstoffen » : afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 3, 2., van Richtlijn 2008/98/EG;

20° "ecologisch profiel" : een beschrijving, overeenkomstig de op het egp toepasselijke uitvoeringsmaatregel, van de over de gehele levenscyclus aan een egp verbonden inputs en outputs (zoals grondstoffen, emissies en afvalstoffen) die uit het oogpunt van hun milieueffect significant zijn en in meetbare fysische grootheden worden uitgedrukt;

21° "milieuprestaties" van een egp : de resultaten van het beheer van de milieuaspecten van het egp door de fabrikant, zoals weergegeven in het technische documentatiedossier van het egp;

22° "verbetering van de milieuprestaties" : het proces bestaande in het verbeteren van de milieuprestaties van een egp over opeenvolgende generaties, hoewel niet noodzakelijkerwijze met betrekking tot alle milieuaspecten van het product tegelijkertijd;

23° "ecologisch ontwerp" : de integratie van milieuaspecten in het productontwerp met het doel de milieuprestaties van het egp over zijn gehele levenscyclus te verbeteren;

24° "voorschrift inzake ecologisch ontwerp" : elk voorschrift met betrekking tot een egp of het ontwerp van een egp dat wordt vastgesteld met het doel de milieuprestaties ervan te verbeteren, of elk voorschrift inzake het verstrekken van informatie betreffende de milieuaspecten van een egp;

25° "generiek voorschrift inzake ecologisch ontwerp" : elk voorschrift inzake ecologisch ontwerp dat is gebaseerd op het ecologische profiel als geheel en waarbij geen grenswaarden voor bepaalde milieuaspecten worden vastgesteld;

26° "specifiek voorschrift inzake ecologisch ontwerp" : een gekwantificeerd en meetbaar voorschrift inzake ecologisch ontwerp betreffende een bepaald milieuaspect van een egp, zoals het energieverbruik tijdens het gebruik, berekend voor een gegeven eenheid van geleverde prestatie;

27° "geharmoniseerde norm" : een technische specificatie die op basis van een mandaat van de Europese Commissie door een erkende normalisatie-instelling is goedgekeurd overeenkomstig de in Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften vastgestelde procedures voor het vaststellen van een Europees voorschrift, waarvan de inachtneming niet verplicht is;

28° "bevoegde overheid" : het Directoraat-generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.


Afdeling 3.
Vereisten bij het op de markt introduceren


Art. 14quater.

§ 1.

Het op de markt introduceren en/of in gebruik nemen van een egp dat niet aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet en niet overeenkomstig artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, voorzien is van de CE-markering, is verboden, en kan worden beperkt of belemmerd op grond van voorschriften inzake ecologisch ontwerp die verband houden met de parameters inzake ecologisch ontwerp die door de toepasselijke uitvoeringsmaatregelen worden bestreken.

 

§ 2.

Egp’s die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, kunnen niettemin toch worden getoond, bijvoorbeeld op handelsbeurzen en tentoonstellingen en tijdens demonstraties, mits zichtbaar is aangegeven dat zij niet in overeenstemming zijn en dat zij niet op de markt worden geïntroduceerd/in gebruik worden genomen zolang zij niet in overeenstemming zijn.


Afdeling 4.
Markering, en verklaring en vermoeden


Art. 14quinquies.

§ 1.

Voordat een onder uitvoeringsmaatregelen vallend egp op de markt wordt geïntroduceerd en/of in gebruik wordt genomen, wordt daarop de CE-markering van overeenstemming aangebracht en wordt een EG-verklaring van overeenstemming afgegeven, waarbij de fabrikant of zijn gevolmachtigde garandeert en verklaart dat het egp aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet.

 

De in eerste lid bedoelde CE-markering van overeenstemming bestaat uit het opschrift « CE » zoals weergegeven in bijlage II.

 

De in eerste lid bedoelde verklaring van overeenstemming bevat de in bijlage III gespecificeerde elementen en verwijst naar de relevante uitvoeringsmaatregel.

 

§ 2.

Het is verboden op egp’s markeringen aan te brengen die de gebruikers kunnen misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.

 

§ 3.

In het kader van uitvoeringsmaatregelen kan worden verlangd dat door de fabrikant informatie wordt verstrekt die gevolgen kan hebben voor de wijze waarop het egp door andere partijen dan de fabrikant wordt behandeld, gebruikt of gerecycleerd.

 

Deze informatie moet ten minste verstrekt worden in het Nederlands, in het Frans en in het Duits, wanneer het egp in handen van de eindgebruiker komt, waarbij rekening wordt gehouden met :

  1. de vraag of de informatie kan worden verstrekt door middel van geharmoniseerde symbolen of erkende codes of door toepassing van andere maatregelen;
  2. het te verwachten type gebruiker van het egp en de aard van de te verstrekken informatie. De in eerste lid bedoelde informatie mag ook in één of meer andere officiële talen van de Unie worden verstrekt.

 

§ 4.

De egp’s die van de in artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde CE-markering zijn voorzien, worden als overeenkomstig de relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel beschouwd.

 

De egp’s waarvoor geharmoniseerde normen zijn toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, worden als overeenkomstig alle relevante voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die normen betrekking hebben beschouwd.

 

Van egp’s waaraan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 het communautaire milieukeur is toegekend, wordt aangenomen dat zij voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in zoverre de milieukeur aan die voorschriften voldoet.


Afdeling 5.
Verplichtingen voor de fabrikant of zijn gevolmachtigde


Art. 14sexies. Alvorens een onder uitvoeringsmaatregelen vallend egp op de markt te introduceren en/of in gebruik te nemen, onderwerpt de fabrikant of zijn gevolmachtigde het egp aan een overeenstemmingsbeoordeling, waarbij het aan alle relevante vereisten van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel wordt getoetst.

Onderafdeling 1.
Voorschriften inzake componenten


Art. 14septies. Op grond van uitvoeringsmaatregelen kunnen fabrikanten of hun gevolmachtigden die componenten en subeenheden op de markt introduceren en/of in gebruik nemen, worden verplicht aan de fabrikant van egp’s die onder uitvoeringsmaatregelen vallen, relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen en/of hulpbronnen van de componenten of subeenheden.

Onderafdeling 2.
Informatie voor de consument


Art. 14octies.

Overeenkomstig de geldende uitvoeringsmaatregel dragen fabrikanten er zorg voor dat de afnemers van egp’s in een door hen geschikt geachte vorm worden geïnformeerd over:

  1. de rol die zij kunnen spelen bij een duurzaam gebruik van het egp; en
  2. het ecologisch profiel van het egp en de voordelen van een ecologisch ontwerp, voor zover de uitvoeringsmaatregelen zulks vereisen.

Afdeling 6.
Verantwoordelijkheden van de importeur


Art. 14nonies.

Indien de fabrikant niet in de Unie is gevestigd en in afwezigheid van een gevolmachtigde, dient de importeur ervoor te zorgen :

  1. dat het op de markt geïntroduceerde en/of in gebruik genomen egp voldoet aan de bepalingen van dit hoofdstuk en aan de toepasselijke uitvoeringsmaatregel; en
  2. dat de EG-verklaring van overeenstemming en de technische documentatie worden bijgehouden en ter beschikking worden gesteld.

Afdeling 7.
Toezichts-, controle- en dringende interventiemaatregelen


Onderafdeling 1.
Vrijwaringsclausule


Art. 14decies.

§ 1.

Wanneer een egp dat voorzien is van de in 0artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde CE-markering en overeenkomstig het bedoelde gebruik wordt gebruikt, niet aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet, wordt de fabrikant of zijn gevolmachtigde verplicht om het egp in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel en/of met de CE-markering en om onder de door de minister opgelegde voorwaarden een eind te maken aan de inbreuk.

 

Wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat een egp wellicht niet conform is, worden door de minister de noodzakelijke maatregelen getroffen die, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving, zo ver kunnen gaan als een verbod op de marktintroductie van het egp, totdat naleving wordt bereikt.

 

Wanneer de niet-naleving voortduurt, wordt het op de markt intoduceren en/of in gebruik nemen van het egp in kwestie beperkt of verboden, of wordt het product uit de markt genomen.

 

In gevallen waarin een verbod wordt uitgevaardigd of indien het product uit de markt wordt gehaald, worden de Europese Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte gebracht.

 

§ 2.

In elk op grond van deze onderafdeling genomen besluit waardoor het op de markt brengen en/of in gebruik nemen van een egp wordt beperkt, worden de redenen opgegeven waarop het is gebaseerd.

 

Een dergelijk besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van de betrokkene, die tegelijkertijd op de hoogte wordt gebracht van de rechtsmiddelen die hem ter beschikking staan, en van de termijnen waaraan dergelijke rechtsmiddelen gebonden zijn.

 

Indien een product niet voldoet aan de verplichtingen van dit hoofdstuk, kunnen de kosten die werden gemaakt ter uitvoering van dit artikel ten laste worden gelegd van de betrokken fabrikant of zijn gevolmachtigde.

 

§ 3.

De minister stelt de Europese Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elk uit hoofde van dit artikel genomen besluit, waarbij de redenen voor het nemen van dat besluit worden opgegeven en met name wordt vermeld of de niet-naleving toe te schrijven is aan :

  1. niet-inachtneming van de eisen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel;
  2. incorrecte toepassing van de geharmoniseerde normen, zoals bedoeld in artikel 14duodecies;
  3. tekortkomingen in de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 14duodecies.

 

§ 4.

De uit hoofde van deze onderafdeling genomen besluiten, worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.


Onderafdeling 2.
Overeenstemmingsbeoordeling


Art. 14undecies.

§ 1.

De overeenstemmingsbeoordelingsprocedures worden in de uitvoeringsmaatregelen gespecificeerd en laten de fabrikanten de keuze tussen de in bijlage IV beschreven interne ontwerpcontrole en het in bijlage V beschreven beheersysteem. Wanneer dit naar behoren gerechtvaardigd en evenredig met het risico is, wordt de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure gekozen uit de toepasselijke modules zoals beschreven inbijlage II van Besluit nr. 768/2008/EG.

 

Indien de minister over sterke aanwijzingen beschikt inzake een waarschijnlijke niet-naleving van een egp, publiceert deze zo spoedig mogelijk een gemotiveerde beoordeling in het Belgisch Staatsblad over de naleving van het egp, welke beoordeling kan worden uitgevoerd door een bevoegde instantie, om eventueel tijdige corrigerende maatregelen door de fabrikant of zijn gevolmachtigde mogelijk te maken.

 

Indien een onder uitvoeringsmaatregelen vallend egp wordt ontworpen door een organisatie die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) is geregistreerd en de ontwerpfunctie in het toepassingsgebied van die registratie is opgenomen, wordt aangenomen dat het beheersysteem van die organisatie aan de eisen van bijlage V voldoet.

 

Indien een onder uitvoeringsmaatregelen vallend egp wordt ontworpen door een organisatie die een beheersysteem heeft dat de productontwerpfunctie omvat en dat wordt toegepast overeenkomstig geharmoniseerde normen waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt aangenomen dat dit beheersysteem aan de overeenkomstige eisen van bijlage V voldoet.

 

§ 2.

Na het op de markt introduceren en/of in gebruik nemen van een onder uitvoeringsmaatregelen vallend egp, houdt de fabrikant of zijn gevolmachtigde relevante documenten betreffende de uitgevoerde overeenstemmingsbeoordeling en de afgegeven verklaringen van overeenstemming gedurende een periode van tien jaar na de vervaardiging van het laatste egp beschikbaar voor inspectie.

 

De relevante documenten worden binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van de bevoegde autoriteit van een lidstaat beschikbaar gesteld.

 

§ 3.

De documenten betreffende de overeenstemmingsbeoordeling en de in artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde verklaring van overeenstemming worden opgesteld in een van de officiële talen van de Unie.


Afdeling 8.
Geharmoniseerde normen


Art. 14duodecies.

§ 1.

De minister neemt de passende maatregelen om de belanghebbenden, de bevoegde overheden krachtens andere regelgevingen inbegrepen, te kunnen raadplegen over het proces van het opstellen van en het toezicht op de geharmoniseerde normen.

 

§ 2.

Wanneer de minister van oordeel is dat de geharmoniseerde normen, waarvan wordt aangenomen dat bij toepassing ervan wordt voldaan aan de specifieke bepalingen van een toepasselijke uitvoeringsmaatregel, toch niet volledig aan die bepalingen voldoen, brengt hij, met opgave van de redenen, dit ter kennis van het bij artikel 5 van Richtlijn 98/34/EG van het Europees parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften opgerichte permanente comité.

 

§ 3.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk organiseert de minister de samenwerking met de overheden die verantwoordelijk zijn voor specifieke productgroepen krachtens wettelijke en reglementaire bepalingen; hij organiseert tevens de informatie-uitwisseling tussen de betrokken overheden en de Commissie.