Afdeling 7.
Toezichts-, controle- en dringende interventiemaatregelen


Onderafdeling 1.
Vrijwaringsclausule


Art. 14decies.

§ 1.

Wanneer een egp dat voorzien is van de in 0artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde CE-markering en overeenkomstig het bedoelde gebruik wordt gebruikt, niet aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet, wordt de fabrikant of zijn gevolmachtigde verplicht om het egp in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel en/of met de CE-markering en om onder de door de minister opgelegde voorwaarden een eind te maken aan de inbreuk.

 

Wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat een egp wellicht niet conform is, worden door de minister de noodzakelijke maatregelen getroffen die, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving, zo ver kunnen gaan als een verbod op de marktintroductie van het egp, totdat naleving wordt bereikt.

 

Wanneer de niet-naleving voortduurt, wordt het op de markt intoduceren en/of in gebruik nemen van het egp in kwestie beperkt of verboden, of wordt het product uit de markt genomen.

 

In gevallen waarin een verbod wordt uitgevaardigd of indien het product uit de markt wordt gehaald, worden de Europese Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte gebracht.

 

§ 2.

In elk op grond van deze onderafdeling genomen besluit waardoor het op de markt brengen en/of in gebruik nemen van een egp wordt beperkt, worden de redenen opgegeven waarop het is gebaseerd.

 

Een dergelijk besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van de betrokkene, die tegelijkertijd op de hoogte wordt gebracht van de rechtsmiddelen die hem ter beschikking staan, en van de termijnen waaraan dergelijke rechtsmiddelen gebonden zijn.

 

Indien een product niet voldoet aan de verplichtingen van dit hoofdstuk, kunnen de kosten die werden gemaakt ter uitvoering van dit artikel ten laste worden gelegd van de betrokken fabrikant of zijn gevolmachtigde.

 

§ 3.

De minister stelt de Europese Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elk uit hoofde van dit artikel genomen besluit, waarbij de redenen voor het nemen van dat besluit worden opgegeven en met name wordt vermeld of de niet-naleving toe te schrijven is aan :

  1. niet-inachtneming van de eisen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel;
  2. incorrecte toepassing van de geharmoniseerde normen, zoals bedoeld in artikel 14duodecies;
  3. tekortkomingen in de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 14duodecies.

 

§ 4.

De uit hoofde van deze onderafdeling genomen besluiten, worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.


Onderafdeling 2.
Overeenstemmingsbeoordeling


Art. 14undecies.

§ 1.

De overeenstemmingsbeoordelingsprocedures worden in de uitvoeringsmaatregelen gespecificeerd en laten de fabrikanten de keuze tussen de in bijlage IV beschreven interne ontwerpcontrole en het in bijlage V beschreven beheersysteem. Wanneer dit naar behoren gerechtvaardigd en evenredig met het risico is, wordt de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure gekozen uit de toepasselijke modules zoals beschreven inbijlage II van Besluit nr. 768/2008/EG.

 

Indien de minister over sterke aanwijzingen beschikt inzake een waarschijnlijke niet-naleving van een egp, publiceert deze zo spoedig mogelijk een gemotiveerde beoordeling in het Belgisch Staatsblad over de naleving van het egp, welke beoordeling kan worden uitgevoerd door een bevoegde instantie, om eventueel tijdige corrigerende maatregelen door de fabrikant of zijn gevolmachtigde mogelijk te maken.

 

Indien een onder uitvoeringsmaatregelen vallend egp wordt ontworpen door een organisatie die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) is geregistreerd en de ontwerpfunctie in het toepassingsgebied van die registratie is opgenomen, wordt aangenomen dat het beheersysteem van die organisatie aan de eisen van bijlage V voldoet.

 

Indien een onder uitvoeringsmaatregelen vallend egp wordt ontworpen door een organisatie die een beheersysteem heeft dat de productontwerpfunctie omvat en dat wordt toegepast overeenkomstig geharmoniseerde normen waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt aangenomen dat dit beheersysteem aan de overeenkomstige eisen van bijlage V voldoet.

 

§ 2.

Na het op de markt introduceren en/of in gebruik nemen van een onder uitvoeringsmaatregelen vallend egp, houdt de fabrikant of zijn gevolmachtigde relevante documenten betreffende de uitgevoerde overeenstemmingsbeoordeling en de afgegeven verklaringen van overeenstemming gedurende een periode van tien jaar na de vervaardiging van het laatste egp beschikbaar voor inspectie.

 

De relevante documenten worden binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van de bevoegde autoriteit van een lidstaat beschikbaar gesteld.

 

§ 3.

De documenten betreffende de overeenstemmingsbeoordeling en de in artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde verklaring van overeenstemming worden opgesteld in een van de officiële talen van de Unie.