Art. 14decies.

§ 1.

Wanneer een egp dat voorzien is van de in 0artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde CE-markering en overeenkomstig het bedoelde gebruik wordt gebruikt, niet aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet, wordt de fabrikant of zijn gevolmachtigde verplicht om het egp in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel en/of met de CE-markering en om onder de door de minister opgelegde voorwaarden een eind te maken aan de inbreuk.

 

Wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat een egp wellicht niet conform is, worden door de minister de noodzakelijke maatregelen getroffen die, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving, zo ver kunnen gaan als een verbod op de marktintroductie van het egp, totdat naleving wordt bereikt.

 

Wanneer de niet-naleving voortduurt, wordt het op de markt intoduceren en/of in gebruik nemen van het egp in kwestie beperkt of verboden, of wordt het product uit de markt genomen.

 

In gevallen waarin een verbod wordt uitgevaardigd of indien het product uit de markt wordt gehaald, worden de Europese Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte gebracht.

 

§ 2.

In elk op grond van deze onderafdeling genomen besluit waardoor het op de markt brengen en/of in gebruik nemen van een egp wordt beperkt, worden de redenen opgegeven waarop het is gebaseerd.

 

Een dergelijk besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van de betrokkene, die tegelijkertijd op de hoogte wordt gebracht van de rechtsmiddelen die hem ter beschikking staan, en van de termijnen waaraan dergelijke rechtsmiddelen gebonden zijn.

 

Indien een product niet voldoet aan de verplichtingen van dit hoofdstuk, kunnen de kosten die werden gemaakt ter uitvoering van dit artikel ten laste worden gelegd van de betrokken fabrikant of zijn gevolmachtigde.

 

§ 3.

De minister stelt de Europese Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elk uit hoofde van dit artikel genomen besluit, waarbij de redenen voor het nemen van dat besluit worden opgegeven en met name wordt vermeld of de niet-naleving toe te schrijven is aan :

  1. niet-inachtneming van de eisen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel;
  2. incorrecte toepassing van de geharmoniseerde normen, zoals bedoeld in artikel 14duodecies;
  3. tekortkomingen in de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 14duodecies.

 

§ 4.

De uit hoofde van deze onderafdeling genomen besluiten, worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.