Hoofdstuk 4.9.
Energieplanning en energieaudits


Afdeling 4.9.1.
Energieplanning


Art. 4.9.1.1.

Deze afdeling is van toepassing op alle ingedeelde inrichtingen met een totaal energiegebruik van ten minste 0,5 PetaJoule per jaar.

 

In afwijking van het eerste lid zijn de energie-intensieve inrichtingen van ondernemingen die zijn toegetreden tot de energiebeleidsovereenkomsten voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie, niet VER-bedrijven en VER-bedrijven, vrijgesteld van deze afdeling.


Art. 4.9.1.2.

§ 1.

Binnen de zes maanden nadat uit het eerstvolgend ingediend Integraal Milieujaarverslag blijkt dat de ingedeelde inrichting een totaal energiegebruik van 0,5 PJ per jaar heeft, stelt de exploitant voor deze inrichting een energieplan op dat conform dient verklaard te worden overeenkomstig artikel 6.5.4, 6.5.5, 6.5.6 en 6.5.7 van het Energiebesluit van 19 november 2010. Dit plan wordt op de inrichting ter inzage gehouden van de toezichthouder.

 

§ 2.

De exploitant voert binnen een termijn van drie jaar, na de conformverklaring van het energieplan, alle maatregelen uit dit energieplan met een interne rentevoet, als vermeld in artikel 6.5.4, §1, 7°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, uit. Op gemotiveerd verzoek van de exploitant bij het Vlaams Energieagentschap kan de termijn verlengd worden of kan vrijstelling verleend worden voor de uitvoering van die maatregelen. In het verzoek toont de exploitant met gegronde economische redenen aan dat de voormelde termijn niet kan gehaald worden of dat de interne rentevoet lager geworden is dan de interne rentevoet, vermeld in artikel 6.5.4, §1, 7°, van het Energiebesluit van 19 november 2010.


Art. 4.9.1.3.

De energiestudie of het energieplan, die bij de vergunningsaanvraag wordt gevoegd met toepassing van addendum C6, 10 en 11, van het aanvraagformulier vastgesteld in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, geldt als eerste energieplan.


Afdeling 4.9.2.
Energieaudits


Art. 4.9.2.1.

Deze afdeling is van toepassing op alle ingedeelde inrichtingen waar ofwel meer dan 250 personen werkzaam zijn, ofwel waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro overschrijdt en het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen euro overschrijdt.

 

In afwijking van het eerste lid zijn alle ingedeelde inrichtingen, die vallen onder de toepassing van afdeling 4.9.1, vrijgesteld van deze afdeling.

 

In afwijking van het eerste lid zijn de energie-intensieve inrichtingen van ondernemingen die zijn toegetreden tot de energiebeleidsovereenkomsten voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie, niet VER-bedrijven en VER-bedrijven, afgesloten op grond van artikel 7.7.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, en hun verplichtingen in kader van deze energiebeleidsovereenkomsten nakomen, vrijgesteld van deze afdeling.

 

In afwijking van het eerste lid zijn de ingedeelde inrichtingen die beschikken over een Europese energienorm EN 16001 of over een internationale norm voor energiemanagementsystemen ISO 50001, vrijgesteld van deze afdeling.

 

In afwijking van het eerste lid zijn de ingedeelde inrichtingen die beschikken over een geldig energieprestatiecertificaat publieke gebouwen zoals vermeld in artikel 9.2.12 tot en met 9.2.16 van het Energiebesluit van 19 november 2010, vrijgesteld van deze afdeling.


Art. 4.9.2.2.

§ 1.

Uiterlijk op 1 december 2015 beschikken de ingedeelde inrichtingen over een geldige energieaudit.

 

§ 2.

De energieaudit wordt uitgevoerd door de exploitant van de ingedeelde inrichting of een persoon, die daartoe door de exploitant gemachtigd is, die zich registreert in de webapplicatie als vermeld in afdeling 4.9.3.

 

§ 3.

De energieaudit heeft een geldigheidsduur van vier jaar.

 

§ 4.

Een energieaudit:

is gebaseerd op actuele, gemeten, traceerbare operationele gegevens betreffende het energieverbruik en op de belastingsprofielen voor elektriciteit;
omvat een gedetailleerd overzicht van het energieverbruikprofiel van gebouwen of groepen gebouwen, industriële processen of installaties, met inbegrip van vervoer;
bouwt, zo veel mogelijk, voort op een analyse van de levenscycluskosten, in plaats van simpele terugverdienperioden, om rekening te houden met langetermijnbesparingen, residuele waarden van langetermijninvesteringen en discontopercentages;
is proportioneel en voldoende representatief om de vorming van een betrouwbaar beeld van de totale energieprestaties en de betrouwbare bepaling van de belangrijkste punten ter verbetering mogelijk te maken.

Afdeling 4.9.3.
Webapplicatie


Art. 4.9.3.1.

De exploitant van de ingedeelde inrichting of een persoon, die daartoe door de exploitant gemachtigd is, geeft de resultaten van het energieplan, dat overeenkomstig afdeling 4.9.1 opgesteld is, of van de energieaudit, die overeenkomstig afdeling 4.9.2 opgesteld is, in de webapplicatie, die daarvoor beschikbaar wordt gesteld door het Vlaams Energieagentschap, in.


Art. 4.9.3.2.

De exploitant van de ingedeelde inrichting die vrijgesteld is van de opmaak van een energieaudit overeenkomstig artikel 4.9.2.1, vierde lid, of een persoon, die daartoe door de exploitant gemachtigd is, geeft de resultaten van de energieaudit volgend uit de EN 16001- of de ISO 50001-procedure, in de webapplicatie, die daarvoor beschikbaar wordt gesteld door het Vlaams Energieagentschap, in.


Art. 4.9.3.3.

De exploitant van de ingedeelde inrichting van ondernemingen die zijn toegetreden tot de energiebeleidsovereenkomsten voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie, niet VER-bedrijven en VER-bedrijven, afgesloten op grond van artikel 7.7.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, en hun verplichtingen in kader van deze energiebeleidsovereenkomsten nakomen, is vrijgesteld van deze afdeling.


Art. 4.9.3.4.

De gegevens in de webapplicatie zijn confidentieel en alleen toegankelijk voor het Vlaams Energieagentschap en de toezichthouder. De exploitant van de ingedeelde inrichting of een persoon die daarvoor door de exploitant gemachtigd is, heeft alleen en steeds toegang tot de gegevens van zijn eigen energieplan of energieaudit.

 

In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van rapporteringsverplichtingen geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens uit de webapplicatie ter beschikking stellen van de bevoegde instanties waarbij het aggregatieniveau voldoende confidentialiteit waarborgt. De individuele data beschikbaar in deze webapplicatie zijn confidentieel en kunnen, noch door het Vlaams Energieagentschap, noch door enige andere partij, gebruikt worden zonder voorafgaande en schriftelijke toestemming van de exploitant.