Afdeling 2.7.1.
Verslaggeving aan de Europese Commissie


Art. 2.7.1.1.

ß 1.

Overeenkomstig artikel 15 van de EG-richtlijn 1999/31/EG van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen zendt de OVAM om de drie jaar via de geŽigende kanalen aan de Europese Commissie een verslag over de uitvoering van deze EG-richtlijn, waarin speciaal aandacht wordt geschonken aan de Vlaamse strategieŽn die krachtens artikel 5 van dezelfde richtlijn aangaande afvalstoffen en vormen van behandeling die niet op een stortplaats mogen worden aanvaard, moeten worden ontwikkeld. Dat verslag wordt opgesteld aan de hand van een vragenlijst of schema opgesteld door de Europese Commissie volgens de procedure van artikel 6 van EG-richtlijn 91/692/EEG.

ß 2.

Het verslag wordt aan de Europese Commissie toegezonden, telkens binnen negen maanden na afloop van de periode van drie jaar waarop het betrekking heeft.


Art. 2.7.1.2.

Overeenkomstig de Beschikking van de Raad 2003/33/EG van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen, en meer bepaald punt 2 van de bijlage ervan, stelt de OVAM jaarlijks een verslag op over het aantal vergunningen die krachtens de bepalingen van artikel 5.2.4.1.6, ß 2, zijn afgegeven.

Die verslagen worden om de drie jaar door de OVAM via de geŽigende kanalen aan de Europese Commissie toegezonden als onderdeel van de rapportage bedoeld in artikel 2.7.1.1.


Art. 2.7.1.3.

Overeenkomstig artikel 72 van de Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriŽle emissies (geÔntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) zendt de OVAM om de drie jaar via de geŽigende kanalen aan de Europese Commissie een verslag over de uitvoering van hoofdstuk IV van die EG-richtlijn.

Het verslag wordt elektronisch aan de Europese Commissie toegezonden.

Het verslag wordt door de OVAM gepubliceerd.