Art. 3.3.2.

§ 1

De Vlaamse regering wijst door middel van sectorale milieuvoorwaarden de categorieën van inrichtingen of activiteiten aan die onderworpen worden aan een periodieke dan wel eenmalige decretaal verplichte milieuaudit.

 

De Vlaamse regering kan evenwel inrichtingen of activiteiten die over een bedrijfsintern milieuzorgsysteem beschikken dat gelijkaardige waarborgen biedt onder door haar bepaalde voorwaarden vrijstellen van die verplichting.

 

§ 2

De decretaal verplichte milieuaudit betreft een systematische, gedocumenteerde en objectieve evaluatie van het beheer, de organisatie en de uitrusting van de betrokken inrichting of activiteit op het gebied van de bescherming van het milieu.

 

§ 3

De decretaal verplichte milieuaudit heeft betrekking op :

- de emissies en immissies, evenals de gevolgen ervan voor de milieukwaliteit;
- het energiebeheer;
- het beheer van grondstoffen;
- de preventie en het beheer van afvalstoffen;
- bodembeheer;
- de produktiemethodes en het produktbeheer;
- de externe veiligheid;
- de voorlichting, opleiding en participatie van het personeel in de bedrijfsinterne milieuzorg;
- de externe voorlichting;
- de voorstellen en adviezen van de milieucoördinator zoals bedoeld in artikel 3.2.2, § 3, en de opvolging die hieraan gegeven is.

 

De Vlaamse regering kan nadere eisen stellen betreffende de inhoud van de decretaal verplichte milieuaudit. Ze kan in dat verband ook haar goedkeuring verlenen aan richtlijnen waarvan het gebruik aanbevolen wordt.

 

§ 4

De Vlaamse regering bepaalt welke elementen van de decretaal verplichte milieuaudit moeten medegedeeld worden aan het door de Vlaamse regering aangewezen bestuur.

 

§ 5

Voor de validatie van de decretaal verplichte milieuaudit wordt een beroep gedaan op een milieuverificateur die erkend is met toepassing van titel V, hoofdstuk 6.

 

§ 6

[...]