Art. 4.3.3.

1.

De Vlaamse Regering kan op gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer een welbepaald project dat conform artikel 4.3.2 en dit artikel aan milieueffectrapportage moet worden onderworpen, in uitzonderlijke gevallen vrijstellen van de verplichting tot milieueffectrapportage als de toepassing van de bepalingen over de milieueffectrapportage nadelige gevolgen heeft voor het doel van het project en als aan de doelstellingen, vermeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan. De Vlaamse Regering kan de nadere regels over de inhoud van het gemotiveerde verzoek van de initiatiefnemer bepalen.

De Vlaamse Regering gaat in dat geval na of er geen andere vorm van beoordeling geschikt is en stelt de verzamelde informatie ter beschikking van het publiek.

Als het project aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend in Espoo op 25 februari 1991, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, worden de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen of gewesten betrokken bij de milieueffectrapportageprocedure voor er een beslissing wordt genomen. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, en voor de grensen gewestgrensoverschrijdende procedure, vermeld in het derde lid.

1bis.

Een project dat met een specifiek decreet wordt aangenomen, kan door het decreet in kwestie vrijgesteld worden van de bepalingen over de openbare raadpleging over het project-MER, zoals vastgelegd in de toepasselijke vergunningsprocedure, als aan de doelstellingen, vermeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan.

Als het project aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend in Espoo op 25 februari 1991, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, worden de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen of gewesten betrokken bij de milieueffectrapportageprocedure voor er een beslissing wordt genomen.

2.

In de gevallen, vermeld in artikel 4.3.2, 2bis en 3bis, waarvoor een project-m.e.r.-screeningsnota werd opgesteld, neemt de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, een beslissing of er een project-MER moet worden opgesteld. Zij doet dat op het ogenblik van en als onderdeel van de beslissing over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag. De beslissing dat al dan niet een project-MER moet worden opgesteld, wordt openbaar gemaakt door de vergunningverlenende overheid. De Vlaamse Regering kan verder inzake de project-m.e.r.-screening nadere regels vaststellen en kan de vorm en de inhoudelijke elementen van de project-m.e.r.-screeningsnota bepalen.

Er moet geen milieueffectrapport over het project worden opgesteld als de overheid, vermeld in het eerste lid, oordeelt dat:

1 een toetsing aan de criteria van bijlage II uitwijst dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten; of
2 vroeger al een plan-MER werd goedgekeurd betreffende een plan of programma waarin een project met vergelijkbare effecten beoordeeld werd of een project-MER werd goedgekeurd betreffende een project waarvan het voorgenomen initiatief een herhaling, voortzetting of alternatief is, en een nieuw project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten.

3.

In de gevallen, vermeld in artikel 4.3.2, 2 en 3, kan de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageverplichting indienen bij de administratie.

[...] voor zover het voorgenomen project niet valt onder de toepassing van de lijst van projecten die door de Vlaamse regering overeenkomstig artikel 4.3.2., 1, is vastgesteld, kan de administratie een project toch ontheffen van milieueffectrapportage als ze oordeelt dat :

1 vroeger al een plan-MER werd goedgekeurd betreffende een plan of programmawaarin een project met vergelijkbare effecten beoordeeld werd of een project-MER werd goedgekeurd betreffende een project waarvan het voorgenomen initiatief een herhaling, voortzetting of alternatief is, en een nieuw project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten; of
2 een toetsing aan de criteria van bijlage II uitwijst dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten.

4.

Het verzoek, vermeld in paragraaf 3, bevat ten minste:

1 een beschrijving en verduidelijking van het voorgenomen project, met in het bijzonder:
a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het hele project en, als dat relevant is, van sloopwerken;
b) een beschrijving van de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project een invloed kan hebben;
2 een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project;
3 als er informatie over deze effecten beschikbaar is: een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project ten gevolge van:
a) de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen, als dat van toepassing is;
b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit;
4 in voorkomend geval een beschrijving van de kenmerken van het voorgenomen project of van de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke milieueffecten zouden zijn geweest.

Bij het verzoek, vermeld in paragraaf 3, wordt, als dat relevant is, rekening gehouden met de criteria, vermeld in bijlage II, die bij dit decreet is gevoegd, en wordt, als dat relevant is, rekening gehouden met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten die zijn gemaakt met toepassing van deze titel of met toepassing van andere gewestelijke of federale regelgeving.

De initiatiefnemer bezorgt het verzoek aan de administratie door betekening of door afgifte tegen ontvangstbewijs.

5.

[...]

6.

De administratie neemt onverwijld en uiterlijk binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verzoek, vermeld in paragraaf 3, een beslissing. In voorkomend geval bevat de beslissing ook de voorwaarden die aan de ontheffing zijn verbonden.

Als besloten wordt dat een project-MER moet worden opgesteld, bevat de beslissing de belangrijkste redenen waarom een project-MER moet worden opgesteld, waarbij verwezen wordt naar de relevante criteria, vermeld in bijlage II, die bij dit decreet is gevoegd.

Als besloten wordt dat er geen project-MER hoeft te worden opgesteld, bevat de beslissing de belangrijkste redenen waarom er geen project-MER hoeft te worden opgesteld, waarbij verwezen wordt naar de relevante criteria, vermeld in bijlage II, die bij dit decreet is gevoegd, en, als de initiatiefnemer die heeft voorgesteld, de kenmerken van het project of de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke nadelige milieueffecten zouden zijn geweest.

De administratie houdt, als dat relevant is, bij de beslissing rekening met de resultaten van voorafgaande controles die zijn verricht of beoordelingen van de effecten op het milieu die zijn gemaakt met toepassing van deze titel of met toepassing van andere gewestelijke of federale regelgeving.

De ontheffing wordt verleend voor een beperkte duur en vervalt als het project niet wordt aangevangen binnen de termijn die in de beslissing is vastgesteld. De ontheffing vervalt in elk geval zodra de initiatiefnemer zijn vergunningsaanvraag niet heeft ingediend binnen een termijn van vier jaar na de ontheffingsbeslissing.

De beslissing wordt binnen een termijn van zeventig dagen na de ontvangst van het verzoek bekendgemaakt, ter inzage gelegd bij de administratie en aan de initiatiefnemer betekend.

7.

De initiatiefnemer kan een gemotiveerd verzoek tot heroverweging van de beslissing, vermeld in paragraaf 3, aan de administratie betekenen of afgeven tegen ontvangstbewijs. Artikel 4.6.4 is van overeenkomstige toepassing.

8.

In de gevallen, vermeld in paragraaf 1 en 6, wordt de definitieve beslissing door de initiatiefnemer gevoegd bij de vergunningsaanvraag.

9.

De administratie zorgt ervoor dat een afschrift van de definitieve beslissing of beslissingen wordt verstuurd naar de Commissie van de Europese Gemeenschap:

1 in de gevallen, vermeld in paragraaf 1: onverwijld en in ieder geval voor de vergunningsbeslissing is genomen;
2 in de gevallen, vermeld in paragraaf 1bis: om de twee jaar na 16 mei 2017.

10.

De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen inzake [...] de ontheffing van de verplichting tot het opstellen van een project-MER.