Art. 4.2.4.

§ 1.

Voor een plan of programma, dat overeenkomstig artikel 4.2.1, onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt, kan in een decreet of besluit van de Vlaamse Regering, dat desgevallend voor de opmaak van dat plan of programma van toepassing is, worden bepaald op welke wijze het onderzoek tot milieueffectrapportage of het plan-MER in de opmaakprocedure van dit plan of programma geďntegreerd wordt. Hierbij moet rekening worden gehouden met de volgende verplichtingen :

de plan-MER-plicht wordt vastgesteld en het plan-MER wordt opgemaakt overeenkomstig de vereisten betreffende het toepassingsgebied en de inhoudsafbakening van hoofdstuk II van titel IV van dit decreet; 
het ontwerp van plan-MER wordt samen met het ontwerpplan of -programma met het oog op de raadpleging ervan beschikbaar gesteld van het publiek en de te raadplegen instanties;
ingeval het plan of programma aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, en/of in verdragspartijen bij Verdrag, en/of in andere gewesten, of als bevoegde autoriteiten van deze lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten daarom verzoeken, wordt het onderzoek tot milieueffectrapportage of het ontwerp van plan-MER samen met het ontwerpplan of ontwerpprogramma voor raadpleging ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragpartijen en/of gewesten;
bij de vaststelling van het ontwerp van plan of programma wordt met de resultaten van het plan-MER rekening gehouden; 
bij de bekendmaking van het plan of programma wordt de volgende informatie ter beschikking gesteld van het publiek en de geraadpleegde instanties : 
a) het plan of programma zoals het is vastgesteld; 
b) een verklaring die samenvat : 
1) hoe de milieuoverwegingen in het plan of programma werden geďntegreerd; 
2) hoe rekening werd gehouden met het definitieve plan-MER en de gegeven adviezen en het resultaat van de grensoverschrijdende raadpleging; 
3) de redenen waarom is gekozen voor het plan of programma zoals het is aangenomen, en dit in het licht van de andere redelijke alternatieven die zijn behandeld; 
c) de monitoringsmaatregelen waartoe wordt besloten overeenkomstig artikel 4.6.3bis van dit decreet.

 

§ 2.

Indien bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering geen wijze van integratie is bepaald, dan gelden voor een plan of programma, als vermeld in § 1, de bepalingen zoals voorzien in dit hoofdstuk.