Afdeling 5.
Het onderzoek en het gebruik van het plan-MER


Art. 4.2.10.

De initiatiefnemer informeert de administratie op geregelde tijdstippen over de voortgang van het ontwerp van plan-MER en van het planningsproces. De administratie toetst het ontwerp van plan-MER en de daarin opgenomen informatie tijdens het planningsproces inhoudelijk aan de beslissing, vermeld in artikel 4.2.8, § 6. De initiatiefnemer zorgt ervoor dat de noodzakelijke informatie daarvoor tijdig en op elk moment beschikbaar is voor de administratie.


Art. 4.2.11.

§ 1.

De initiatiefnemer bezorgt, als dat nodig is, het ontwerp van plan of programma samen met het ontwerp van plan-MER en de beslissing, vermeld in artikel 4.2.8, § 6, aan het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente waarvoor het ontwerp van plan of programma relevant is. Die gemeenten organiseren een openbaar onderzoek dat minstens zestig dagen duurt. Als al op basis van andere toepasselijke wetgeving een openbaar onderzoek moet worden georganiseerd, gelden de procedureregels van die wetgeving voor het openbaar onderzoek.


Het openbaar onderzoek vindt in elk geval plaats vóór het plan of programma wordt vastgesteld of aan de wetgevingsprocedure wordt onderworpen.


Opmerkingen worden schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen ingediend vóór het einde van de termijn van het openbaar onderzoek. Ze worden gevoegd bij het proces-verbaal tot sluiting van het openbaar onderzoek, dat binnen veertien dagen na de sluiting ervan door het college van burgemeester en schepenen wordt opgesteld. Het college van burgemeester en schepenen stuurt de opmerkingen en het proces-verbaal tot sluiting van het openbaar onderzoek binnen dertig dagen na de sluiting naar de initiatiefnemer.


De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het openbaar onderzoek.

 

§ 2.

Op het ogenblik dat de initiatiefnemer de documenten, vermeld in paragraaf 1, in openbaar onderzoek laat brengen, bezorgt hij die documenten ook voor advies aan de reeds geraadpleegde instanties.


Als het voorgenomen plan of programma aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, of in verdragspartijen bij het Verdrag, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, bezorgt de initiatiefnemer de documenten, vermeld in paragraaf 1, voor advies aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen of gewesten.


De adviezen moeten binnen vijfenveertig dagen na de adviesaanvraag worden bezorgd aan de initiatiefnemer. Als er sprake is van grens- of gewestoverschrijdende milieueffecten als vermeld in het tweede lid, wordt de termijn met zestig dagen verlengd.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de wijze waarop de bevoegde autoriteiten en de burgers van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten hun mening over het ontwerp van plan-MER en het ontwerp van plan of programma kunnen meedelen, alsook over de wijze waarop overleg daarover wordt gepleegd.

 

§ 3.

De initiatiefnemer bezorgt de opmerkingen en adviezen, vermeld in paragraaf 1 en 2, en het voltooide plan-MER door betekening of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan de administratie.

 

§ 4.

De administratie toetst het plan-MER inhoudelijk aan de beslissing, vermeld in artikel 4.2.8, § 6, rekening houdend met de opmerkingen en de adviezen, vermeld in paragraaf 1 en 2.


De administratie beslist uiterlijk voor de definitieve vaststelling van het plan of programma over de goedkeuring of afkeuring van het plan-MER. Ze betekent die beslissing onverwijld aan de initiatiefnemer en de geraadpleegde administraties, instanties, autoriteiten van lidstaten, verdragspartijen of gewesten. In geval van afkeuring geeft ze aan waar het plan-MER tekortschiet.

 

§ 5.

De beslissing, vermeld in paragraaf 4, vermeldt dat de initiatiefnemer tegen de beslissing een gemotiveerd verzoek tot heroverweging kan betekenen of afgeven tegen ontvangstbewijs binnen een termijn van twintig dagen vanaf de ontvangst van de beslissing.


Bij heroverweging beslist de administratie na advies van de adviescommissie als vermeld in artikel 4.6.4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de procedure tot heroverweging.

 

§ 6.

Bij de voorbereiding, en vóór de vaststelling of onderwerping van het plan of programma aan de wetgevingsprocedure, wordt rekening gehouden met :

het conform paragraaf 4 goedgekeurde plan-MER;
de opmerkingen, adviezen en het resultaat van de grens- of gewestoverschrijdende raadpleging, vermeld in paragraaf 1 en 2.

 

§ 7.

Als een plan of programma wordt vastgesteld, brengt de initiatiefnemer de instanties, bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, het publiek en de autoriteiten van alle lidstaten, van de Europese Unie, verdragspartijen of gewesten, geraadpleegd uit hoofde van paragraaf 2, tweede lid, op de hoogte van de volgende documenten :

het plan of programma zoals het is vastgesteld;
een verklaring die samenvat :
  a) hoe de milieuoverwegingen in het plan of programma zijn geïntegreerd;
  b) hoe rekening is gehouden met het conform paragraaf 4 goedgekeurde plan-MER en de conform paragraaf 1 en 2 gegeven opmerkingen, adviezen en het resultaat van de grens- of gewestoverschrijdende raadpleging;
  c) de redenen waarom is gekozen voor het plan of programma zoals het is aangenomen, in het licht van de andere redelijke alternatieven die zijn behandeld;
de monitoringsmaatregelen waartoe wordt besloten met toepassing van artikel 4.6.3bis.


De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die informatie en de wijze van kennisgeving.