HOOFDSTUK I.
Inleidende bepalingen


Afdeling I.
Definities


Art. 15.1.1.

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :

milieuschade : schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats, schade aan water en bodemschade;
schade : een meetbare negatieve verandering in de natuurlijke rijkdommen of een meetbare aantasting van een ecosysteemfunctie, die direct of indirect optreedt;
natuurlijke rijkdommen : beschermde soorten en natuurlijke habitats, water en bodem;
functies en ecosysteemfuncties : de functies die de natuurlijke rijkdommen vervullen ten behoeve van andere natuurlijke rijkdommen of het publiek;
decreet Natuurbehoud : decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats : elke vorm van schade die aanmerkelijke negatieve effecten heeft op het bereiken of het handhaven van de gunstige staat van instandhouding van deze soorten of habitats. Deze effecten worden bepaald aan de hand van de criteria als vermeld in bijlage III. Deze schade omvat niet de vooraf vastgestelde negatieve effecten van handelingen van een exploitant waarvoor uitdrukkelijke toestemming werd gegeven in overeenstemming met de bepalingen van artikel 36ter, §§ 3, 4 en 5, of met de bepalingen die genomen zijn ter uitvoering van artikelen 51 en 56 van het decreet Natuurbehoud wat betreft de vogelsoorten in bijlage IV van het decreet Natuurbehoud en de niet in die bijlage genoemde en geregeld voorkomende trekvogels, en wat betreft de dieren plantensoorten van bijlage III van het decreet Natuurbehoud;
beschermde soorten en natuurlijke habitats :
  a) de vogelsoorten in bijlage IV van het decreet Natuurbehoud, de niet in bijlage IV genoemde en geregeld voorkomende trekvogels, de dier- en plantensoorten in bijlage II of III van het decreet Natuurbehoud; 
  b) de habitats van de vogelsoorten in bijlage IV van het decreet Natuurbehoud, de habitats van de niet in bijlage IV genoemde en geregeld voorkomende trekvogels, de habitats van de dier- en plantensoorten in bijlage II van het decreet Natuurbehoud, de habitats genoemd in bijlage I van het decreet Natuurbehoud en de voortplantings- en rustplaatsen van de soorten in bijlage III van het decreet Natuurbehoud;
  c) de soorten en de habitats, niet vermeld in de bijlagen I, II, III en IV van het decreet Natuurbehoud, die door de Vlaamse Regering, op advies van de bevoegde instantie, zijn aangeduid voor de toepassing van deze titel;
staat van instandhouding van een natuurlijke habitat : de som van de invloeden die op de betrokken natuurlijke habitat en de daar voorkomende typische soorten inwerken en op lange termijn gevolgen kunnen hebben voor de natuurlijke verspreiding, de structuur en de functies van die habitat of op het voortbestaan op lange termijn van de betrokken typische soorten op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of in het natuurlijke verspreidingsgebied van die habitat;
staat van instandhouding van een soort : de som van de invloeden die op de betrokken soort inwerken en op lange termijn gevolgen kunnen hebben voor de verspreiding en de grootte van de populaties van die soort op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of in het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort;
10° gunstige staat van instandhouding van een natuurlijke habitat : staat die zich voordoet wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  a) het natuurlijke verspreidingsgebied van de habitat en de oppervlakte van die habitat binnen dat gebied zijn stabiel of nemen toe;
  b) de nodige specifieke structuur en functies voor behoud op lange termijn bestaan en zullen in de afzienbare toekomst vermoedelijk blijven bestaan;
  c) de staat van instandhouding van de voor de habitat typische soorten is gunstig als vermeld in 11°;
11° gunstige staat van instandhouding van een soort : staat die zich voordoet wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan
  a) uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog altijd een levensvatbare component is van de habitat waarin de soort voorkomt en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven;
  b) het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort wordt niet kleiner of lijkt binnen afzienbare tijd niet kleiner te zullen worden;
  c) er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden;
12° decreet Integraal Waterbeleid : decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
13° schade aan water : elke vorm van schade die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de ecologische toestand, het ecologisch potentieel of de chemische toestand van het oppervlaktewater of de chemische of kwantitatieve toestand van het grondwater als vermeld in het decreet Integraal Waterbeleid, met uitzondering van de negatieve effecten waarop artikel 1.7.2.5.4 van het decreet Integraal Waterbeleid van toepassing is;
14° water : alle oppervlaktewater en grondwater waarop het decreet Integraal Waterbeleid van toepassing is;
15° Bodemdecreet : decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;
16° bodemschade : nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringnormen overschrijdt, conform de bepalingen van het Bodemdecreet;
17° exploitant : natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroepsactiviteit verricht of regelt, of aan wie doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van een dergelijke activiteit is overgedragen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor het verrichten van een dergelijke activiteit of de persoon die een dergelijke activiteit laat registreren of er kennisgeving van doet;
18° beroepsactiviteit : een in het kader van een economische activiteit, een bedrijf of een onderneming verrichte activiteit, ongeacht het private, openbare, winstgevende of niet-winstgevende karakter daarvan;
19° maatregelen : preventieve maatregelen, inperkingsmaatregelen en herstelmaatregelen;
20° onmiddellijke dreiging van schade : een voldoende waarschijnlijkheid dat zich in de nabije toekomst milieuschade zal voordoen;
21° preventieve maatregelen : maatregelen naar aanleiding van een gebeurtenis, handeling of nalatigheid waardoor een onmiddellijke dreiging van milieuschade is ontstaan, teneinde die schade te voorkomen of tot een minimum te beperken;
22° inperkingsmaatregelen : maatregelen die erop gericht zijn de betrokken verontreinigende stoffen of enige andere schadefactoren onmiddellijk onder controle te houden, in te perken, te verwijderen of anderszins te beheersen, teneinde verdere milieuschade en negatieve effecten op de menselijke gezondheid of verdere aantasting van functies te beperken of te voorkomen;
23° herstelmaatregelen : maatregelen, met inbegrip van tussentijdse maatregelen, die gericht zijn op herstel, rehabilitatie of vervanging van de aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties, of op het verschaffen van een gelijkwaardig alternatief voor rijkdommen of functies, als vermeld in de artikelen 15.3.3 tot en met 15.3.11;
24° referentietoestand : de toestand waarin de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties zich ten tijde van de schade zouden hebben bevonden indien zich geen milieuschade had voorgedaan, gereconstrueerd aan de hand van de best beschikbare informatie;
25° regeneratie : in geval van water, beschermde soorten en natuurlijke habitats de terugkeer van de aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties tot de referentietoestand; in geval van bodemschade het verdwijnen van een aanmerkelijk gevaar van een nadelig effect op de menselijke gezondheid, conform de bepalingen van het Bodemdecreet ter zake. Regeneratie omvat eveneens natuurlijke regeneratie;
26° primaire herstelmaatregelen : maatregelen waardoor aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties tot de referentietoestand worden teruggebracht of hersteld;
27° complementaire herstelmaatregelen : maatregelen met betrekking tot natuurlijke rijkdommen of ecosystemen ter compensatie van het feit dat primaire herstelmaatregelen niet tot volledig herstel van de aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties leiden. Zij hebben tot doel eenzelfde niveau van natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties te scheppen, zo nodig ook op een andere locatie, als het geval zou zijn wanneer de aangetaste locatie in haar referentietoestand hersteld zou zijn. Waar mogelijk en passend moet de andere locatie geografisch verbonden zijn met de aangetaste locatie, rekening houdend met de belangen van de getroffen populatie. Deze maatregelen zijn zodanig opgezet dat de extra natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties beantwoorden aan de tijdspreferenties en het tijdschema van de herstelmaatregelen;
28° compenserende herstelmaatregelen
28° compenserende herstelmaatregelen : maatregelen ter compensatie van tussentijdse verliezen van natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties die zich voordoen tussen het tijdstip waarop de schade ontstaat en het tijdstip waarop primaire herstelmaatregelen hun volledige uitwerking hebben bereikt. Deze compensatie houdt in dat op de aangetaste locatie of op een alternatieve locatie aan beschermde natuurlijke habitats en soorten of water aanvullende verbeteringen worden aangebracht. Deze maatregelen bestaan niet uit financiële compensatie voor het publiek. Deze maatregelen zijn zodanig opgezet dat de extra natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties beantwoorden aan de tijdspreferenties en het tijdschema van de herstelmaatregelen;
29° tussentijdse verliezen : verliezen die het gevolg zijn van het feit dat de aangetaste natuurlijke rijkdommen of functies van natuurlijke rijkdommen hun ecologische functies niet kunnen vervullen of geen functies kunnen vervullen voor andere natuurlijke rijkdommen of het publiek totdat de primaire of complementaire maatregelen hun uitwerking hebben bereikt. Deze maatregelen bestaan niet uit financiële compensatie voor het publiek;
30° kosten : de kosten die verantwoord zijn in het licht van de noodzaak een juiste en doeltreffende toepassing van deze titel te garanderen. Deze kosten omvatten ook de ramingskosten van milieuschade of de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat en de kosten van alternatieve maatregelen, alsook de administratieve, juridische en handhavingkosten, de kosten van het vergaren van gegevens en andere algemene kosten, en de kosten in verband met monitoring en toezicht.

 

 

 

 

 


Afdeling II.
Toepassingsgebied


Art. 15.1.2.

Deze titel is van toepassing op milieuschade die wordt veroorzaakt door enige beroepsactiviteit, zoals vermeld in bijlage IV, of op een onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat als gevolg van een van die beroepsactiviteiten.

 

Deze titel is eveneens van toepassing op schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats die wordt veroorzaakt door enige andere dan de in bijlage IV vermelde beroepsactiviteiten, alsook op de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat als gevolg van een van die andere beroepsactiviteiten, op voorwaarde dat kan worden aangetoond dat de exploitant in gebreke of nalatig is geweest.


Afdeling III.
Verhouding tot ander recht


Art. 15.1.3. Deze titel is van toepassing onverminderd strengere bepalingen met betrekking tot de beroepsactiviteit die onder het toepassingsgebied van deze titel valt.

Art. 15.1.4. Deze titel is van toepassing onverminderd het toepasselijke aansprakelijkheidsrecht, het recht inzake de toegang tot de rechter en de wetgeving inzake jurisdictieconflicten.

Art. 15.1.5. Deze titel is niet van toepassing op gevallen van lichamelijk letsel, schade aan particuliere eigendom of economisch verlies en geeft aldus personen geen recht op schadevergoeding vanwege milieuschade of een onmiddellijke dreiging van dergelijke schade.

Afdeling IV.
Uitzonderingen


Art. 15.1.6.

§ 1.

Deze titel is niet van toepassing op milieuschade, of op de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat, als gevolg van :

een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog of oproer; 
een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is.

 

§ 2.

Deze titel is niet van toepassing op activiteiten die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dienen.

 

§ 3.

Deze titel is niet van toepassing op activiteiten die uitsluitend de bescherming tegen natuurrampen tot doel hebben.

 

§ 4.

Deze titel is niet van toepassing op :

schade, die veroorzaakt is door een emissie, een gebeurtenis of een incident die/dat heeft plaatsgevonden vóór 30 april 2007; 
schade, die veroorzaakt is door een emissie, een gebeurtenis of een incident die/dat heeft plaatsgevonden op of na 30 april 2007, indien de schade het gevolg is van een specifieke activiteit die heeft plaatsgevonden en beëindigd is voor die datum; 
schade, indien het meer dan dertig jaar geleden is dat de emissie, de gebeurtenis of het incident die/dat tot schade heeft geleid, heeft plaatsgevonden. 

 

§ 5.

Deze titel is niet van toepassing op nucleaire risico’s en op milieuschade, of op de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat, als gevolg van activiteiten waarop het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is, of als gevolg van een incident of activiteit waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de volgende internationale overeenkomsten, met inbegrip van toekomstige wijzigingen daarvan :

het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie alsook het Verdrag van Brussel van 31 januari 1963 tot aanvulling van het Verdrag van Parijs; 
het Verdrag van Wenen van 21 mei 1963 inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade; 
het Verdrag van 12 september 1997 inzake aanvullende vergoeding voor kernschade; 
het gezamenlijk protocol van 21 september 1988 betreffende de toepassing van het verdrag van Wenen en het Verdrag van Parijs; 
de overeenkomst van Brussel van 17 december 1971 inzake de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van het zeevervoer van nucleaire stoffen.

 

§ 6.

Deze titel is niet van toepassing op milieuschade, of op de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat, als gevolg van een incident waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de volgende internationale overeenkomsten, met inbegrip van de toekomstige wijzigingen daarvan :

het internationaal verdrag van 27 november 1992 inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie; 
het internationaal verdrag van 27 november 1992 tot oprichting van een internationaal fonds voor de vergoeding van schade door verontreiniging door olie.

 

§ 7.

Deze titel is alleen van toepassing op milieuschade, of op de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat, die het gevolg is van diffuse verontreiniging, wanneer een oorzakelijk verband kan worden gelegd tussen de schade en de activiteiten van individuele exploitanten.