Afdeling II.
Keuze en vaststelling van herstelmaatregelen


Art. 15.3.3.

De exploitanten stellen in overeenstemming met artikelen 15.3.4 tot en met 15.3.11 de potentiėle herstelmaatregelen vast en leggen die ter goedkeuring aan de bevoegde instantie voor.


Onderafdeling I.
Herstel van schade aan natuurlijke habitats, beschermde soorten en water


Art. 15.3.4. Bij het vaststellen van primaire herstelmaatregelen worden opties overwogen om de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties op directe en versnelde wijze, of door natuurlijke generatie, weer in hun referentietoestand te brengen.

Art. 15.3.5. Bij het bepalen van de omvang van de complementaire en compenserende herstelmaatregelen wordt eerst een aanpak overwogen die berust op de equivalentie van de rijkdommen of functies. In een dergelijke aanpak worden eerst maatregelen overwogen die leiden tot natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties van dezelfde soort, kwaliteit en kwantiteit als die welke zijn aangetast. Indien dit niet mogelijk is, wordt in alternatieve natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties voorzien.

Art. 15.3.6.

Wanneer de aanpak overeenkomstig artikel 15.3.5 op basis van de equivalentie van de natuurlijke rijkdommen of functies niet mogelijk blijkt, worden alternatieve waardebepalingstechnieken gebruikt.

 

Als een waardebepaling van de verloren gegane rijkdommen of functies mogelijk is, maar een waardebepaling van de vervangende natuurlijke rijkdommen of functies niet haalbaar is binnen een redelijke termijn en tegen redelijke kosten, kan de bevoegde instantie kiezen voor herstelmaatregelen waarvan de kosten overeenkomen met de geraamde geldelijke waarde van de verloren gegane natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties.


Art. 15.3.7.

De redelijke herstelopties worden beoordeeld, gebruik makend van de best beschikbare technieken, op basis van de volgende criteria :

het effect van elke optie op de menselijke gezondheid en de veiligheid;
de kosten van de uitvoering van de verschillende opties;
de kans op succes van elke optie; 
de mate waarin elke optie toekomstige schade zal voorkomen en waarin bij de uitvoering van de optie onbedoelde schade kan worden vermeden; 
de mate waarin elke optie ten goede komt aan de verschillende onderdelen van de relevante natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties in kwestie;
de mate waarin elke optie rekening houdt met relevante sociale, economische en culturele aandachtspunten en andere relevante plaatsgebonden factoren; 
de tijd die het zal vergen om de milieuschade effectief te herstellen;
de mate waarin elke optie het herstel van de locatie van de milieuschade verwezenlijkt; 
de geografische relatie met de schadelocatie.

 


Art. 15.3.8. Bij de evaluatie van de verschillende herstelopties kan voor primaire herstelmaatregelen worden gekozen die het aangetaste water en beschermde soorten en natuurlijke habitats niet volledig terugbrengen tot hun referentietoestand of die referentietoestand minder snel herstellen. Een dergelijke beslissing mag uitsluitend worden genomen, wanneer de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties die het voorwerp zijn van deze beslissing, worden gecompenseerd door de complementaire en compenserende maatregelen te versterken en zo een soortgelijk niveau van natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties te scheppen als oorspronkelijk bestond.

Art. 15.3.9.

Niettegenstaande de voorschriften van artikel 15.3.8 kan de bevoegde instantie overeenkomstig artikel 15.8.10 besluiten dat er geen verdere herstelmaatregelen genomen worden indien :

de reeds genomen herstelmaatregelen waarborgen dat er geen aanmerkelijk gevaar meer is voor negatieve effecten op de menselijke gezondheid, het water of de beschermde soorten en de natuurlijke habitats; 
de kosten van de te nemen herstelmaatregelen om de referentietoestand of een gelijkwaardig niveau te bereiken zouden niet in verhouding staan tot de milieuvoordelen die daarmee zouden worden verkregen.

 


Art. 15.3.10. Herstel van schade aan water, beschermde soorten en natuurlijke habitats houdt ook in dat elk aanmerkelijk risico dat de menselijke gezondheid negatieve effecten ondervindt, wordt weggenomen.

Onderafdeling II.
Herstel van bodemschade


Art. 15.3.11.

Het herstellen van bodemschade geschiedt overeenkomstig de relevante bepalingen van het Bodemdecreet.