Onderafdeling I.
Algemene taken


Art. 15.8.2.

De bevoegdheid om de aard, de omvang en de ernst van de schade te beoordelen berust bij de bevoegde instantie.

 

Het vaststellen van bodemschade geschiedt overeenkomstig de relevante bepalingen van het Bodemdecreet.


Art. 15.8.3.

De bevoegdheid tot aanwijzing van de exploitant die de schade, of de onmiddellijke dreiging van schade, heeft veroorzaakt, berust bij de bevoegde instantie.

 

Het aanwijzen van de persoon die gehouden is op eigen kosten de bodemschade te voorkomen en te herstellen geschiedt overeenkomstig de relevante bepalingen van het Bodemdecreet.


Art. 15.8.3bis.

Met uitzondering van artikelen 15.8.2, 15.8.3 en 15.8.8 kan de Vlaamse Regering de gevallen bepalen waarin de bevoegde instantie de uitvoering van de noodzakelijke maatregelen aan derden kan delegeren of opdragen.


Art. 15.8.3ter.

De bevoegde instantie stelt de betrokken exploitant onverwijld in kennis van elk besluit waarbij maatregelen worden opgelegd.


Het besluit, vermeld in het eerste lid, vermeldt de precieze gronden waarop het is gebaseerd, de rechtsmiddelen die ter beschikking staan van de betrokken exploitant, en de termijnen die voor die rechtsmiddelen gelden.


De Vlaamse Regering kan nadere regels over de wijze van kennisgeving bepalen.