Onderafdeling III.
Herstelacties


Art. 15.8.6.

De bevoegde instantie kan op elk moment :

1°  de exploitant verplichten aanvullende informatie te verstrekken over enige schade die zich heeft voorgedaan. De bevoegde instantie is gemachtigd van de exploitant te verlangen dat hij zelf een beoordeling maakt en alle aanvullende informatie en gegevens verstrekt;
de exploitant verplichten de nodige herstelmaatregelen en nodige inperkingsmaatregelen te treffen; 
de exploitant instructies geven die hij bij het nemen van de nodige herstelmaatregelen en nodige inperkingsmaatregelen moet naleven; 
zelf de nodige herstelmaatregelen en elke inperkingsmaatregel nemen.

 

Als de maatregelen, vermeld in het eerste lid, handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, krachtens artikel 4.2.1 en artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of artikel 5.2.1 van dit decreet, geldt het besluit waarbij de inperkingsmaatregelen of herstelmaatregelen worden opgelegd of het besluit om ambtshalve inperkingsmaatregelen of herstelmaatregelen te nemen, als melding of milieuvergunning, als stedenbouwkundige melding of -vergunning respectievelijk als melding of omgevingsvergunning.

De Vlaamse Regering bepaalt welke instanties ter zake voorafgaandelijk advies moeten verlenen, als het herstelmaatregelen betreft.


Art. 15.8.7.

De bevoegde instantie eist dat de inperkingsmaatregelen en herstelmaatregelen door de exploitant worden genomen. Als de exploitant de verplichtingen waarin artikel 15.3.1 en artikel 15.3.2, 2° en 3°, voorzien niet nakomt, of niet kan worden geīdentificeerd, kan de bevoegde instantie zelf deze maatregelen nemen.


Art. 15.8.8.

De bevoegdheid om te bepalen welke herstelmaatregelen in overeenstemming met artikelen 15.3.3 tot en met 15.3.11 moeten worden uitgevoerd, berust bij de bevoegde instantie.