Bijlage IV. In artikel 15.1.2 vermelde activiteiten

De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd om de bijlage te wijzigen teneinde de conformiteit met het Europees recht ter zake te garanderen.

 

1. De exploitatie van GPBV-installaties onder meer deze zoals bepaald door sub 16° van artikel 1 van titel I van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, hierna het VLAREM genoemd, met uitzondering van installaties of delen daarvan die bestemd zijn voor het onderzoek, de ontwikkeling, en het testen van nieuwe producten en processen.

 

2. Alle afvalbeheeractiviteiten, zoals de inzameling, het vervoer, de nuttige toepassing en de verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op dergelijke activiteiten en de nazorg op de verwijderingslocaties onder meer deze waarop rubriek 2 van bijlage 1 van titel 1 van het VLAREM van toepassing is of die onderworpen zijn aan een andere vergunnings- of registratieplicht.

 

Deze activiteiten omvatten onder meer de exploitatie van stortplaatsen en de exploitatie van verbrandingsinstallaties.

 

Het voor landbouwdoeleinden verspreiden van rioolslib uit zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater valt, mits dat volgens een erkende norm gezuiverd is, niet onder deze activiteiten.

 

3. Lozingen in oppervlaktewater onder meer deze waarop de subrubrieken 3.4 en 3.6.3 van bijlage 1 van titel I van het VLAREM op van toepassing zijn en die aan een voorafgaande vergunning zijn onderworpen.

 

4. Lozingen van stoffen in het grondwater onder meer deze waarop de subrubrieken 52.1.1°, 52.2.2° en 52.2.3° van bijlage 1 van titel I van het VLAREM van toepassing zijn en die aan een voorafgaande vergunning zijn onderworpen.

 

5. Lozingen of injectie van verontreinigende stoffen in oppervlaktewater of het grondwater onder meer deze waarop de subrubrieken 3.4, 3.6.3, 52.1.1°, 52.2.2° en 52.2.3° van bijlage 1 van titel I van het VLAREM van toepassing zijn en aan een vergunnings-, toestemmings- of registratieplicht zijn onderworpen.

 

6. Alle wateronttrekking en -opstuwing onder meer deze waarop de rubrieken en subrubrieken 53.2, 53.2.1°.b) en c), 53.4.2°.b) en c), 53.6, 53.7, 53.8.2° en 3°, 53.9 en 56, van bijlage 1 van titel I van het VLAREM van toepassing zijn en aan een voorafgaande toestemming onderworpen zijn.

 

7. De fabricage, het gebruik, de opslag, de verwerking, de storting, de emissie in het milieu en het vervoer op het terrein van de onderneming van :

  1. gevaarlijke stoffen;
  2. gevaarlijke preparaten;
  3. gewasbeschermingsmiddelen; of
  4. biociden onder meer deze als vermeld in artikel 8 van titel I van VLAREM.

8. Het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, over zee of in de lucht van gevaarlijke of verontreinigende goederen onder meer deze als gedefinieerd hetzij in de bijlage bij het koninklijk besluit van 9 maart 2003 inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, met uitsluiting van ontplofbare of gevaarlijke stoffen, hetzij in de bijlage bij het koninklijk besluit van 11 december 1998 inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor, hetzij in in het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum.

 

9. Met betrekking tot de uitstoot in de lucht van verontreinigende stoffen, de exploitatie van installaties onder meer deze waarop rubriek 20 van titel I van het VLAREM van toepassing is en die aan een vergunningsplicht zijn onderworpen, met uitzondering van de subrubrieken waarvoor er een « 3 » staat in de derde kolom.

 

10. Het ingeperkte gebruik, met inbegrip van vervoer, van genetisch gemodificeerde micro-organismen onder meer deze waarop de rubriek 51 van titel I van het VLAREM van toepassing is.

 

11. Elke doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, daaronder begrepen het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen als onder meer bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of producten die er bevatten.

 

12. Elke grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Unie waarvoor een toestemming is vereist dan wel een verbod geldt in de zin van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
 

13. Het beheer van winningsafvalvoorzieningen onder meer deze waarop rubriek 2.3.11 van titel I van het VLAREM van toepassing is.

 

14. De exploitatie van opslaglocaties overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond.