Art. 10.2.5.

1.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan beschikken over de volgende ontvangsten :

1 dotaties;
2 leningen;
3 fiscale heffingen voor zover ze bij decreet toegewezen zijn aan de [Vlaamse Milieumaatschappij];
4 retributies voor zover ze bij decreet toegewezen zijn aan de [Vlaamse Milieumaatschappij];
5 ontvangsten uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;
6 prijzen, schenkingen en legaten in contanten;
7 inkomsten uit eigen participaties en uit door de [Vlaamse Milieumaatschappij] verstrekte leningen aan derden;
8 opbrengsten uit de verkoop van eigen participaties;
9 de subsidies waarvoor de [Vlaamse Milieumaatschappij] als begunstigde in aanmerking komt;
10 terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;
11 vergoedingen voor prestaties aan derden [...];
12 opbrengsten uit intellectuele rechten;
13 de inkomsten voortvloeiend uit :
a) [...]
b) de vrijwillige, contractuele, reglementaire of decretale bijdragen van natuurlijke personen, rechtspersonen, openbare besturen en instellingen ter verwezenlijking van de doelstellingen vermeld in artikelen 5, 8, 9 en 13 van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, van titel V van de wet van 5 juli 1956 betreffende de wateringen en van titel V van de wet van 3 juni 1957 betreffende de polders4;
c) de opbrengst van administratieve geldboeten en alle bedragen welke door de diensten van het Vlaamse Gewest worden gend ten laste van de overtreders van de wetgeving en reglementering inzake waterhuishouding, polders en wateringen;
d) de opbrengsten van concessies verhuur en van vervreemdingen van eigendommen, installaties en aanhorigheden, die verworven werden met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen inzake waterhuishouding, polders en wateringen;
e) het aandeel van mede-opdrachtgevende overheden in projecten inzake waterhuishouding waar de Vlaamse Milieumaatschappij conform de regelgeving overheidsopdrachten in het kader van een samengevoegde opdracht optreedt als aanbestedende overheid en het aandeel van de mede-opdrachtgevende overheden voorfinanciert;
14 de bijdragen van de natuurlijke of rechtspersonen naar privaat of publiek recht die door hun activiteiten de schade bedoeld bij het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer kunnen veroorzaken of verergeren en ten aanvullende titel door leningen op korte termijn waaraan de Vlaamse Regering de gewestwaarborg kan hechten. De Vlaamse Regering bepaalt het aandeel van elk soort inkomsten en de criteria om te bepalen wie bijdrageplichtig is, het bedrag en de modaliteiten van de inning.

2.

Tenzij anders is bepaald in een decreet worden de ontvangsten, bedoeld in 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.

In afwijking van het eerste lid zijn de in paragraaf 1, 13 en 14, genoemde ontvangsten te beschouwen als toegewezen ontvangsten. Zij mogen aangewend worden in het kader van het beleid inzake de waterhuishouding, en voor de Polders en Wateringen, met uitzondering evenwel van de loon- en werkingskosten van de Vlaamse Milieumaatschappij.

[...]

3.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan schenkingen of legaten aanvaarden. Het hoofd van het agentschap beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico’s van de aanvaarding.

4.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan de kennis die ze heeft opgedaan bij de uitvoering van haar missie en taken te gelde maken in het binnen- en buitenland.

5.

1 Bij de Vlaamse Milieumaatschappij wordt een Fonds voor de Waterhuishouding opgericht;
2 het Fonds voor de Waterhuishouding wordt gestijfd door de in 1, 13 en 14, vermelde ontvangsten;
3 het per 12 mei 2006 beschikbaar saldo en de op die datum nog openstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen van het Fonds voor de Waterhuishouding opgericht bij decreet van 22 november 1995, artikel 17, worden overgedragen naar het Fonds voor de Waterhuishouding, opgericht bij dit decreet;
3/1 het per 12 mei 2006 beschikbaar saldo en de op die datum nog openstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen van het Schadefonds opgericht bij decreet van 24 januari 1984 en gewijzigd bij decreet van 12 december 1990, worden overgedragen naar het Fonds voor deWaterhuishouding, opgericht bij dit decreet;
4 de middelen van het Fonds voor de Waterhuishouding kunnen aangewend worden voor al wat dienen kan in het raam van het beleid inzake waterhuishouding, en voor de polders en de wateringen, met uitzondering evenwel van de loon- en werkingskosten van de Vlaamse Milieumaatschappij.

6.

[...]