Art. 10.3.3.

§ 1.

De taken van de OVAM met betrekking tot het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen zijn :

het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen voor de bevordering van het zuinige gebruik van grondstoffen, onder meer door zo veel mogelijk de materiaalkringlopen te sluiten;
het bevorderen van de kwaliteit van producten en productieprocessen met aandacht voor kwalitatieve en kwantitatieve preventie voor wat betreft het gebruik van grondstoffen, het verspreiden van milieugevaarlijke stoffen en het voorkomen van afval;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen voor de bevordering van een duurzaam consumptiegedrag, voor wat betreft het gebruik van grondstoffen, het verspreiden van milieugevaarlijke stoffen en het voorkomen van afval;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen voor een veilig beheer van milieugevaarlijke stoffen en voor het voorkomen en zo nodig beperken van lekken van milieugevaarlijke stoffen uit stoffenkringlopen;
ter aanvulling van de vorige taken, de sturing en coördinatie van de inzameling en de veilige verwijdering van afvalstoffen alsmede de ambtshalve verwijdering ervan;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om de correcte werking van de afvalstoffenmarkt te garanderen.
instrumenten ontwikkelen en maatregelen uitwerken om te komen tot een asbestafbouwbeleid, onder meer door proefprojecten op te starten, beleidsstudies uit te voeren, inventarisaties van asbesthoudende materialen uit te voeren en vrijwillig over te gaan tot de verwijdering van asbesthoudende materialen.

 

§ 2.

De OVAM vervult deze taken onder meer door :

 het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door :
a) het inventariseren van afvalstoffen, materialen en materiaalkringlopen, met een bijzondere aandacht voor milieugevaarlijke stoffen;
b) het inventariseren van relevante bronnen van afvalstoffen en van processen waaruit afvalstoffen voortkomen;
c) de modellering en de scenario-ontwikkeling;
d) het beoordelen van de hierboven bedoelde gegevens en informatie;
e) het verwerken van de hierboven bedoelde gegevens en informatie met het oog op het rapporteren en informeren hierover;
het ontwerpen van preventieprogramma’s en uitvoeringsplannen als vermeld in artikel 17 en 18 van het Materialendecreet, alsook het controleren en opvolgen van de uitvoering van voormelde preventieprogramma’s en uitvoeringsplannen en het voorbereiden en mee uitwerken van programma’s overeenkomstig de geldende internationale en Europese voorschriften, waarvan de uitvoering binnen het toepassingsgebied van het Materialendecreet valt;
het sluiten van overeenkomsten met de gemeenten of verenigingen van gemeenten ter bevordering of begeleiding van de organisatie van de selectieve ophaling of inzameling van huishoudelijke afvalstoffen als vermeld in artikel 27 van het Materialendecreet;
het voorbereiden van de onderhandelingen met het oog op het sluiten van de milieubeleidsovereenkomsten, vermeld in het Materialendecreet;
het behandelen van de aanvragen en het verlenen, schorsen en opheffen van de erkenningen, vermeld in artikel 7, 9, 32/1 en 33 van het Materialendecreet;
het leveren van een bijdrage aan het beleid inzake de ingedeelde inrichtingen en activiteiten, bedoeld in titel V;
het uitvoeren van de taken in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in artikel 21 van het Materialendecreet, en de terugnameplicht, vermeld in het samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval;
het vestigen, innen en invorderen van de milieuheffing op de verwerking van afvalstoffen, vermeld in artikel 44 tot en met artikel 65 van het Materialendecreet;
de behandeling van subsidieaanvragen en de toekenning van de subsidies, vermeld in artikel 15 van het Materialendecreet;
10° het opvolgen en controleren van materiaalstromen.
11° het optreden als bevoegde autoriteit voor het Vlaamse Gewest in het kader van de Europese regelgeving betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
12° het adviseren van de Vlaamse Regering over de afwijkingen van de hiėrarchie als vermeld in artikel 8 van het Materialendecreet. 
13° het optreden als bevoegde autoriteit voor het Vlaamse Gewest in het kader van de Europese regelgeving betreffende de scheepsrecycling in de zin van artikel 3, lid 1, 11, van de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 ‘inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1013/2006 en van richtlijn 2009/16/EG.
14° de asbestinventarisattesten, vermeld in artikel 33/11 van het Materialendecreet, af te leveren;
15° de databank asbestinventarisatie, vermeld in artikel 33/10 van het Materialendecreet, te beheren;
16° asbesthoudende materialen te ontmantelen, in te zamelen, te transporteren of te verwerken, en de ontzorging, de prefinanciering of financiering daarvan, vermeld in artikel 33/8 van het Materialendecreet;
17° een asbestinventaris op te maken conform artikel 33/12 van het Materialendecreet, en de ontzorging, de prefinanciering of financiering daarvan, vermeld in artikel 33/8 van het Materialendecreet;
18° aanvragen te behandelen en de erkenning, vermeld in artikel 33/16 van het Materialendecreet, te verlenen, te schorsen en op te heffen;
19° de retributies, vermeld in artikel 66, § 1, van het Materialendecreet, te innen.

 

§ 3.

De taken van de OVAM met betrekking tot de bodemsanering zijn :

het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om individuele en collectieve saneringen te stimuleren;
het saneren van de historische en nieuwe bodemverontreiniging, met inbegrip van de zorg om verlaten terreinen waar mogelijk opnieuw een nuttige functie te geven;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om de correcte werking van de bodemsaneringsmarkt te garanderen.

 

§ 4.

De OVAM vervult deze taken onder meer door :

het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door :
a) het verzamelen van gegevens met betrekking tot bodemverontreiniging;
b) het verzamelen van gegevens over de factoren, inrichtingen en activiteiten die aanleiding gaven of kunnen geven tot bodemverontreiniging;
c) het inventariseren van verontreinigde bodems;
d) de modellering en de scenario-ontwikkeling;
e) het beoordelen van de hierboven bedoelde gegevens;
f) het verwerken van de hierboven bedoelde gegevens en informatie met het oog op het rapporteren en informeren hierover;
het in ontvangst nemen van en het uitvoeren van oriėnterende bodemonderzoeken, het opleggen of uitvoeren van beschrijvende bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en bodemsaneringswerken, en het opleggen van maatregelen ter bewaking en controle na de uitvoering van de bodemsanering, het aanleggen van een databank voor identificatie en inventarisatie van verontreinigde of mogelijk verontreinigde gronden, het voorstellen van gebruiksbeperkingen en het opleggen van voorzorgsmaatregelen, het bevelen van dwangmaatregelen, het verzoeken om financiėle zekerheden te stellen, het uitreiken van bodemattesten, bedoeld in het Bodemsaneringsdecreet;
mee te zorgen voor de handhaving van de regelgeving met betrekking tot bodemsanering;
het beheren van de regeling met betrekking tot uitgegraven bodem, bedoeld in het Bodemsaneringsdecreet.