HOOFDSTUK I.
Toepassingsgebied en definities


Art. 16.1.1.

De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de hiernavolgende wetten en decreten, wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest, met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten ervan en de verplichtingen opgelegd krachtens de volgende wetten en decreten en de uitvoeringsbesluiten ervan :

alle [..] titels van dit decreet, met uitzondering van titel I – Algemene bepalingen, titel II – Besluitvorming en inspraak, titel X – Agentschappen, titel XI – Strategische Adviesraden en titel VIII – Klimaat;
het Boswetboek van 19 december 1854;
de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij;
de Jachtwet van 28 februari 1882;
de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging;
de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IIIbis en de uitvoeringsbesluiten ervan betreft;
6°/1 [...]
de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;

de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder;
de wet van 10 januari 1977 houdende regeling van de schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door het winnen en het pompen van grondwater;
10° het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
11° de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973;
12° het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IVbis en de uitvoeringsbesluiten ervan betreft;
13° het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning;
13°bis de wet van 12 juli 1985 betreffende de bescherming van de mens en van het leefmilieu tegen de schadelijke effecten en de hinder van niet-ioniserende stralingen, infrasonen en ultrasonen; 
14° het Bosdecreet van 13 juni 1990; 
15° het Jachtdecreet van 24 juli 1991;
16° het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
17° het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen;
17°bis het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wat betreft artikel 1.3.1.1, artikel 1.3.2.2 tot en met 1.3.3.3.1, artikel 1.7.3.3, artikel 1.7.5.4, afdeling 2, van hoofdstuk VI van titel II en hoofdstuk 2 van titel III;
18° het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;
19° het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, met behoud van de toepassing van artikel 61, § 2, van dat decreet;
19°bis het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond; 
19°ter het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning voor zover het projecten betreft bedoeld in artikel 5, 1°, c, en 2°, b.
20° [...]
21° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest.
22° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren.  
23° het decreet van 21 december 2018 houdende de luchtkwaliteit in het binnenmilieu van voertuigen.

 

In afwijking van het eerste lid zijn de hoofdstukken III, IV, V, Vbis, VI en VII van deze titel pas van toepassing op de in het eerste lid sub 2°, 3°, 4°, 7°, 11°, 14°, 15°, 16°, 17° en 19° vermelde wetten en decreten, met inbegrip van hun respectieve uitvoeringsbesluiten, op het ogenblik dat de Vlaamse Regering dit bepaalt.

 

Hoofdstuk II en hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel zijn van toepassing op titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.

 

Hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel is van toepassing op hoofdstuk VI van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid.

 

De bepalingen van deze titel zijn ook van toepassing op de milieuregelgeving van de Europese Unie en de internationale milieuregelgeving, die de Vlaamse Regering bepaalt, alsook op de door of krachtens de voormelde regelgeving uitgevaardigde bepalingen en opgelegde verplichtingen, wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest.


Art. 16.1.2.

Tenzij het uitdrukkelijk anders bepaald is, wordt, voor de toepassing van deze titel, verstaan onder :

milieu-inbreuk : een gedraging, in strijd met een milieu-voorschrift dat wordt gehandhaafd met toepassing van deze titel. Die gedraging :
a) [...]
b)

betreft geen emissies als vermeld in artikel 16.6.2;

c) betreft niet het achterlaten, beheren of overbrengen van afvalstoffen als vermeld in artikel 16.6.3;
d) veroorzaakt geen gezondheidsschade of dood;
e) betreft geen gedraging waarop een straf is gesteld overeenkomstig de bepalingen van deze titel;
f) moet opgenomen zijn in een lijst, te bepalen door de Vlaamse Regering.
Onverminderd de bepalingen van het eerste lid kunnen evenwel gedragingen die een schending inhouden van :
a) de verplichting om te beschikken over een milieuvergunning, een omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, of een erkenning;
b) de verplichting om een veiligheidsrapport of een milieueffectrapport op te maken;
niet beschouwd worden als een milieu-inbreuk;
milieumisdrijf : een gedraging, in strijd met een milieu-voorschrift dat wordt gehandhaafd met toepassing van deze titel, waarop een straf is gesteld overeenkomstig de bepalingen van deze titel;

kennisgeving: een schriftelijke mededeling die wordt gedaan met een beveiligde zending;

3°bis

beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:

 

a)

een aangetekende brief;

  b)

een afgifte tegen ontvangstbewijs;

  c)

elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;

gewestelijke entiteit : de subentiteit van het Vlaams Ministerie van Omgeving, die de Vlaamse Regering aanwijst om de alternatieve bestuurlijke geldboete of de exclusieve bestuurlijke geldboete op te leggen.
gemachtigde ambtenaar : de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar of ambtenaren;
referentiemeetmethode : geschreven en publiek toegankelijke werkwijze die voor een bepaalde meting dient te worden toegepast. Worden in elk geval beschouwd als referentiemeetmethode en worden in geval van onderlinge tegenstrijdigheden toegepast in de hierna voorziene volgorde : 
a) de toepasselijke bepalingen in de Belgische wetten, decreten en besluiten;
b) de Belgische normen uitgegeven door het Bureau voor Normalisatie (NBN); 
c) de normen uitgegeven door het Comité Européen de Normalisation (CEN); 
d) de normen uitgegeven door de Vlaamse instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO);
e) de normen uitgegeven door de International Organization for Standardization (ISO). 

milieuvoorschrift: alle bepalingen die een verplichting inhouden, ongeacht of het gaat om een algemeen of individueel geldende regeling, op voorwaarde dat de bepaling onder het toepassingsgebied, vermeld in artikel 16.1.1, valt.


Art. 16.1.3.

§ 1.

Bij de berekening van termijnen is de dies a quo, de dag waarop het feit plaatsvindt dat het uitgangspunt is voor de berekening van de termijn, niet inbegrepen in de termijn [...]. De dies ad quem, de vervaldag van de termijn, is altijd inbegrepen in de termijn [...].

 

Als de vervaldag een zaterdag, zondag of feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag.

 

De termijnen worden berekend in kalenderdagen [...].

 

§ 2.

Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is door middel van een aangetekende brief zonder ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen de derde werkdag na de dag waarop de verzending heeft plaatsgevonden.

 

Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is met een aangetekende brief met ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.

 

Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is door afgifte tegen ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen de dag na de dag van de afgifte

 

§ 3.

Als een schriftelijke mededeling de handeling is die gedaan moet worden binnen een bepaalde termijn, geldt die termijn voor de verzending of afgifte [...].

 

§ 4.

Als voor de schriftelijke mededeling geen bijzondere vormvereisten zijn gesteld, dan is verzending met een niet-aangetekende brief toegelaten. In dat geval berust bij eventuele betwisting over de datum van de verzending de bewijslast bij de verzender.

 

§ 5.

De datum van de poststempel geldt als datum van verzending.

 

§ 6.

De Vlaamse Regering kan van dit artikel afwijken door een uitdrukkelijk andersluidende bepaling.