HOOFDSTUK II.
Beleid en organisatie


Afdeling I.
Milieuhandhavingsbeleid


Art. 16.2.1. De Vlaamse Regering is belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake milieu en ruimtelijke ordening.

Art. 16.2.2. Ter ondersteuning van het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering wordt een gewestelijke raad voor de handhaving van de milieuwetgeving en de handhaving van de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening opgericht, hierna de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu te noemen.

Art. 16.2.3.

Met het oog op een doelmatige handhaving van de milieuwetgeving en de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 pleegt de Vlaamse Regering, daarin bijgestaan door de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, systematisch overleg met de daarvoor bevoegde overheden.


De op basis van dat overleg gemaakte afspraken worden in protocollen vastgelegd.


De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de protocollen worden vastgelegd.


Art. 16.2.4.

De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu coördineert de opmaak van een vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma dat de handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties, vermeld in dit decreet, bundelt. De handhavingsinstanties stellen daarvoor zelf een individueel vijfjaarlijks handhavingsprogramma op dat op eenvoudig verzoek wordt bezorgd aan de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.

 

In het milieuhandhavingsprogramma worden ook de strategische en operationele doelstellingen van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu vermeld die jaarlijks worden geëvalueerd in het milieuhandhavingsrapport.

 

De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu legt het milieuhandhavingsprogramma ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.

 

De Vlaamse Regering kan de nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling, de verspreiding en de actualisering van het milieuhandhavingsprogramma. De Vlaamse Regering kan eveneens nadere regels vaststellen voor de afstemming van het milieuhandhavingsprogramma met andere beleidsdocumenten.


Art. 16.2.5.

Jaarlijks stelt de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een handhavingsrapport op. Alle overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van het milieurecht stellen, hetzij op eenvoudige vraag van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, ter beschikking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.


De Vlaamse Regering zal de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht en waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, uitnodigen om de informatie waarover ze beschikken en die ook van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, vrijwillig ter beschikking te stellen van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.


Het handhavingsrapport omvat minstens de volgende onderdelen :

een algemene evaluatie van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde gewestelijke handhavingsbeleid;
een specifieke evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten;
een overzicht van de gevallen waarin, binnen de gestelde termijn, geen uitspraak werd gedaan over de beroepen tegen besluiten houdende bestuurlijke maatregelen;
een evaluatie van de beslissingspraktijk van de parketten inzake het al dan niet strafrechtelijk behandelen van een vastgesteld misdrijf inzake milieu;
een overzicht en vergelijking van het door de gemeenten en provincies gevoerde handhavingsbeleid inzake milieu;
een inventaris van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan en die kunnen worden aangewend voor de verbetering van de milieuregelgeving, beleidsvisies en beleidsuitvoering;
aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid inzake milieu.

 

Het handhavingsrapport van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu kan naast de rapportering over de milieuhandhaving ook rapportering over de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevatten. Alle overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, stellen daarvoor, hetzij op eenvoudige vraag van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, ter beschikking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu. De rapportering over de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omvat minstens de onderdelen opgesomd in het vorige lid.


De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu deelt het handhavingsrapport mee aan de Vlaamse Regering. Die bezorgt het handhavingsrapport aan het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, de provincies en de gemeenten.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling en de verspreiding van het handhavingsrapport.


Afdeling II.
Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu


Art. 16.2.6.

De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu stelt de krachtlijnen en de prioriteiten van het beleid inzake de handhaving van de milieuwetgeving voor. Hij doet dat op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering.


De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu kan op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering voorstellen en adviezen formuleren in het kader van het handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening en ten aanzien van het gewestelijk handhavingsprogramma ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 6.1.3, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.


Art. 16.2.7.

§ 1.

De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu telt dertien leden, alsook een vaste secretaris. De Vlaamse Regering benoemt de leden na voordracht, en de voorzitter, de ondervoorzitter en de vaste secretaris onder de personen die deskundig zijn op het vlak van de handhaving van het milieurecht of op het vlak van de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.

 

§ 2.

De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu wordt als volgt samengesteld :

een voorzitter;
een ondervoorzitter, deskundig op het vlak van de handhaving van de milieuwetgeving;
een ondervoorzitter, deskundig op het vlak van de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
zeven leden op voordracht van de beleidsraad van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie;
een lid op voordracht van de beleidsraad van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;
een lid op voordracht van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
een lid op voordracht van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed;
een lid op voordracht van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
een lid op voordracht van de Vereniging van de Vlaamse Provincies;
10° een lid op voordracht van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.


Voor de leden, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 10°, wordt telkens een plaatsvervanger aangewezen.


De leden, vermeld in 4° tot en met 10°, worden voorgedragen op een dubbeltal dat in een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen voorziet.


Een lid mag geen verkozen politiek mandaat uitoefenen.


De samenstelling, vermeld in het eerste lid, kan verder worden uitgebreid met :

een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van het college van procureurs-generaal, ter vertegenwoordiging van de parketten-generaal bij de hoven van beroep;
een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van het college van procureurs-generaal, ter vertegenwoordiging van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg;
een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van de bevoegde minister van Binnenlandse Zaken, ter vertegenwoordiging van de federale politie;
een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van de bevoegde minister van Binnenlandse Zaken, ter vertegenwoordiging van de lokale politie.


Voor de leden, vermeld in het vijfde lid, wordt ook telkens een plaatsvervanger aangewezen.


Het niet aanwijzen van de vertegenwoordigers, vermeld in het vijfde lid, heeft geen gevolgen, noch voor de werking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, noch voor de geldigheid van de handelingen die de raad stelt.

 

§ 3.

De leden van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu worden benoemd voor vijf jaar. Hun benoeming is hernieuwbaar. Een lid van wie het mandaat vacant verklaard wordt, wordt binnen drie maanden vervangen.


Art. 16.2.8. De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu kan om bijzondere vraagstukken te onderzoeken een beroep doen op externe deskundigen en kan werkgroepen oprichten, onder de voorwaarden, bepaald in het huishoudelijk reglement.

Art. 16.2.9.

De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu stelt zijn huishoudelijk reglement op, dat minstens het volgende regelt :

de bevoegdheden van de voorzitter en de ondervoorzitters;
de wijze van bijeenroeping en beraadslaging;
de frequentie van de vergaderingen;
de voorwaarden waaronder de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een beroep kan doen op externe deskundigen of op permanente of tijdelijke werkgroepen.


Het huishoudelijk reglement en de wijzigingen ervan worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.


Art. 16.2.10. De Vlaamse Regering stelt de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een permanent secretariaat en de nodige middelen ter beschikking. Ze stelt eveneens de vergoedingen vast die aan de leden van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu worden toegekend.

Art. 16.2.11. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de organisatie en de werking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.